donderdag 22 april 2021

VLAGGEN - FLAG

 


snufsnuf: interessant geurtje
sniffsniff: interesting smell


is de eigenaar van de geur nog in de buurt?
Is the owner of the smell still in the neighbourhood?


Checkin' in


Ik ruik ...
I smell ...


... iets waaroverheen geplast moet worden.
... something that must be peed over.


Klusje geklaard
Done!


Oeps. Ook nog een straaltje voor de zekerheid bij de ingang
Oops, and to be sure a pee at the entrance.


Alles grondig gecontroleerd. Ik claim 'm.
Wie het laatst vlagt, vlagt het best!
Double checked. All mine now.

woensdag 21 april 2021

MALTEZER

Sneeuwwitje

‘Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de schoonste in het land?’ Als we deze prangende vraag beoordelen aan de hand van de staatsieportretten op internet, dan slaat de alomtegenwoordige Maltezer een goed figuur: het gedistingeerde hoofd opgeheven, het nuffige neusje, een lijntje om te zoenen, en de sneeuwwitte sluier die uitwaaiert in een zwaar zijdezacht kleed dat tot op de grond reikt. Volmaakt zou je zeggen, ware het niet dat de haardracht om een dagelijkse kapbeurt schreeuwt.

Herkomst en geschiedenis

Centennia voor onze jaartelling maakte Grieks filosoof Aristoteles al melding van de Canis Melitensis. Het paradepaardje was in het oude Rome en, we stappen met zevenmijlslaarzen, in de renaissance te vinden op de schoot van deftige dames. Zijn voorouders leefden in (haven)plaatsjes langs de kust van het Middellandse zeegebied waar zij in pakhuizen en scheepsruimen werden gehouden om ratten en muizen op te ruimen. Maken we een vertaalslag naar het heden dan is zijn leven nu weer een sprookje. Als gezelschapshond wordt de Maltezer met alle egards behandeld. Werken voor de kost hoeft hij niet meer. Voor de verwende smaak van de fijnbesnaarde Maltezer komen muis en rat nou vermomd als exquise sappige vleesstukjes uit kuipjes; soms zelfs mooi gearrangeerd op zijn bord. De naam van de bleekscheet vindt zijn oorsprong in (Italiaanse) kustplaatsen en eilanden zoals het Siciliaanse Melita, het Adriatische eiland Meleda en de dwergstaat Malta. ‘Maltees’ is te herleiden naar het Semitische woord ‘Malat’ dat synoniem is aan schuilplaats en haven. Bij de Bichon Frisé is een link zichtbaar naar de Maltezer. Ze behoren beide tot FCI groep 9 gezelschapshonden waar de Maltezer valt onder nummer 65 sectie 1 Bichons en aanverwante rassen. Italië claimde het beschermheerschap van het lieve leeuwtje.

Karakter

De veelzijdige hond met de Zuidelijke inslag etaleert zich als vriendelijke gezelschapshond edoch met bijlagen. Als professionele aaihond laat hij zich graag knuffelen door mensen met een zorgindicatie. Als gewillige aankleedpop is hij heerlijk om mee te doedelen, hoewel de schoonheid beslist geen watje is. Als zachtaardige en gezeglijke schoothond verschaft hij de oudere medemens aanspraak. Als inschikkelijk en hanteerbaar kindervriendje is hij een speelkameraadje voor de complete familie. De schone slaapster kan uren languit als een prinses op de erwt vertoeven op bed, kussen of schoot. Geen wonder dat de Maltezer zo uitgeslapen is. Hij is een flexibele hond die zich zonder morren aanpast, mits je hem de ruimte geeft om hond te zijn.

Sociaal gedrag

Er doen zich regelmatig tragische incidenten voor met Maltezers. Op hun manier vinden Maltezers zich namelijk stoer, waardoor ze simpel ondergesneeuwd kunnen worden. Je ziet daarom nogal eens dat aangelijnde Maltezers worden weggehouden bij soortgenoten. Als kleintje ben je reuze kwetsbaar. Toch is het beter om de Maltezer tijdens de inprentingsfase op een leuke en veilige manier kennis te laten maken met andere honden. Immers als híj zich volgens de etiquette gedraagt, zal een andere hond ook eerder geneigd zijn om zich beleefd te gedragen. Hierbij een oproep aan alle hondenbezitters om zich te houden aan de onuitgesproken regel dat je jouw hond (aan de riem) aan de voet houdt bij een naderende aangelijnde hond. De makkelijke Maltezer kun je overal mee naar toenemen. Hij is zeer in trek bij vakantieliefhebbers. Hij is overal welkom en de hanteerbare Maltezer mag vanwege zijn proporties als handbagage bij de eigenaar in het vliegtuig blijven.

Je kunt meerdere Hagelwitjes tegelijk houden, maar de hond kan zichzelf uitstekend vermaken. Bijvoorbeeld met een pluche poppetje of beestje dat hij liefkozend als een pup likt. Dat verzorgende aspect heeft hij minstens afgekeken bij zijn mensenouders. De Maltezer zal best zijn vergeet-mij-nietblik opzetten als je weggaat, maar de hechtpleister benut de enkele uurtjes die hij alleen moet blijven om, gaap, bij te slapen.

Opvoeding en beweging

De Maltezer is een absolute beginnershond. Doorgaans zal de opvoeding gladjes verlopen. Je moet van heel slechte huize komen, wil je daar iets aan verknoeien. Toch ligt er één gevaar op de loer. Eigenaars hebben de neiging om hun dot van een pup te vertroetelen met aandacht en lekkers. Ze vergeten dat de van wezen uit bescheiden Maltezer net zo goed listig en eigenwijs kan zijn. Ze lezen de wensen van zijn ronde wakkere kooltjes af en de hond doet er zijn voordeel mee. Hij wordt vadsig, lui en Oost-Indisch doof. Gehoorzamen gaat niet vanzelf, zelfs niet bij een Klein Duimpje. Voor je het weet loopt het gewiekste Wolkewietje over je heen. De opgevoede Maltezer is volgzaam. Je kunt zelf met hem oefenen of een puppycursus volgen waar híj met meerdere zaken kennis kan maken en jíj bij de les blijft. Maltezers reageren met gekef op verdachte geluiden. Ga voortvarend met ongewenst blafgedrag aan de slag. De kneedbare Maltezer is uiterst toeschietelijk. Actief of lui? Het is de levendige Maltezer om het even. Hij kan blij zijn met meermaals per dag flaneren in de buurt en met langere wandelingen in park en bos. Het Maltezer loopje is gelijkmatig, rollend, vrij, en forte en piano drafstapjes. Heeft hij de gekke vijf minuten, dan sjeest hij uitbundig de kamer of het grasveld rond. Met tegenzin (met of zonder dekje) naar buiten als het regent? Hij gedraagt zich naar hoe jij het hem hebt aangewend. Vertel hem dat volgens de Italianen in de regen lopen geluk brengt: sposa bagnata, sposa fortunata.

Gezondheid en verzorging

Bij de Maltezer kan zich de breed voorkomende orthopedische aandoening Patella luxatie voordoen. Patella luxatie is het van de plaats schieten van de knieschijf, waarbij deze naast het gootje kan komen te liggen waar hij normaal in hoort te zitten. Het vaakst komt de incidentele (habituele) vorm voor, waarbij de knieschijf naar binnen schiet. Men onderscheidt verschil in ernst (graad) en richting waarin de knieschijf zich verplaatst. Afhankelijk van die mate wordt vastgesteld of er sprake is van overgangsklasse dan wel graad 1 t/m 4. Bij de laatste is er sprake van een voortdurende verplaatsing van de knieschijf waarbij deze niet eens meer op zijn plaats te krijgen is.

Voordat je met je lelieblanke Maltezer kan marchanderen, is er werk aan de winkel. Voor de aanhalige Maltezer is het gefrut pure verwennerij. Doet je leeuwinnetje een tikkie kattig? Wees dan coulant. Dat ze geen polonaise (van jou) aan haar lijf wil, is waarschijnlijk te wijten aan de loopsheid. De lange manen moeten elke dag laagje voor laagje worden opgepoetst anders verandert de gladgestreken Zwabber in een Zwiebertje. Door naast de wekelijkse grote beurt, dagelijks vijf minuten te borstelen, krijgen klitten geen kans. Vergeet de oksels en (rondom) de staart niet te kammen. De Maltezer is geen Vrouw Holle die zelf de vacht van zich afschudt. Haar dat de hond moet verlaten, is jouw pakkie an. Voor de lakse eigenaar is de bewerkelijkheid een doorslaand argument om voor de huishond vier tot zes keer per jaar een afspraak te maken bij de trimsalon. Daar worden de sluike laagjes gekortwiekt tot een vlotte haartooi. In vaktermen kun je kiezen uit het scheermodel egaal of het puppymodel met de jeugdige uitstraling

Het toiletteren. Overtollige haren tussen de kussentjes van de voeten wegknippen. De Maltezer grossiert in oorharen. Het royale haar blokkeert de gehoorgang waardoor oorsmeer niet naar buiten kan. Om oorontstekingen te voorkomen, helpt het regelmatig uitplukken met een pincet of met een vingercondoom. Omdat Maltezers een voorkeur hebben voor zacht voedsel, is de kans op tandsteen groot. Minimaal drie maal per week met de tandenborstel in de weer en de hond laten kauwen op kluifjes houden het gebit gezond. Zelfs de ogen moeten er dagelijks aan geloven. Geregeld met een watje met bijvoorbeeld lauw water of een daarvoor bestemd middeltje schoonmaken, minimaliseert traanstrepen. Priemende kuifharen irriteren de ogen. Slapers (stof die na het slapen in de ooghoeken blijft plakken) en pupse (slijmerig traanvocht) kunnen traanogen veroorzaken en de daarbij onvermijdelijke roodbruine traanstrepen. De kuif samenbinden of strikken, de pompon met gel of vaseline achterover kammen (gebruik een kam met V tanden) of de pluim snoeien behoren tot de voorzorgsmaatregelen. Als je een voor de Maltezer geschikte shampoo en conditioner gebruikt, mag je hem zo vaak wassen/bleken als je wilt. Een schone vacht is makkelijker te onderhouden, en is vanzelfsprekend witter.

De showhond wordt niet geknipt en draagt zijn glimmend glanzende Rapunzel haren in een rechte scheiding. Op de romp is de zuiver witte bekleding (een bleke ivoortint is toegestaan) langer dan op de schoft. Het valt recht naar beneden tot over zijn voeten als een strak om de romp gespannen cape. Op het hoofd, de voorsnuit en op het voorgezicht waar het overloopt in de baard, en op de schedel waar het zich vermengt met de beharing die de driehoekige oren bedekt, is het haar heel lang. Het haar van de staart valt naar één zijde van het lichaam zodat het op de flank en op de zij tot aan de hak hangt. De showcoupe zit strak in het gelid. Om pluis, krullen en golven te voorkomen worden papillotten ingedraaid. Het opvallende ‘coke kapsel’ waardoor de vacht niet beschadigt of vuil wordt is uit duizenden te herkennen.

dinsdag 20 april 2021

KLUIFJE KIEZEN

 

Het blijft leuk om je hond geregeld te laten kiezen. 
Smaken veranderen immers.


Ditmaal was Pop zeer bescheiden. 
Ze koos het kleinste kluifje.



maandag 19 april 2021

REINCARNATIE HOND

Spiegelbeeld

Reïncarnatie of verbluffende toevalligheden. Is er meer tussen hemel en aarde?

Het begrip reïncarnatie bestaat al sinds mensenheugenis en komt mondiaal in veel religies en culturen voor. Reïncarnatie (zielsverhuizing) is het geloof dat enkel de geest van een levend wezen - in de westerse wijsbegeerte doorgaans ‘ziel’ genoemd - na de dood opnieuw in een ander levend wezen wordt herboren. De idee achter reïncarnatie of wedergeboorte is dat het leven een leerschool is. Een ziel reïncarneert in een ander levend wezen om te evolueren: nieuwe ervaringen op te doen en zich verder ontwikkelen. Er zijn onderzoeken bekend waarbij de geteste personen zich verbluffende details over een vorig leven herinnerden die 100% met de werkelijkheid strookten, identieke gelijkenissen vertoonden of dezelfde capaciteiten hadden als de betrokken overledenen. Er kon geconcludeerd worden dat de feiten niet gebaseerd waren op fantasie, toeval of helderziendheid en dat er geen samenhang bleek te bestaan tussen het wel of niet geloven in reïncarnatie.

Laat ik voorop stellen dat ik ‘de nuchterheid zelve’ ben en geen bijgelovige zweefteef. Wèl ben ik een langneuzig mens die met de nodige scepsis openstaat voor mystieke zaken. ‘De wonderen zijn de wereld nog niet uit’ luidt immers een bekend gezegde.

Lees hier het miraculeuze relaas van Mieke.

Nadat wij onze Boxer Robbie geheel onverwacht hadden moeten laten euthanaseren, hebben wij hem thuis een nachtje laten overstaan. Het besluit namen we om onszelf wat meer tijd te gunnen afscheid van hem te nemen. Ik kan niet ontkennen dat er tevens een zweempje nieuwsgierigheid bij kwam kijken. In mijn hele leven had ik nog nooit met de dood te maken gehad. ‘Houdt het leven werkelijk op bij de dood, zoals ik altijd heb gedacht?’ Dit was een ultieme mogelijkheid om mijn persoonlijke stelling bevestigd te zien, of juist ontkracht. Bestond er inderdaad een kans dat er iets curieus zou gebeuren zoals een opstijgende ziel, een teken van gene zijde in aardse vorm, een seintje dat het goed was, misschien?

Onze gestorven hond lag roerloos op zijn eigen divan, alsof hij sliep. Mijn zintuigen stonden op scherp. Er gebeurde in dat etmaal he-le-maal niets. Zelfs de rigor mortis, de lijkstijfheid die enkele uren na het overlijden intreedt, duurde aanzienlijk korter dan gedacht. De volgende ochtend was zijn lichaam slap en nam ik Robbie nog eenmaal in mijn armen. Hij werd door mijn man in het vers gedolven graf in de tuin neergelegd. Een laatste aai als afscheidsgroet voordat de grond hem zou bedekken. De hond bleef doodstil liggen. We hadden absoluut niets bovenaards of paranormaals waargenomen. Dat kwam later pas.

Op de sterfdag van Robbie werd onze huidige Boxer afgegeven bij een asiel - die bewuste datum was ons bij de aanschaf overigens onbekend. Toen we voor het eerst zijn portret onder ogen kregen, dachten we dat het een beeltenis van onze overleden hond was, zo treffend was de uiterlijke gelijkenis. We werden bijzonder onrustig bij de aanblik van die onbekende hond op de foto die we zo goed leken te kennen. Hij wàs gewoon Robbie en we moesten naar hem toe: wat deed hij ergens in den vreemde? Een zeer onwerkelijke situatie. Tijdens de eerste ontmoeting was er van beide kanten ogenblikkelijk die klik. Hij duwde zijn snoet in mijn handen en keek me met lodderige ogen aan alsof hij wilde zeggen ‘kunnen we eindelijk naar huis?’ Diezelfde dag nog was de nieuwe hond die zo vertrouwd en eigen leek, terug in zijn - eigenlijk ons - huis.

De Boxer Box die in een kennel had geleefd, liep de eerste avond doodgemoedereerd mee naar de slaapkamer. Hij stond gebiologeerd naar zijn gedaante in de spiegeldeur te kijken, het duurde een eeuwigheid. Het leek alsof hij zichzelf voor het eerst zag. Daarna vlijde hij zich behaaglijk in de oude hondenmand die we nooit hadden weggedaan. Nadat we hem ‘welterusten’ hadden gewenst, zuchtte hij diep en vergenoegd. Net als… Het was alsof we terug in de tijd waren gereisd en alle narigheid nooit was gebeurd. Bizar.

Van meet af aan draaide de nieuwkomer mee in de dagelijkse routine. Het was alsof zijn voorganger een compleet dossier met notities had achtergelaten. Berichtjes over zijn doen en laten die de opvolger, zonder uitzondering, direct in zijn geheugen opsloeg. Zo spurtte hij op het erf bij het logeeradres  - waar ook hij naar toe zou gaan als wij op het werk waren  -meteen achterom. Hoe kon hij weten dat we de voordeur nooit gebruikten? De oppas werd zoals ‘altijd’ afgelebberd, ditmaal in een zichtbaar ontroerd gezicht. Een déjà vu? We hadden beiden tegelijk kippenvel.

Omdat de uiterlijke verschillen zo miniem waren, vergisten we ons vaak in zijn naam; hij leek het ons geheel niet kwalijk te nemen. Af en toe testte ik hem weleens om te kijken of hij speciaal op zijn oude naam reageerde. Hij staarde me op zo’n momenten indringend aan. Bedoelde hij met zijn vorsende blik dat ik hem moest herkennen? Bekende buurthonden trapten net zo in de treffende gelijkenis. Robbies grootste vijand stormde bij de eerste aanblik van ver op de nieuweling af. Hij hapte Box flink in de lies, net als hij bij Robbie had gedaan. Gaandeweg bleek dat Box identieke aversies tegen kleine witte hondjes had.

De opvallende overeenkomsten in gedrag, houding en reacties stapelden zich op. Box schijnt een exacte kopie van Robbie te zijn. Zelfs het vlekje onder zijn kin lijkt origineel. Hij heeft dezelfde voorkeur wat betreft kauwmateriaal: de zeer geliefde gifgele tennisbal. Hij blijkt net zo’n ongelovige thomas: eerst zien, dan geloven. Het ritueel om louter bij de aanwezigheid van bezoek luidruchtig te winden, beheerst hij eveneens. En ook hij ondervindt regelmatig ongemak van zijn grappig flapperende oren. Ik zou zo een hele waslijst met de meest minieme details van deze onstuimige clown (geen kloon) kunnen opsommen die parallel blijken te lopen met onze vorige oogappel.

Is onze overleden hond werkelijk gereïncarneerd in Box en wat is dan zijn bedoeling? Kwam de dood te vroeg? Wilde hij bij ons blijven omdat wij hem onmogelijk kunnen missen? En leeft hij daardoor voort in zijn opvolger? Heeft hij vanuit het hiernamaals een door hem goedgekeurde plaatsvervanger gestuurd die ons moet troosten en opvrolijken? Of berust het allemaal op puur toeval en willen wij graag dingen zien die er eenvoudigweg niet zijn? Is het mogelijk dat we ons onbewust hebben laten misleiden door de rastypische eigenschappen van de Boxer? We moeten eerlijk bekennen dat we graag wilden geloven dat Box Robbie was. Die eigenheid heeft ons intens geholpen bij de rouwverwerking. Zo bleken wij ons verdriet (en schuldgevoel?) een plek te hebben kunnen geven.

Er zijn teveel gecompliceerde vragen waar we nooit antwoord op zullen krijgen: je zou er gek van worden. De meest waarschijnlijke uitleg is dat wij door onze houding onbewust bepaalde signalen afgeven die eenzelfde reactie oproepen, zeker omdat het hier een hond van dezelfde soort betreft. Voor de rest houden we het op een samenloop van omstandigheden, tot het tegendeel bewezen is. We hebben besloten om eenvoudigweg te genieten van deze herkansing. Box is per slot van rekening geen replica: hij heeft bestaansrecht als individu

zondag 18 april 2021

JAPANSE SPITS

 
Kees op Koers

Als buitenstaander zou je de Japanse Spits gewoonweg verwisselen met de Witte Keeshond. Liefhebbers van het ras noemen hem ‘testkees’ en de kleinere krulstaart de verbeterde versie. Ze roemen de significante pluspunten. De Japanse Spits is plooibaar als origami - de Japanse kunst van het papiervouwen. Hij is dol op alle familieleden en zacht in de omgang met kinderen. Blaffen in zijn eentje is geen lol aan. Bovendien heeft de Aziaat beduidend minder vachtonderhoud (een kambeurt per week) nodig dan de Duitser.

Herkomst en geschiedenis

Eeuwenoude reputaties staan op het spel, maar de strekking over de basis van de Japanse Spits is echt onduidelijk. In elk geval is het niet het land van de rijzende zon. Het inheemse ras zou van nomadische turfhonden (peat dogs) afstammen die duizenden jaren geleden vanuit Noord- en West-Europa in Japan belandden. Maar hé, overleveringen waren zonder digitale snelweg toen niet te verifiëren en zelfs nu is het onmogelijk de echtheid voor de volle 100% te achterhalen. Feit blijft dat in de twintiger en dertiger jaren van de vorige eeuw in Japan Arctische kezen via Siberië en Mantsjoerije aangevoerd zijn en daar gehusseld werden met spitsen uit Canada, de VS, China en Australië. Tokio had in 1921 de primeur om de pocketuitgave van de Duitse Keeshond als Japanse Spits op een rashondenshow te verwelkomen. Voor de goed gelukte reproductie werd in hetzelfde jaar van de oprichting van de Japanse Kennel Club (1948) de officiële rasstandaard opgesteld. De Japanse Spits of Nihon Supittsu voelt zich als een koi in het water in FCI groep 5 Spitsen en Oertypen sectie 5 nummer 262.

Karakter

De toegewijde Japanse Spits staat te boek als lief, pienter, vrolijk, vriendelijk, alert, en dapper. De Japanse Spits is heel hecht met zijn mensen: ga je even voor een boodschap de deur uit ‘Tosho’ (tot zo), dan tuurt hij reikhalzend achter het raam naar je terugkeer. Net als in Japan kan zijn begeleider zich op straat voldoende veilig voelen, want de spits beschermt degenen met wie hij zich zo verbonden voelt. Is er volgens hem iets niet in de haak dan zal hij hard en langdurig aanslaan om jou en de potentiële belager/indringer te waarschuwen. Hoewel hij graag zijn eigen gang gaat, is hij zeer dienstbaar ingesteld: je vriend voor het leven maakt het je graag naar de zin. In ruil daarvoor vraagt hij jouw zorgzaamheid en genegenheid.

De Kees heeft een grotere mond dan de meer bescheiden Japanner. Blaffen doet de oosterling een stuk minder; tig spitsen bijeen zullen elkaar bijvallen en ieder zal in het kader van groepsdynamiek het hoogste woord willen keffen. Dat dan weer wel. Zingen ‘Ahoew’ gaat ze best af: een roedeltje stemt gelijk in met een canon. Het is aan de baas om helemaal zen te zijn en de rust te bewaren.

Sociaal gedrag

De Japanse Spits bezit een bepaalde waardigheid die hem iets verhevens geeft. Tegenover honden die hij buiten de deur ontmoet is hij verdraagzaam. Wen je hem op jonge leeftijd aan huisdieren dan zal hij daar zonder morren mee door een deur kunnen. Bij voorkeur zijn de meeblaffers in huis gelijkgestemden: ze voelen elkaars spirit perfect aan. Japanse Spitsen bezitten een prima waarnemingsvermogen. Ze zijn afwachtend tegenover vreemden die hen in plaats van op gepaste afstand, te dicht naderen. Bied hen de tijd en ruimte om zelf toenadering te zoeken en ze stellen zich open. Geen enkele hond is graag alleen, maar het is aan te leren. Zoals in de inleiding al is aangehaald, is de hanteerbare hond met een handige schofthoogte van 35 cm prima geschikt voor een huishouden met kinderen en alle mogelijke huisdieren.

Opvoeding en beweging

De Japanse Spits heeft (talent): leergierig en vlotte leerling, en buigzaam. Elke Jap heeft zijn eigenheid: net zoals bij ikebana (Japans bloemschikken door de natuur te imiteren) ga je mee in zijn aard en blijf je consequent. De opvoeding verloopt als vloeiende inkt als je oefeningen leuk brengt en verpakt als spelletje of trucje. Niet zo vreemd overigens: Japanners staan bekend om hun furoshiki (mooie inpakmethoden). Herhalen van oefeningen vinden de spitsen bespottelijk: ceremonies zijn er toch om in ere te houden? De hond is actief, als ze zich vervelen zetten ze de boel op stelten. Als jij onderuit gezakt in je kimono op de bank ligt, wil hij graag spelen of op zijn minst aanschuiven en liggend op zijn rug geaaid worden.

Beweging pas je aan aan zijn formaat. Ravotten, stoeien met de stad, lichtvoetig en vrolijk wandelend op het platteland, en samen spelen in de achtertuin. Besteed je voldoende tijd en aandacht aan hem dan vormt een balkon in plaats van een tuin geen beletsel om een Japanse Spits te houden. Indien je over een buiten beschikt, dient die voorzien te zijn van een afrastering van anderhalve meter tot 180 cm hoog; voor hun schofthoogte kunnen ze vrij hoog springen.

Gezondheid en verzorging

Japanse Spitsen worden met gratie wel zo’n jaar of 15. Incidenteel komt er, net als bij veel (kleine) hondenrassen Patella luxatie voor. Patella luxatie is een van de meest voorkomende orthopedische aandoeningen: het van de plaats schieten van de knieschijf, waarbij deze naast het gootje kan komen te liggen waar hij normaal in hoort te zitten. Het vaakst komt de incidentele (habituele) vorm voor, waarbij de knieschijf naar binnen schiet. Men onderscheidt verschil in ernst (graad) en richting waarin de knieschijf zich verplaatst. Afhankelijk van die mate wordt vastgesteld of er sprake is van overgangsklasse dan wel graad 1 t/m 4. Bij de laatste is er sprake van een voortdurende verplaatsing van de knieschijf waarbij deze niet eens meer op zijn plaats te krijgen is.

Traanstrepen. Door enzymen in het oogvocht ontstaan soms ontsierende bruinrode traanstrepen in de binnenste ooghoeken. U kunt de ontsierende vlekken voorkomen door ze keer op keer weg te vegen met uw schone vinger, een doekje, of een speciaal daarvoor bestemde traansmeerremover. Toepoels geeft als oplossing 3% waterstofperoxide in gedestilleerd water op een depwatje om (hardnekkige) strepen te vervagen. Pas op dat het gedrenkte watje niet in aanraking met de ogen komt!

De Japanse Spits is allesbehalve een smeerkees. In lijn met de Japanse traditie is hij zeer schoon en zuinig op zichzelf: hij is meer Tiffany dan sniffany en wast zich als een kat Kapsones? De vachtcollectie is niet aan trends onderhevig. Ze is doorlopend en uitsluitend in smetteloos en zelfreinigend wit in de aanbieding. Je zou denken dat vanwege het pure wit de tegen koude, warmte en vocht isolerende weelderigheid veel onderhoud vergt. Door de structuur (lang, sluik, uitstaand dekhaar en zachte korte dichte onderwol) glijden opgedroogde modder en vuil er bij het borstelen eenvoudig weg af. Door regelmatig te ontwarren met kam of borstel houd je de vacht klitvrij – ervaart de hond vanaf dag één de vachtverzorging als een weldaad zelfs als ukiyo (totale ontspanning), dan zal hij zich wekelijks onderhoud graag laat welgevallen. Wassingen hoeven hoogstens twee keer per jaar. Japanse Spitsen hebben geen hondengeurtje aan zich hangen, zelfs niet nadat ze elegant in de regen hebben getippeld - leer je hond zich voordat jullie naar binnengaan zijn bos haar op een cue uit te schudden. Tijdens de jaarlijkse rui die een dag of tien duurt, helpt het om de loszittende haren eruit te kammen. En als de Madurodam uitgave van een Samojeed er dan uitziet om door een ringetje te halen, staat hij schietklaar (denk: trossen Japanse toeristen, je weet wel die lui met steevast een camera om de hals) om zich door jou of een andere kiekjesmaker op de foto vast te laten leggen.

De Japanse Spits overeet zich niet met voer, lekkere traktaties, da’s andere koek. Zullen ze zich in groepsverband de sashimi (rauwe vis) van hun bord laten eten, of zoals het er in authentieke Japanse eetgelegenheden zo keurig aan toegaat, niets van de ander inpikken? En zullen ze netjes op hun beurt wachten bij het uitdelen zoals het volgens traditionele gedragsregels voorgeschreven staat in plaats van voor te dringen? Laat je voorlichten door de Nederlandse Keeshonden Club, de belangenbehartiger van de Japanse Spits. Via: www.keeshondenclub.nl

zaterdag 17 april 2021

VAN BOVEN

 



Tip van juffrouw Stip: maak eens een foto van boven
Tip from miss Dottie: make a picture from above

vrijdag 16 april 2021

DIERENBOS


We combineren werk met het aangename. Het Groenewoud in Swalmen hebben we al vaker bezocht. Meestal in groepsverband. Vanwege corona wandelen we met z'n drietjes: baasje, Pop en ik. Was onze IJslandse Katur er bij geweest, dan zouden we blind kunnen varen op zijn opgeslagen routekaart. Nu zijn het losse stukken die ons bekend voorkomen. We vragen twee keer de weg. Een mevrouw die meent dat we toeristen zijn, wenst ons een fijne vakantie en veel plezier met alle bosdieren. Pops neus - dus verplicht aan de lijn - maakt verbindingen. In de eerste minuut zien we twee spiegels voor ons op het pad. Aan het geritsel te horen volgen de reeën ons een tijd op korte afstand door het struikgewas. Pop taalt er niet naar. Vogels trakteren ons op een urenlang concert. Blaarkoppen tonen ons hun kalfjes en de das maakt zich uit de voeten. Die das en de muizen onderweg vindt Pop nog het spannendst. De muizen leiden haar ook  naar een cache waar we natuurlijk geen code van hebben. We komen toch uit bij de megagrootte oleander en rhododendron. Drijfzand, boardwalks, weide en heide, bruggetjes, de meanderende en plaatselijk kolkende Schwalm maken dat we zin krijgen in de vaste beloning: aspergesoep. Het is er de tijd van het jaar en het weer voor. Herberg de Bos houdt zich natuurlijk ook aan de coronaregels dus het wordt een soepwandeling zonder soep.

twee hobbypony's en -konijnen aan de overzijde

muizen onder en vogels in de rododendron

kwakende kikkers bij het drijfzand

rattennest

hertenhoefjes en bokkenpootjes

de gelopen route: de (Duitse) bergen liggend aan de overkant 
hebben we gemakshalve overgeslagen

woensdag 14 april 2021

HOLLANDS HOOP

Stationnement Gênant van drollenvanger Wim T. Schippers in de VPRO-tuin is de menselijke variant 

Bij het invullen van de drollen-enquête, een Facebook oproep van Judith (Prins Petfoods) Lissenberg, kon ik niet anders dan meteen mijn archief induiken; bij de vragen over Hollands Hoop wordt er het een en ander overhoop gehaald. Doe er je voordeel mee en ... lees verderop wat jouw hond voor type is. 

Het onderwerp is nogal controversieel en bijna niemand heeft waardering voor deze originele vorm van plastische kunst. Jammer, want honden doen zo hun best om de 'dagelijkse krant' voor hun soortgenoten op een zo aantrekkelijk mogelijke manier te etaleren. Het is een voortdurende onofficiële competitie van innovatieve wegwerpkunst, waar sommigen zelfs voor op snuffelstage gaan.

Hollands Hoop

Honden begrijpen de ophef onder mensen absoluut niet. Zo’n imposante dampende bolus of kunstig gedraaid torentje van ambachtelijke kwaliteit leg je niet zomaar even neer. Daar kies je met uiterste precisie de meest gunstige plek op je dagelijkse route voor uit. De een verkiest een plek waar de concurrentie, de andere viervoeters uit je buurt, welhaast over moeten struikelen, terwijl de ander zijn presentatie bescheidener toont of op een geheime locatie verstopt. Honden verfoeien brave baasjes die met het poepzakje zichtbaar in de hand, in de aanslag staan om het versgeperste drolletje daar zo snel mogelijk in te laten verdwijnen. Cultuurbarbaren zijn het! Hun vergankelijke kunst heeft toch al te lijden onder aan coprofagie lijdende labradors en weersinvloeden. Bovendien is de eigenhandig geboetseerde klei vaak het doelwit van baldadige kraaien die hun ironisch bedoelde appreciatie tonen door de schepping uit elkaar te pikken.

Honden voelen zich onbegrepen, maar op zijn zachtst gezegd is deze curieuze kunstuiting iets waarmee mensen niet graag geconfronteerd willen worden. Als hondeneigenaar sta je ongeduldig en beschroomd naast je aangelijnde hond zachtjes te neuriën tot het voorbij is, in de hoop dat niemand het ziet. Vervolgens maak je gebruik van additionele merchandise zoals vrolijke poepzakjes in fleurige kleuren of trendy poepschepjes.

Argeloze voetgangers willen grif niet getrakteerd worden op zo’n object trouvé onder hun schoenzool. Dat krijg je wèl als je onderweg geen oog voor de schoonheid van de tot artwork gepromoveerde excrementen hebt. In plaats van aandachtig de ogen op de grond te richten, wordt de klei(n)kunst zomaar door gemakzuchtige vernielers met zevenmijlslaarzen platgetreden. In plaats van lofuitingen over zulk artistiek talent, krijg je als hondeneigenaar met veel bombarie boze verwensingen naar je hoofd geslingerd. Alsof het een replica betreft! Het is beslist de kift omdat de creatieve buizenpost van mensen meteen door het closet wordt gespoeld.

Je kunt de vermaledijde kwestie opblazen, ridiculiseren of bagatelliseren maar wie serieus van zijn hond houdt ruimt vanzelfsprekend zijn uitwerpselen op, mochten deze op een hinderlijke plek liggen. Daar zijn twee plausibele redenen voor. Ten eerste de gezondheid van je huisdier: tijdens het opruimen controleer je op wormen, de substantie en kleur van de darmflora. En ten tweede hoeft niemand hinder te ondervinden van jouw hobby: het houden van een huisdier. Hondeneigenaren die opruimen achterwege laten als een vorm van protest (omdat ze vinden dat ze daarvoor hondenbelasting betalen)  of er ordinair gezegd ‘gewoon schijt aanhebben’ zorgen er zo voor dat andere mensen (veelal niet hondenbezitters) steeds intoleranter worden ten opzichte van de hond in het algemeen. Met nog meer vrijheidsbeperkingen voor de argeloze honden tot gevolg. En het is zo onnodig. Er is een veelzijdig assortiment voor het opruimen beschikbaar. Zoals, de poepschep (het meest geëigend voor XL exemplaren), het kartonnen uitvouwbare doosje (voor de ietwat natte hoopjes) en het plastic boterhamzakje dat ikzelf prefereer omdat je het probleemloos in je jas- of broekzak stopt. Alleen weer jammer dat er dan zo weinig afvalbakken staan waar je het opgeraapte onderweg in kunt deponeren.

Openbare kunstroute

Na een ijverige analyse van de readymades merkte ik dat bij de fabricage van de feces meer komt kijken dan je op het eerste oog zou verwachten. Bent u net zo geïntrigeerd geraakt door dit abjecte fenomeen dan volgt hier een beknopt resumé uit de catalogus van deelnemende kunstenaars aan de publieke kunstroutes.

De berichthond: is zich van geen kwaad bewust en zorgt dat zijn actuele ‘krant’ steeds de laatste nieuwtjes verspreid. Hij heeft zich daarom gespecialiseerd in het bovengemiddeld doen van kleine en grote boodschappen.

De codekraker: een treuzelaar die zijn draai niet kan vinden. Beweegt ogenschijnlijk besluiteloos naar links en naar rechts. In werkelijkheid kan deze hond de juiste cijfercombinatie niet onthouden om zijn ‘kluis’ te openen.

Het haantje: kiest een prominente plaats waar veel hondenverkeer is. Nadat hij zijn behoefte heeft gedaan, vind je onmiskenbaar krabsporen in de grond door hevig poten vegen. Zijn anaalklieren draaien overuren.

De hoogwerker: draait vaak een uitstekend puntig drolletje hoog boven op een talud. Meestal is dit kunstwerkje afkomstig van een minuscuul hondje met een groot ego en heeft het volgens de desbetreffende ‘artiest’ een statusverhogende werking.

De kakmadam: duikt altijd de struiken in zodat niemand haar ziet. Zij houdt haar intiemste privézaken graag strikt geheim. Typisch iemand voor een eigen atelier.

De ouderwets opgevoede Fikkie (ook wel stadse hond genoemd): met gevaar voor eigen leven hurkt hij nog steeds standvastig in de goot. Ondanks de toegenomen verkeersdrukte handhaaft hij zich. Waarom? Omdat hij dit vroeger zo geleerd heeft.

De schijtlijster: heeft vaak last van zijn buikje waardoor hij frequent acute sanitaire stops moet maken. Probeert zijn maag te reinigen door gras te eten. Typisch een geval voor de combinatie van poepschep en tissues.

Het warme bakkertje: wil met zijn vers getoverde gebakjes en taartjes anderen ‘een poepie laten ruiken’. De onbegrijpende eigenaar verpakt dit ‘cadeautje’ graag. Hij is te herkennen aan het zichtbaar gestrikte knalrode poepzakje aan de hondenriem.

De zorgeloze bofkont: laat het ongegeneerd vallen waar het hem uitkomt. Iedereen mag het zien. Deze zelfbewuste hond schaamt zich nergens voor, net zoals zijn baas.

Cursusaanbod

In een aantal plaatsen organiseren gemeentes of basisscholen regelmatig taboe doorbrekende workshops. Het laagdrempelige aanbod bestaat uit:

Vlaggetjesdag (uitsluitend bedoeld voor kinderen t/m 12 jaar)

Een leerzame speurtocht, in de volksmond beter bekend als ‘prikactie’, voor de jeugd onder begeleiding van een volwassene. Wie de meeste stokjes in drolletjes heeft gestoken, is de winnaar en mag een afgietsel van een ‘zelfgebakken taartje’ naar keuze als trofee mee naar huis nemen.

Optioneel: voorafgaand kunnen de kids een interessante workshop 'determineren' volgen. Hierin leren ze de verschillen kennen tussen katten- en hondendrollen; het moet ten slotte wel eerlijk gaan.

Artsy Fartsy  (uitsluitend toegankelijk voor volwassenen)

Hier wordt uitgebreid ingegaan op openbare (honden)kunst:

- het effect van voeding op het kleurenpalet

- creativiteit en inventiviteit

- locatiekeuze: waar is hondenkunst gewenst en komt deze het best tot zijn recht.

- (ongewenste) publiciteit

- tijdbepaling

De kosten voor genoemde lessen zijn geheel gratis (incl. materiaal zoals cocktailprikkers en/of bakbenodigdheden).

Drollenvangers

Niet vergeten de Prins Petfood enquête in te vullen!

Facebook Judith Lissenberg 13 april 2021

dinsdag 13 april 2021

MIDDENSLAG SCHNAUZER

Snorrewitz

De straffe knar met kale klets is alleenstaand, maar niet alleengaand. Al bijna 14 jaar vergezelt montere Max, vernoemd naar het Duitse geïllustreerde verhaal Max und Moritz, hem. Tweemaal op een dag wandelen ze samen door weer en wind over de dijk de bruggenroute. De zwarte middenslag schnauzer laat zich nergens door afleiden: hij heeft slechts oog voor zijn 89-jarige baas die als Leitmotiv heeft: wie loopt, die blijft! Tot op heden heeft hij het geluk en het gelijk aan zijn kant.

Herkomst en geschiedenis

De ruwharige schnauzer is het verlengstuk van de glimmend gladde Duitse pinscher. Met de oprichting van de Pinscher Club in 1895 zat de Wurttembergse hond in de lift. De toegewijde stalhond/huisgenoot/paardenliefhebber was gedienstig als verdelger van ratten en muizen. De naam schnauzer (je spreekt het op zijn Duits uit als: Schnautzer) heeft hij te danken aan het Duitse woord voor snuit: Schnauze. In de volksmond werd de hond met de markante gezichtsbeharing van Schnurrbart in combinatie met Augenbrauen Rattler genoemd. Uit wetenschappelijk onderzoek door mijzelf moet de bijnaam voor de bliksemsnelle wendbare hond die ongedierte in een oogwenk vangt en doodt, een brug slaan tussen Ratte (rat) en het Engelse werkwoord rattle dat ‘snel bewegen’ betekent. Terugblikkend op de lineaire genealogie van de schnauzer zou je ergens in de familieketting een terriër verwachten die het Engelse woord en de terrier aard zou verklaren, maar die stelling moet naar het rijk der fabelen worden verwezen. ‘Ze Germans’ gaven hun instemming voor de classificatie van de waak- en begeleidingshond in FCI nummer 182 groep 2 pinschers, schnauzers, molossers en sennenhonden, sectie 1.2.

Karakter

Een dwarsdoorsnede van de gezins-, waak-, en gebruikshond met de kenmerkende ondoordringbare façade met ovale beloken ogen: eigenzinnig, wakker, pittig, bedachtzaam kalm, bedrijvig, praktisch geluidloos waaks (de schnauzer is een medium blaffer), speels, onverschrokken, en goedaardig. De schnauzer is opperbest in relatiebeheer. Hij is baasgericht, voelt zich onlosmakelijk verbonden met zijn gezin en toont zich aanhalig. Hij houdt van aandacht, maar niet van vreemdelingen. Bij (ongenode gasten) en Fremden is hij scherp van uitdrukking; hij toont zich vrij gesloten en afwachtend. Echter: je treue Kumpel blijft immer höflich: er zit geen greintje agressie bij. Als de persoon in kwestie eenmaal het stempel ‘goedgekeurd’ heeft gekregen, is de wantrouwigheid over.

Sociaal gedrag

De schnauzer houdt van Gemütlichkeit (knusheid) en is een ideale hond voor sportieve personen. De hond is zeer lief voor kinderen; er vanzelfsprekend van uitgaand dat je jouw eigen en gastkinderen correct om leert gaan met huisdieren. Andere honden? Ja! De schnauzer kun je als enige hond houden (alleen blijven moet wel aangeleerd worden), maar zijn voorkeur gaat uit naar een hele bubs soortgenoten. Hij gedraagt zich uitstekend binnen een groep: thuis, in het woefwoud of het blafpark. Natuurlijk heeft elk individu zijn persoonlijke voorkeuren en kan het best zo zijn dat hij met een bepaald slag weinig en met een ander meer opheeft. Als hij de juiste maat hond die tegen een stootje kan tegenkomt, is het heerlijk contactsporten: lomp en lijfelijk (met de poten erbovenop) spelen. Labradors lopen met hem weg. Kleine honden vinden hem vaak te druk: iets om op te anticiperen tijdens een losloopwandeling.

Opvoeding

De HeimatHund is geschikt om af te richten. De opvoedkundige boodschap voor je huishond breng je over met doortastend optreden, grenzen stellen en door Sturm und Drang (handelen naar gevoel). Soms speelt de kwestie: doet-ie ’t of doet-ie ’t niet? Mocht je een hartig woordje met hem willen wisselen dan doe je dat niet door te schnauzen (bevelen en schelden) maar door op een consequente en zachte manier door te pakken. De devote schnauzer beloon je met aandacht (een aai) en je stem. De ultieme verleiding voor de zogenaamde onomkoopbare eigenwijzerd is hem een worst voorhouden: dat kan immers geen enkele Duitser weerstaan.

De meest beoefende buitensactiviteit in Duitsland is wandelen in de vrije natuur. Duitsers trekken er het liefst elke vrije minuut op uit. De Schnauzer is eveneens lauffreudig en heeft een uitstekend uithoudings- en weerstandsvermogen - geen enkele weersomstandigheid vormt een beletsel voor hem. Lang met elastisch en elegant gangwerk loslopen in het groen kan, omdat de onvermoeibare niet af te leiden, onophoudelijk oplettende hond zijn snor niet drukt als de baas roept, maar pünktlich arriveert. Na voldoende uitloop slaapt hij rustig een aantal uren in zijn mand. Favoriete occupaties: diep graven in de tuin naar muizen en ratten (indien ongewenst vanaf het begin de kop indrukken door een wel gewenste vervangende bezigheid aan te bieden), pieppopjes eindeloos inknijpen en speelgoed verzamelen. Naar gelang de persoonlijkheid en omstandigheden houdt de rouwdouwer van sporten zoals: zwemmen, behendigheid, mantrailen, joggen en langs de fiets rennen (ongeschikt voor de nog jonge garde) en showen.

Gezondheid

Het ras heeft een ijzersterk gestel. Het kent weinig gezondheidsproblemen en met een beetje geluk wordt je snorbaard 15 of 16 jaar. Dit met dank aan de zorgvuldige selectie van ouderdieren en misschien wel hoofdzakelijk omdat hij geen gewild modedier is. Niet iedereen kan het exterieur van de schnauzer bekoren: je houdt van ‘m of niet.  Toch verdient de  übercoole hond het om (op gezonde wijze) populairder te worden. Kijken ze door die Germaans woeste Frisur heen en zien zij ook dat guitige monsterende scheve kopje met de ‘wat heeft het Frauchen oder Herrschen nou weer voor leuks voor mij in petto blik’? Liefhebbers vinden die snoet met de ruwharige hangoren, het opvallende driehoekige harige afdakje boven de onaflatende attente kijkers en de overvloedige baard die bestaat uit een hoefijzersnor met geitensik: einfach klasse, en ein super (spreek nadrukkelijk uit als: Zoepahr) Hund.

Verzorging

Het schnauzer lijfboek schrijft een ‘reglementair jasje, complementair dasje’ voor. Het haar is draadachtig hard en dicht ingeplant. De vacht bestaat uit een dichte onderwol en ruw kort dekhaar dat goed aanligt. Het haar op de schedel en de hangoren is kort. Beenharen zijn zachter, de voorsnuit verlangt een ruige baard, en de borstelige wenkbrauwen overschaduwen licht de ogen. Het perfecte uniform om de onverwacht zachte binnenkant mee te maskeren bestaat uit: zuiver zwart met zwarte onderwol of peper&zout waarbij een gemiddelde schakering van gelijkmatig over het lichaam verdeelde goed gepigmenteerde pepering en grijze onderwol, of kleurnuances van donker ijzergrauw tot zilvergrijs. Bij alle kleurnuances behoort een donker masker, dat de uitdrukking accentueert en die in harmonie moet zijn met de te onderscheiden kleurslag. Een vakkundig getrimde (plukken NIET scheren) schnauzer wordt vier keer per jaar door een in dat ras gespecialiseerde trimster onder handen genomen. Zij/Hij weet ook precies hoe te toiletteren voor show. De schnauzervacht neemt niet gemakkelijk vuil op. Wassen doe je alleen als hij niet fris ruikt (es ist toll om in de viezigheid te rollen) en borstelen geen soelaas biedt. Uitgezonderd de peper&zout-uitvoering met keihard haar die nog weleens wil verharen als de vacht weer wat langer groeit, ruit de Schnauzer die gründlich wordt bijgehouden (kammen en ontwollen) door trimster en eigenaar nauwelijks tot niet. De enige dennennaalden die je in huis vindt zijn die van de ruizelende Weinnachtsbaum tijdens de gezellige winterse feestdagen.

maandag 12 april 2021

HOE VINDT EEN HOND DE WEG (TERUG)?


Quo vadis? 

Honden oriënteren zich voornamelijk door zintuiglijke waarneming: geur, gehoor en zicht. Hun reukzin is fenomenaal, voor hen is het een fluitje van een cent de neus achterna te gaan. Geluiden nemen hond waar op een vier maal grotere afstand dan mensen – een hond schijnt bij optimale condities het eigen autogeluid zelfs op kilometers afstand te herkennen. Richting bepalen kunnen honden vier keer nauwkeuriger dan wij, ondanks dat hun ingebouwde kompas beduidend slechter navigeert dan bijvoorbeeld dat van een kat. Om de weg te onthouden slaan honden alle binnengekomen informatie op in een interne geheugenkaart. De nucleus caudatus (de staartkern) is een belangrijk onderdeel bij het leren en herinneren, met name de terugkoppeling. Volgens neurowetenschapper Gregory Berns van de Emory Universiteit wordt het gebied actiever na het ruiken van bekende geuren, en het meest actief na het ruiken de baas. Honden onthouden allerlei visuele zaken als oriëntatiepunten die ze saven in een soort virtuele topografische plattegrond. Daarbij bewaren ze de door de eigenaar gegeven reisinformatie, Bijvoorbeeld: we gaan naar huppeldepup, ginder is het altijd bingo, of standaardprocedures zoals bepaalde kledij die hoort bij een bepaalde activiteit. De koppeling verschaft de hond inzicht in waar een bepaalde route naartoe leidt. Een volgende keer herkent hij feilloos waarheen de baas navigeert.

Is elke hond een TomTom op pootjes?

Helaas vindt slechts 8 procent van de speurneuzen zelfstandig de weg terug. DomDomhonden ontbreekt het aan het een en ander. Ze hebben onderweg niet goed opgelet, raken op vreemd terrein hun richtinggevoel kwijt, of zijn volledig van de kaart door de ontbrekende begeleiding. De hond rent in het wilde weg steeds verder, of laat zich afleiden van waar hij naar toe wil. Je kunt stellen dat hoe vindingrijker de hond, des te groter de kans dat hij terugkeert.

Aangepaste route

De hond is een gewoontedier. Aangeleerde regelmaat en rituele routes staan bij oplettende honden in het geheugen gegrift - het is tevens de manier waarop blindengeleidehonden worden geïnstrueerd. Schrikt je hond zo danig dat hij de benen neemt, dan volgt hij waarschijnlijk de bekende (vlucht)weg terug naar start. De route aanpassen zodat je hond geen druk of gevaarlijk punt hoeft over te steken, kan levensreddend zijn.

Aardmagneetveld

Onderzoekers van de Universiteit Duisburg-Essen (UDE)) en de Tsjechische Agrarische Universiteit in Praag hebben ontdekt dat honden naast excellent kunnen ruiken en horen, ogenschijnlijk een intuïtief gevoel hebben voor het aardmagneetveld. Blijkbaar bezitten ze het vermogen om magnetisme waar te nemen. Hierdoor kunnen honden zich bijzonder goed oriënteren. Er werd vastgesteld dat honden, net als is bewezen bij vossen, koeien en watervogels, een magneetzintuig hebben, waarmee ze zich onderweg op de Noord-Zuid as kunnen richten.