Geregeld vliegt de bal, een afzwaaier, van de buurkinderen over de muur. We geven of gooien ze altijd terug*. Pop komt rillend als een geslagen hond naar binnen. Er is iets ernstigs gebeurd. Ze wil niet meer de tuin in en verhoudt zich ineengekrompen. Ze zoekt zelf een voor haar veilig plekje. We laten haar even betijen, misschien valt het mee. Niets kan haar motiveren om naar buiten te gaan, ook niet de straat op. We geven haar (preventief) een pijnstiller. Ze lijkt iets te herstellen - anders hadden we naar de avonddienst van de dierenpraktijk gemoeten. Het blijft een mysterie waar ze zo van geschrokken is. De morgen erop is ze lichamelijk niet fit (pijn, beurs?) en durft ze de tuin nog steeds niet in.
Ik loop een rondje en zie dan pas wat er vermoedelijk gebeurd moet zijn. Tussen de metershoge Russische lavendel waar ze graag mag vertoeven ligt een loodzware leren voetbal, een zogenaamde leren knikker. Als ik de bal oppak, ligt het halve kluifje eronder. Pop moet daar gisteren dus ontspannen hebben liggen kauwen, toen de bal haar hard geraakt heeft. Op haar lieve hoofdje, op de zij, borstkast of achterhand? Ik laat de bal aan haar zien en aan haar gedrag merk ik dat het zo gebeurd moet zijn.
Ze is opgelucht dat we haar begrijpen en dat we uitgevonden hebben wat er gebeurd moet zijn. Arme Pop. Door ons begrip krijgen we haar uiteindelijk zover om mee naar buiten te gaan, om de nare pijnlijke ervaring te neutraliseren. Ze krijgt nog een pijnstiller tegen de pijn.
*1 Als onze bal toen wij schoolkinderen waren over de heg bij de buren belandde, prikte de heks, zoals we haar noemden, de bal voor onze ogen lek.
*2 Zo'n bal kan lelijk aankomen als je erdoor geraakt wordt, vooral als de bal zich als een spons met regenwater heeft volgezogen. Tijdens het spel de bal verkeerd op de kop nemen, doet ook pijn, en als die tegen je bovenbeen gepoeierd krijgt, laat hij zelfs een afdruk achter.

.jpeg)
.jpeg)
.jpeg)
.jpeg)
.jpeg)
.jpeg)
.jpeg)






.jpg)
.jpg)


.jpg)