donderdag 13 mei 2021

HOLLANDSE LUCHTEN

 


Pop geniet van de vrije natuur. 
Genoeg te ruiken, horen, zien en proeven aan het malse gras.
Het mooiste van alles: ze blijft keurig op het rechte en slingerende pad.
Proud mom.

woensdag 12 mei 2021

HONDENHETZE


Het moet niet gekker worden. Door jagers (!) opgehangen posters met foto's van schattige jonge dieren vragen wandelaars om de natuur met rust te laten. Jagers mogen zichzelf tegenwoordig graag faunabeheerders noemen, maar de definitie van een jager is toch echt een persoon die (met een geweer) op jacht gaat. Zij hebben er toch echt het meeste profijt van als er straks tijdens het jachtseizoen voldoende wild is om af te schieten.

PRO HOND

Als liefhebbende hondeneigenaar doet het me vreselijk zeer dat de hond telkens onverdiend in diskrediet wordt gebracht door mensen/organisaties voor hun eigenbelang. Ik ben een positief ingesteld mens, maar ik voel me nu verplicht hierop te reageren. De hond is het enige dier waar je (in te veel gemeenten) belasting voor moet betalen. Voor onze geliefde viervoeters gelden daarbij torenhoge verwachtingen: de hond wordt geacht perfecter te zijn dan de mens. Als dank wordt hem ook nog eens weinig ruimte gegund.

Omdat de ongenuanceerde berichtgeving over de kraamkamer van Moeder Natuur door natuurbeschermingsorganisaties, landschapsstichtingen, jagers, schaapherders de wereld in worden geslingerd, lucht ik hier op mijn eigen blog mijn hart. Ik houd van dieren en van de natuur en denk dat ik die meer in hun waarde laat als de zogenaamde natuurbeschermers want: tegen wie moet de natuur eigenlijk beschermd worden?

Natuurbeschermers beschermen NIET alle planten en dieren, ze beschermen alleen waarvoor ze (subsidie en donaties) betaald krijgen - er bestaan trouwens de meest idiote regelingen. 

Jagers die in het voorjaar jonge aanwas willen beschermen, doen dit om in de herfst prooidieren te generen voor hun hobby. Niet onbelangrijk is daarbij dat fazant, reerug, hazenbout of konijn op het kerstmenu staan. 

Wanneer er een wolf gesignaleerd wordt (geregeld betreft de sighting een hond van het oertype), melden schaapsherders subiet doodgebeten schapen waarvoor een financiële schadevergoeding bestaat. Punt 1: de introductie van een concurrent, de wolf, is willens en wetens in gang gezet. Punt 2: de wolf kan zijn boodschappen niet in de supermarkt doen. Punt 3:  Eén wolf kan in zo'n korte tijd niet zoveel schapenvlees verorberen. NB We hebben zelf meer dan eens meegemaakt dat er in de media gewag werd gedaan van doodgebeten schapen waarvan de nek was doorgesneden. Ik dicht een wolf en hond veel eigenschappen toe, maar omgaan met een mes hoort daar niet bij. 

In het voorjaar wordt er met de lieve lammetjes goodwill gekweekt, men vergeet er gemakshalve bij te vertellen dat die schattige witte wolbaaltjes voordat ze 9 maanden zijn geslacht worden (anders is het geen lamsvlees meer, maar schapenvlees).

De meeste natuur in Nederland is aangelegd. In 1871 verdween het laatste oerbos in Nederland. Een oerbos kun je beschouwen als wildernis, een oorspronkelijk bos dat zich zonder menselijke invloed heeft ontwikkeld en zich handhaaft. Steeds vaker worden groene gebieden (of het beheer ervan) door goedgelovige gemeenten binnen en buiten de bebouwde kom overgedragen aan natuurbeschermingsorganisaties. Niet altijd een goede zaak, zo zien we vaak met eigen ogen. Maar liefst 430 miljoen jaar geleden deden landplanten hun intrede op onze aardkloot. Dagelijks komen er nieuwe soorten bij en verdwijnen er soorten. De natuur past zich net als de mens, aan de omstandigheden aan. Wie de natuur gaat pamperen, verzwakt 'm. Ingrijpen in (aangelegde) natuur zorgt voor disbalans - dat tropische regenwouden beschermd moeten worden is een heel ander (onomkeerbaar) verhaal.

Natuurbeschermers  mijnen met poorten en verbodsregels steeds meer onze natuur, 'hun' gesubsidieerde gebied. In onze omgeving ontstond het afgelopen jaar een opzichtig woud van borden en toegangspoorten. De witte poorten detoneren met de groene omgeving, maar dat is juist de bedoeling schijnbaar. Het moet klip en klaar duidelijk zijn dat zij er de baas zijn, wat zoveel wil zeggen dat honden er niet welkom zijn. De territoriumdrift van de organisaties is zo honds als wat en voor honden hatende natuurbeschermers op zijn zachts gezegd vreemd.

Schapen verspreiden teken en brandnetels en bramenstruiken. Vertrapt een grote kudde niet 'toevallig' een nestje? Gesignaleerd: graafmachines in het bos (die bomen omduwen) tijdens het broedseizoen. Verstoren die niet de rust? Vallende bomen pletten geen dieren (in de dop)? Recreanten die tonnen afval in de natuur achterlaten. Kinderen die vernielingen aanrichten (waar de ouders bij zijn). Enzovoorts. 

Dus vanwaar die hondenhetze? Wat is er van ALLE dieren die rondlopen, zo anders aan  hondjes dat zij zich zo onwelkom moeten voelen in de natuur? Is het de kift dat wij het samen met onze trouwe viervoeters zo leuk hebben? Ziet men 'm onterecht aan voor een gevaarlijke wolf? Het sprookje Roodkapje wordt vaak door belanghebbenden (zoals boeren) als voorbeeld aangehaald om de (van nature schuwe) wolf in een kwaad daglicht te stellen. Het sprookje is ooit verzonnen door de gebroeders Grimm. De moraal van deze onderwijzende tijdsweergave die een waarschuwing voor kinderen inhoudt om vooral hun ouders te gehoorzamen. 'Wie niet op het rechte pad blijft, komt in de problemen.'

Voor mijn tegengeluid heb ik groepen gegeneraliseerd. Met opzet zijn er geen namen of individuen genoemd, dus niemand hoeft zich persoonlijk aangevallen te voelen.

CAIRN TERRIER

(b)engeltje

Tussen de bedrijven door is de snaakse waakse Cairn Terrier on guard op de speciaal voor dit doel verbrede vensterbank. Behendig laverend tussen een kordon metershoge op wacht staande cactussen worden voorbijgangers nauwlettend in de gaten gehouden. Verdachte sujetten worden uitgekeft, naar bekenden wordt gezwaaistaart. En de buurkater? Die waagt zich na slechts één aanmaning niet meer langs het raam en loopt liever een straatje om.

Herkomst en geschiedenis

De uitvalsbasis van de Cairn Terrier is Schotland waar de jachtterrier sinds 1600 bekend is. Landheren en jachtopzieners hielden een community Cairns Terriers in huis(!) voor de jacht op onder andere vos, das, otter en wezel. De aardhonden jaagden behendig op kleinwild in cairns - (graf)heuvels van opgeworpen stenen. Eeuwen later, begin 1900, verscheen de Cairn Terrier op tentoonstellingen en ging hij de boel opvrolijken in the kingdom of stiff upper lips, umbrella’s, high teas, en good manners (beleefde manieren). Het no-nonsense brutaaltje met het guitige snuitje kreeg een verdiend plekje toebedeeld in FCI groep 3 Terriers sectie 2 FCI nummer 4.

Karakter

Bij het beweeglijke breezy (opgewekte) beestje spreek je eerder van temperament. De Cairn Terrier heeft pit en pizzazz. Kerncompetenties: vrolijk, onbevreesd, oplettend, eigenwijs, sluw, zelfbewust en sportief. De levendige Lassies zijn meer dan eens vinnige kattenkopjes. De meer toegenegen laddies met hun dikkere vacht eigengereide decent geklede gentlemen. Veelzeggende termen als naughty by nature (ondeugend van aard), waggish (schalks), witty (geestig), en charming (innemend) zitten in het DNA van de nosy (bemoeial) wervelwind. Met een Cairn Terrier zal je leven allesbehalve monotoon zijn: ze zien overal de lol van in. Niets wat er om hem heen gebeurt, ontgaat het oplettende duveltje-uit-een-doosje.

Sociaal gedrag

Cairn Terriers houden van leven in de brouwerij. Samen bezig zijn: de hond haalt de post uit de brievenbus, jij slaat de krant open, hij zit met zijn gat op het katern dat je lezen wil. Jij schoffelt in de tuin, hij graaft. Jij kokkerelt, de hond proeft. Het spreekt voor zich dat je jouw kleine kabouter niet uit zijn voegen laat groeien.

Cairn Terriers passen prima in een druk (hond- en) kinderrijk gezin, mits ze niet als toy worden misbruikt. Het zijn kindervriendjes voor kids in de leeftijd vanaf 10 jaar. De Cairn Terrier treedt graag op de voorgrond. Enig verwend kind van ouders die veel met haar samen doen, haar bij de dagelijkse bezigheden betrekken, is absoluut een optie. Ik krijg zwaar de indruk dat kinderloze echtparen smelten bij het ras: de hond voegt zich en laat zich bijvoorbeeld als een baby op de arm sjouwen welgevallen. Zelfstandig als ze zijn, kunnen ze prima wat uurtjes thuis achterblijven om je domein te bewaken. Grote mensenbezoek, liefst met wat lekkers, is reden voor een jump for joy (vreugdesprongetje), trots je speelgoed tonen en dansjes op de achterpoten doen. Huisdieren horen bij de inboedel. Mollen, muizen, vogels en katten worden vol verve verjaagd. In de tuin wordt gemuisd en gegraven, maar zelden wordt er wat gevangen. De Cairn Terrier is geen hond die als hij een soortgenoot spot aan moeders skirt of vaders kilt blijft hangen. Tijdens wandelingen kan de speedy fellow plankgas geven om een tegemoet tredende (onbekende) hond onbehouwen op te jagen. Kort bitchy brommen, behoort tot overrompelings- en bluftechnieken.

Opvoeding en beweging

Het vertederende handenbindertje houdt van een vastgesteld vol programma. De kwiekerd hoopt dat je vaste tijden aanhoudt voor graag geziene rituelen. Een Cairn Terrier, hoe schattig ook, behoort tot de weerbarstige soort. Gedecideerd opgevoed, wordt het een heerlijk hondje vol onzin. Dat houdt in dat je als baas best een strenge kostschoolopvoeding mag geven. Grenzen aangeven met oog voor zijn inborst, en je fair en honest opstellen voorkomen een dwingeland. Je laten inpakken door keffen en grommen (ook al lijkt het spel) is af te raden, voor je het weet woefwaft je doggie de hele buurt bij elkaar en wordt je overvleugeld. De reutjes zijn bij dit ras doorgaans aanhankelijker dan de ‘dominante’ tantes. Iron ladies regeer je met strakkere hand.

Als pup kunnen ze door eentonigheid destructief zijn met als vrolijke note dat ze hun eigen speelgoed zelden vernielen. Cairn Terriers zijn nooit te beroerd om een gratis peepshow weg te geven. Het is geen interessantdoenerij: voor een jachthond is het onnatuurlijk dat een prooi (de pluche knuffel met piep) na tig dodelijk beten nog steeds niet het loodje heeft gelegd. Interactieve spelletjes zoals ‘opzettelijk de tennisbal onder de bank laten rollen’ of ‘expres het speeltje oneindig van de bank kieperen’ zijn bedoeld om de baas op de knieën te krijgen. Mocht de baas dit niet begrijpen dan miemelt de Cairn Terrier net zo lang tot de penny valt.

Is aan alle voorwaarden voldaan dan kan de Cairn Terrier met dichte luiken in de relaxstand genieten of simpelweg gelukkig als een frog voor zich uit liggen staren. En zou je pinkogende boefje stiekem nieuwe streken aan het beramen zijn?

Beweging

Volwassen Cairn Terriers vragen om beweging - de dagelijkse portie meet je af aan de rust en tevredenheid die ze thuis uitstralen. Ze zijn gehard en hun borstelige vacht is aangepast op zowat alle weersomstandigheden. Schotland kent een gematigd zeeklimaat met relatief milde winters, redelijk warme zomers en gedurende het hele jaar neerslag. Een hold-on-to-your-hatwandeling, flaneren in lentegeurtjes, slenteren in de zomer of dabben in winterse omstandigheden: de dartele Cairn Terrier gaat met je mee. Het transportmiddel mag de benenwagen zijn, de auto, het openbaar vervoer, of prominent in het mandje op de fiets. Ze kunnen flink vaart maken. Die sprintjes passen bij sporten als flyball en agility. Los laten lopen in hun kenmerkende vrije vloeiende pas doen verstandige begeleiders alleen bij betrouwbare exemplaren, want luisteren op de vingerknip daar moeten ze toevallig wel oren naar hebben.

Gezondheid

Door het gehanteerde preventiebeleid van de rasvereniging lijkt het alsof de terrier een de hele waslijst aan kwalen kent, maar het is een ‘cairngezond’ ras dat goed is voor een langlopend hondenleven van 15 plus. Erfelijke ziekten aantreffen is eerder een uitzondering. We sommen de voornaamste op. Al meer dan 25 jaar worden Cairn Terriers pups getest op portosystemische shunt (levershunt is een aangeboren dodelijke ziekte), waardoor het percentage de laatste jaren stabiel ligt op 0,4%. Een voordeel is dat pups met een goede uitslag de erfelijke ziekte naderhand niet meer ontwikkelen. De Ziekte van Calve Legg Perthes is een ontwikkelingsstoornis bij jonge honden van 6-9 maanden waarbij de bloedtoevoer naar de heupkop wordt gestoord: erfelijke en omgevingsfactoren spelen hierbij een rol. Gedoseerd bewegen en overbelasting van de poten vermijden. Volledig herstel van de ziekte is mogelijk na een operatie. Bij Cairn Terriers van 8 jaar en ouder wordt geadviseerd om regelmatig de nierfunctie te laten testen, zo kan bij nierfalen tijdig worden  gestart met een dieet en/of medicijnen. Ocular melanosis (pigment glaucoom) is een oogafwijking die vanaf 8-jarige leeftijd kan intreden. Ongewenste afwijkingen waarmee de doorsnee huishond (uitgesloten van de fokkerij) prima uit de voeten kan: ondervoor- en bovenoverbijtende gebit, monorchisme, en een knikstaartje.

Verzorging

Cairn Terriers gaan vrij casual gekleed. De sturdy (sterk en stevig) reutjes hebben een overvloedigere haardos dan de wijffies. Hun ruige all weather coat is er in blond, rood, grijs en alle schakeringen gestroomd, variërend van licht gemarmerd tot dark en altijd egaal verdeeld over het lichaam met donkere punten op oren en snuit. Apart: bij de aanschaf van een Cairn Terrier krijg je nooit een kleurgarantie. Het komt namelijk regelmatig voor dat ze zomaar van kleur verschieten.

Geregeld borstelen is een must. Zo verdwijnen dood haar, takjes, en klittenbolletjes uit de dubbele vacht die bestaat uit een zacht kort onderwolletje met een harde ruwe bovenvacht.

De vacht moet twee tot vier keer per jaar deskundig met de hand worden geplukt. Op scheren en knippen staat de doodstraf; al mag je de schaar wel inzetten om de pony, de haren in de liesstreek en rond de voetjes (die geteisterd worden door sneeuwklontjes tijdens winters wit) in te korten. Dun je de verstikkende vacht niet uit dan gaat de hond jeuken en krabben met als gevolg huidproblemen. Wekelijks bijhouden en lichtjes uitdunnen met een stripping knife is een andere mogelijkheid. By the way: atopie (erfelijke aanleg voor het krijgen van een allergie) en huidproblemen komen vaker voor bij de dames: it’s your hormones dear.

De belangen van de Cairn Terrier worden behartigd door de Nederlandse Cairn Terrier Club: www.nctc.nl

dinsdag 11 mei 2021

STAART


Na een regenwandeling op bed de nog vochtige vacht en uitgerolde staart laten drogen

maandag 10 mei 2021

GROUPIE


Pop is opgegroeid met een hele hoop (half)broertjes en -zusjes. Naast de rustmomenten was het spelen en nog eens spelen. Bij ons is ze enig kind. Natuurlijk ontmoet ze elke dag tal van soortgenoten, maar dat is niet zoals je eigen roedeltje om je heen hebben. 

Met de intussen vriendjes geworden honden zijn er onderweg snuffel- en uitwisselingsmomenten, want naarmate de jaren verstrijken wordt het spelen minder. Sinds Byker geregeld meeloopt, merken we dat de rol van groupie haar prima past. Ze voelt zich, omringd door 'familie', extra veilig en gesteund. Het is af te lezen aan haar onbekommerde snoet die non-stop in de lachstand staat. Voor ons is het enig om te zien hoe zo'n hondenroedeltje functioneert.


Allemaal kleine beestjes om je heen. Pop had een topdag.


Gezellig met een groepje optrekken, daar wordt je blij en ook mentaal moe van.

zondag 9 mei 2021

NOORSE BUHUND

De Noorse Buhund haalt het beste uit jezelf

My heartdog Skip

Noorwegen is het dunst bevolkte Europese land. De constitutionele monarchie is voor 70% bebost met naaldbomen en hoe hoger men komt des te minder vegetatie. Als het licht het toelaat gaan Noren in hun vrije tijd graag op tur (op pad) in de natuurlijke habitat van eland, rendier, poolvos en -haas. Geen wonder dat hun bedrijvige Noorse metgezel die behoort tot de Scandinavische spitshondenrassen ook dicht bij de natuur staat. Vondsten uit Vikinggraven tonen aan dat er in die tijd al spitsen op Noorse boerderijen te vinden waren. Deze geloofwaardige voorlopers werden net als de tegenwoordige eenvoudige dorpse fiks ingezet als waakhond, herdershond en hofhond. Het Noorse woord bu betekent 'boerderijtje' of 'stalletje' (denk: stenen hut) en in het Deens 'gehucht. Het geeft daarmee het vroegere gebruik als erfhond aan, waarbij men het begrip `erf´ zéér ruim dient te nemen. Door zijn onderzoekende aard zal hij niet zo standvastig de erfgrens respecteren als zijn Nederlandse collega de honkvaste Keeshond. Een solide afrastering rond je tuin is noodzakelijk.

De werkwillige hondenhulpjes migreerden met het reislustige volk waardoor er binnen en buiten Noorwegen, evenwel niet talrijk, populaties te vinden zijn. Saillant detail: de Noorse Buhund liet op IJsland een sneeuwstempel achter voor de IJslandse Hond. In 1939 werd de Norsk Buhund Klubben opgericht en de rasstandaard bepaald. De FCI dreef de Noorse Buhund bijeen in groep 5 Spitsen en oertypes nummer 237 sectie 3. In 1978 zetten de tarwekleurige Noorse importen hun ovale voet op Nederlandse bodem. Een zwarte minderheid volgde begin jaren tachtig. De totale Noorse Buhunden verzameling omvat hier ongeveer honderd exemplaren.

Uiterlijk

Wees voorbereid op veel bekijks met je attractieve Noorse Buhund. Hij heeft een lieve uitstraling die uitnodigt tot aaien. De kwadratische Noorse Buhund is een typische lichtgebouwde compacte middenklasser (Noorman 43 -47 cm en Noorvrouw 41 - 45 cm) met twee rechtopstaande punten en een krachtige krul die veelvuldig met plezier zwaaistaart. De donkere knikkers harmoniëren met de vachtkleur die uniform zwart of tarwe behoort te zijn. Tarwe mag variëren van crème tot gelig oranje. Het chique sabel komt vaak voor: afzonderlijke zwarte streepjes evenredig verdeeld tussen het haar. Sommigen zijn rond de snuit in meer of mindere mate zwart gepigmenteerd. De partner-in-crème is het meest gezien. 

Karakter

Het manusje-van-alles was allround inzetbaar. Als vernietiger van ongedierte: mollen, muizen en konijnen hebben zijn onverminderde aandacht. Het hoeden van schapen en rendieren: voor het bijeendrijven van ons vee draait hij zijn poot niet om. Bij het geringste teken van onraad slaat de alerte Noorse bewaker aan: als beleefde beveiliger slaat hij een modderfiguur - de baas mag poolshoogte nemen na zijn waarschuwing. De toegewijde gezinshond heeft een hoog knuffelgehalte en is dol op positieve aandacht van (zijn) mensen: als je het leuk aanlegt, doet hij alles voor je. We onderstrepen de volgende kwaliteiten: sensitief, dynamisch, vernuftig, agiel, scherpzinnig, onbekommerd, voorkomend, enthousiast, zelfstandig, vrolijk, leergierig, zelfbewust, humor, en avontuurlijk. De moedige Noorse Buhund is bij Thor (de god van de donder) nergens bang voor. Hij is een verwoed en gedreven graver. Geen molshoop, konijnenhol of muizengat laat hij links liggen, iets om rekening mee te houden tijdens wandelingen in het wild en in de keurig aangeharkte tuin. Hoewel een jachtinstinct niet aanwezig hoort te zijn bij dit ras zijn er zeker jagers op (klein) wild – de jachtige uitvoering zal men met veel geduld en trucjes aan zich moeten binden tijdens het loslopen. Gezien zijn verleden als werkende hond heeft hij aanzienlijke beweging nodig. Het liefst rent hij onaangelijnd door de natuur op ski-snelheid waar deze hond graag verkoeling in (ondiep) water zoekt. Doordat ze van gelijkwaardigheid houden, kunnen ze super opschieten met soortgenoten, die soms doldriest doch goedbedoeld benaderd worden, of waarbij ze conflictvermijdend gedrag vertonen. Mits ze genoeg uitdaging, beweging en voldoende mentale afleiding krijgen zijn het binnenshuis aanhankelijke en stille honden: een tevreden Noorse Buhund ligt op zijn rug met de poten wijdbeens ongegeneerd richting walhalla (de hoogst bereikbare hemel) uit te rusten. Wordt er te weinig met de Noorse Buhund gedaan dan zal hij zelf op onderzoek uitgaan en zijn eigen(wijze) bezigheden zoeken. Zoals bijzonder blaffen. Dit keffen in de overtreffende trap staat bekend als yap, yelp of yippen. Met een consequente begeleiding van pup af aan is deze luidruchtigheid binnen de perken te houden. De sportieve Noorse Buhund houdt van afwisseling en actie en ab-so-luut niet van saai. Dankzij zijn zachtaardige karakter kan bijna alles met grenzeloze liefde, begrip, engelengeduld en op een speelse manier worden aangeleerd. Dwang werkt averechts! Door zijn clevere en nieuwsgierige aard leert hij kunstjes in rap tempo, want eindeloos oefeningen herhalen ligt hem niet.

Gezondheid

Het ras kent helaas een rasspecifieke aandoening: PNC (Pulverulent Nuclear Cataract) in de wandelgangen Buhundcataract genoemd. Het is gewenst fokdieren te laten onderzoeken op erfelijke oogafwijkingen. Buhunden met zichtbaar PNC worden op dit moment (vanwege de beperkte en nauw verwante fokbasis) nog niet uitgesloten van de fokkerij mits zijn/haar partner wel PNC vrij is. Een geteste pup waarbij geen PNC is vastgesteld, is niet automatisch genetisch vrij. Het pleit ervoor om PNC uit te bannen: het leidt nooit tot blindheid, maar geeft wel in meer of mindere mate zichtbelemmering. Voor de volledigheid qua gezondheid: er zijn Noorse Buhunden bekend met Patella luxatie, epilepsie en HD (heupdysplasie).

Verzorging

Het kortharige Noorse dekentje heeft weinig verzorging nodig. De dubbele vacht (een zacht dicht onderwolletje met stevig aanliggende toplaag) voorzien van een halsbontje, borstbefje en bescheiden franje aan de achterzijde van de poten, is waterafstotend en vuilwerend. Een Noorse Buhund in puike conditie geurt niet en ziet er altijd uit om door een ringetje te halen. De hond is bestand tegen weersinvloeden van een droog landklimaat (temperaturen boven de 15° ervaart hij als warm), een gematigd zeeklimaat met milde en regenachtige winters en tot 40 graden onder nul. Een wekelijkse onderhoudsbeurt volstaat. De rui verkort je door loskomende vlokjes er met een zogenaamd herdersharkje uit te borstelen. Trekt hij zomers zijn jakke uit dan helpt badderen ook om haren kwijt te raken.

zaterdag 8 mei 2021

LUIPAARDEN

 

 Lees de eerdere blogs over de paarden: dieren in nood & paardengetrappel

Update over de luie paarden, luipaarden zoals mijn mam dat zou verbasteren. Na Wims telefoontje dat we vader en veulen al dagen alleen maar zagen liggen, voegde de paardenfokker onmiddellijk een kudde toe. Luiheid blijkt aanstekelijk, want in plaats van actief te worden, leggen de kuddepaarden zich ben het duo neer.

vrijdag 7 mei 2021

NOORSE LUNDEHUND

Lenige Lundi (Pippi - www.lundehund.nl)

Out of the blue stond daar een nieuwsgierige Noorse Lundehund (spreek uit: Loendehoend)  bij mijn Noorse kees op de kade. Hij had zijn landgenoot rap gespot. ‘Dag Noors neefje’, bevestig ik. Twee vlotte tieners met zwemvest komen aangehaast en zijn verrast dat ik hun exoot herken. ‘Skip komt ook uit Noorwegen, vandaar’, leg ik de link. ‘De onze heet Bjork’, klinkt het in koor.Hij  De naam leverde volgens de spraakzame broer en zus geregeld verwarring op. Zus Annika plaagt nog wel eens door broer Bjorn te laten apporteren in plaats van Noorse Lundehund Bjork. Of ze roept: ‘Bjorn’ en dan komt Bjork een hond met humor, aangesjeest. Het is lachen met die Lundies.

Herkomst en geschiedenis

Honderden jaren leefde de Norsk Lundehund geïsoleerd op het eiland Værøy; op Røst na de meest zuidelijke gemeente van de Lofoten archipel. Daar, en periodiek ook op andere Noord-Noorse eilanden, ging de Noorse Lundehund op expeditie. Destijds droeg hij de bijnaam ‘Måstad hond’ naar Vikingkoning Måstad die zijn eigen Noorse Lundehunden liet vogelen en schapen drijven. Tegen de rotswanden langs de kust (de vogelklippen vormen nog steeds een toeristische trekpleister) vingen Noorse Lundehunden in grotten, gangen en spelonken weggedoken papegaaiduikers en stalen ze hun eieren uit broedholen. De kleine elastische spitshond is een staaltje vernuft, speciaal ontworpen voor deze missie. Door de flexibele schouderpartij kunnen de ‘armen’ zijwaarts uitgespreid worden - zo omhelsden ze de rotsblokken. De grijpgrage handjes zijn ovaal en naar buiten gedraaid. Ze zijn voorzien van minimaal zes tenen, waarvan er vijf deel uitmaken van de poot zelf en hebben acht zoolballen. De achtervoeten zijn ovaal en naar buiten gedraaid met minimaal zes tenen aan elke voet waarvan vier volgroeid. Zij hebben zeven zoolballen. Voorts bezit de Noorse Lundehund een plooibare zwanenhals: zijn nek kan ver achterwaarts buigen. Door deze uitrusting kan hij zich in alle bochten wringen, staat hij stevig op de poten en heeft hij maximale grip op en tussen een glibberige en steile ondergrond. Als extraatje heeft hij functionele rechtopstaande rechthoekige schelpen: door de buitenranden samen te knikken, worden de gehoorgangen afgesloten. Op die ingenieuze manier krijgt nattigheid geen kans in de ooropening te sijpelen.

De overgang van de vangst met netten moest voorkomen dat de papegaaiduikerpartij drastisch leden verloor. De maatregel had als bijkomend effect dat de werkeloze Noorse Lundehund in de bijstand terechtkwam. De teloorgang zette nogmaals in toen de Lundefugl (Noors voor papegaaiduiker) een beschermde diersoort werd. Als jachthond op een onbejaagbare prooi leek het Lundielot bezegeld, maar het oudste Noorse ras revancheerde zich weer en vond van lieverlee emplooi als gezelschapsdier. Als noordelijke jachthond schaart hij zich in de FCI groep 5  Spitsen en Oertypes  sectie 2  nummer 265.

Karakter

Er wordt steevast gefocust op de curieuze verschijningsvorm van de Noorse Lundehund. Door al dat gekoketteer met uiterlijkheden zou je bijna voorbij gaan aan zijn fijne zachtaardige karakter. Schrander, kwiek, temperamentvol, alert, eigenzinnig, en vrijgevochten: het is de Noorse Lundehund ten voeten uit. De warmbloedige hond uit koude streken stooft graag loom wordend voor het haardvuur, verhit zich langs de radiator, en pruttelt op de net door jou verlaten warme zitplek verder. Best uitgekookt, toch? Want opgewarmd dient de aanhankelijkerd zijn eigenaar weer als bedkruik. Die verhaalt als dank over trollen uit de Noordse mythologie: enge reuzen met een geweldige kracht en onmetelijke macht. Daarom brengt de Noorse Lundehund voor de zekerheid zijn buitentijd gezamenlijk door met (stief)broers en -zussen; je weet immers maar nooit. ’s Morgens plukken de kleine Noormannen- en vrouwen buiten vol verwachting de dag. Niet omdat ze zo lang mogelijk van de middernachtzon willen profiteren (in de winter is er slechts enkele uren per dag licht, in de zomer schijnt de zon ’dag en nacht’), maar omdat de beweeglijke oerhond beslist (omheinde) pure natuur om zich heen nodig heeft. Dit om zich met zijn aanverwanten in alle rust uit te leven, te modderen, te rollen in de koeienmest en op onderzoek uit te gaan. Hem teleurstellen met een balkon of stadstuintje daar kan geen sprake van zijn.

Sociaal gedrag

De aanhalige Noorse Lundehund zoekt constant aansluiting bij zijn familie. De gezellige hond is er voor jou en zijn genoegen. Ze houden het urenlang op schoot of naast je vol. Het is kostelijk om te zien hoe ze ontspannen, rusten en slapen in voor andere rassen onuitvoerbare poses: met de nek dubbelgevouwen tegen de muur, achterwaarts naar beneden van de bank af, of de poten ongegeneerd wijdbeens omhoog richting walhalla (de hoogst bereikbare hemel). In de nek kriebelen is het summum van gelukzaligheid. Dat laten ze merken door te snorren als een kat. Klef mag je de Noorse Lundehund absoluut noemen. De naloper peddelt je overal achterna, omdat hij behept is met verlatingsangst. Lundies willen zich pertinent niet eenzaam voelen. Dat, én omdat het enig is om ze met elkaar bezig te zien, zijn de belangrijkste redenen voor toegenegen eigenaars om een veelvoud Lundies onder hun vleugels te nemen. Als kindervriend heeft de Noorse Lundehund een behoorlijk incasseringsvermogen; hij duldt best veel om te laten zien hoeveel rek erin zit. Ze zijn speels en kunnen dat gedrag uren volhouden. Dat ze niet meer professioneel op jacht gaan, deert hen niet. Ze donderjagen net zo lief met de eigen soort of andere (huis)dieren waarmee ze zijn opgegroeid - vissen en vogels daargelaten. Favoriete bezigheden zijn met een trits treintje spelen, tikkertje, behendige luchtsprongen maken, de poes ‘pesten’, snuffelen en hun neusgierigheid bevredigen. De gastvrije Noorse Lundehund is totaal niet agressief. Dat wil daarmee niet zeggen dat hij over zich heen lopen. Bij een thuisontmoeting met een vreemdeling kan hij territoriaal gedrag vertonen, en een drammerige concurrent wordt zonder pardon met een grauw en snauw op zijn nummer gezet.

Opvoeding en beweging

Juist vanwege hun pienterheid heb je de handen vol aan de opvoeding van je vrije vogel. Hun zelfstandige aard verbiedt hen simpelweg mak in het gareel te lopen. Voer een liefdevol beleid van tolerantie en handhaving. De Noorse Lundehund heeft een haarscherp gehoor. Alert als hij is, slaat hij snel aan met een schelle kef. Laat ‘m vanaf jongs af aan een toontje lager, want anders krijg je de Noorse Lundehund later als hij groot is moeilijk het zwijgen opgelegd. Ergens buitenaf gaan wonen waar niemand er zich aan stoort, is natuurlijk ook een optie. De relatie met Thor (god van de donder) kan zomaar naar de bliksem gaan. De Noorse Lundehund kweekt angst en gaat stress vertonen bij harde geluiden. Probeer hierop te anticiperen. Zindelijkheid is een vloeibaar begrip bij de Lundies. Uit eigenwijsheid zijn de meesten pas tussen de zes en negen maanden proper. En zelfs daarna gebeuren er nog ongelukjes. Je voelt al nattigheid bij regen- en onweer. De Noorse Lundehund die in barbaarse weersomstandigheden allesbehalve op zijn gemak is, watert - net in die seconde dat jij wegkijkt - gewoon waar hij staat. Waarbij hij ervoor zorgt zelf geen vochtige voeten te krijgen, want de hond is doorgaans waterschuw. Zwemmen doen ze, uitzonderingen daargelaten, niet voor hun plezier, hoogstens dippen ze om af te koelen bij tropische waarden.

Een Lundenhundengemeenschap heeft aan een dagelijks kwartiertje aan het lijntje lopen voldoende. Ze volgen hun eigenaar los (net als hun voorgeslacht bij de vissers deed), totdat hun jachtinstinct aangewakkerd wordt en het volledig overneemt. De zelfstandige jager hoort je terugroepen, maar gehoorzamen is er niet bij. De Noorse Lundehund komt pas terug als hij klaar zijn. Vrijlaten kan louter daar waar geen gevaren op de loer liggen. Een andere vorm van vertier voor de lenige Lundehund kan de behendigheidssport beoefenen zijn. Hun brede poten en extra tenen zijn bij uitstek geschikt steile wanden (zoals de A-schutting of de kattenloop) te beklimmen en de soepele, losse ledematen geven hen een voorsprong vanwege de bijzondere wendbaarheid.

Gezondheid

De gezondheid van de Noorse Lundehund kent eigenlijk maar één zwakke plek. Gemiddeld een op de tien heeft last van een ernstige spijsverteringsaandoening. Het zogeheten Lundehundsyndroom of Intestinale Lymphangiecstasie (IL). Genezing is nog niet mogelijk. Wel kun je met een uitgebalanceerd dieet de buik in balans proberen te houden. Voer als basis brokjes voor de gevoelige maag. Volg verder het karige menu van zijn voorvaderen: gekookte kip, gevogelte, gedroogde vis, witte koolfilet, een gekookt eitje en bessen. Elke dag vaste ontlasting is hierbij maatstaf. Op die wijze blijft meteen de spanwijdte van de hond mooi in model. Want ook de Noorse Lundehund is er als de k(l)ippen bij als hij de koelkastdeur hoort.

Ooit is er door inteelt* (vanwege de geïsoleerde ligging en de beknopte genenpoel) onbedoeld beslist om IL te vererven. Daarom heeft de Noorse Lundehund Club besloten de basis te verbreden. Het ras wordt via een experimenteel programma met geselecteerde fokkers onder streng wetenschappelijk toezicht (crossbreeding) veredeld met een vleugje Noorse Buhund, IJslandse Hond en Norrbottenspets. Een nobel streven, maar of nieuw bloed het gewenste resultaat oplevert, zal pas over generaties bekend zijn. *Wereldwijd zijn er momenteel ruwweg 1200 Noorse Lundehunden, in Nederland blijft het aantal door ‘aanvoer en uitval’ hangen rond de 70.

Verzorging

Het verfpalet van de vacht kent fraaie kleurschakeringen, net als het fascinerende fenomeen noorderlicht. Roodbruin tot bruingeel met min of meer zwarte haarpunten, of zwart of grijs, altijd met witte aftekening of wit met donkere aftekening. Bij ouderlingen zie je navenant meer zwart in de dekharen dan bij de jeugd. De Noorse Lundehund heeft ruwe dichte dekharen met een zachte onderlaag. Rondom zijn nek heeft hij een bescheiden opstaand boordje. De poncho van de Noorse Lundehund vraagt weinig onderhoud. Kammen doe je eigenlijk alleen tijdens de twee ruiperioden en douchen is pas gewenst bij meurende honden die zich in de viezigheid hebben gerold.

De Noorse Lundehund valt samen met zijn Noordse collega’s onder de vlag van Scandia, Vereniging van Liefhebbers en Fokkers van Scandinavische Spitshondenrassen: www.scandia-rasvereniging.nl. Bron: www.lundehund.nl.

donderdag 6 mei 2021

BEWEEGLIJKE BORDER TERRIER

De Border Terrier kun je bestempelen als een onopvallende middenklasser met een opvallende borstelige snor. Niks mee. Want overweeg je een Border Terrier, dan kies je namelijk voor de Koninklijke Keuze. Onze gewezen vorstin, Prinses Beatrix, is namelijk liefhebber van dit ras. In mijn hoofd zie ik haar ’s morgens vroeg, nog voordat haar kapsel stormbestendig met plenty haarlak is getoupeerd, te paard met haar Border Terriers langszij over het royale landgoed draven.

Herkomst en geschiedenis

De Border Terrier was een grensganger, zijn naam verklaart dat al. Zijn roots liggen op de scheidslijn tussen Engeland en Schotland, zo ongeveer in de Cheviot Hills. Boeren hadden daar een probleem met vossen die hun vee doodden. Ze fokten een hond met een behoorlijke actieradius wiens forte het was om de vos uit zijn hol te drijven, wanneer die zich daarin verschanste voor de aanstormende drift Hounds. Deze terriër was smal genoeg om zich in vossenpijpen te begeven en kon conditioneel gezien bereden paarden met gemak bijhouden.

In het recente verleden bestond de taak van de Border Terrier nog uit het jagen op otter, vos, das, marter en klein wild zoals muizen en ratten. Het vangen van een prooi was voor hem tevens een manier om te overleven. Vaak was het zo dat eigenaars hun hond geen kant-en-klaar maal voorzetten in de hoop dat dit een nog vuriger jachtinstinct aanwakkerde.

De Border Terrier anno nu geniet een status aparte. Hij is de enig overgebleven werkende terriër in een oorspronkelijke verschijning binnen zijn rasgroep. Het essentiële exterieur van de twaalfponder: weinig spek op de ribben, lange poten, dikke losse huid die beschermt tegen beten en ruwe vegetatie, en een bepaalde ruglengte waardoor de hond flexibel (ondergronds) kan manoeuvreren. Ondanks dat de jacht op vos en marter in Engeland tegenwoordig verboden is, wordt de Border Terriër keer op keer ingezet bij de vossenjacht. In 1920 werd het ras erkend: FCI groep 3 sectie 1.

Karakter

Het beweeglijke Border Terrier ras bestaat als dubbelpakket: twee voor de prijs van één, om het in een populaire reclameterm uit te drukken. De standaard Border Terrier komt in beeld als een vriendelijke, vrolijke, aanhankelijke, en rustige hond. Een ongecompliceerd, gezeglijk en puur beestje. De binnenvariant geniet van zijn status als huis- en gezelschapsdier en stelt geen al te hoge eisen aan zijn omgeving of aan zijn eigenaar mits hij voldoende aandacht en uitjes heeft.

De Busy Buiten Border jaagt en vertoont moedig gedrag. Hij is een actieve zelfstandige met een oplettende natuur. Hij kan vinnig zijn op een non-agressieve manier: je kunt de hond uit de terriër halen, maar niet de terriër uit de hond.

Sociaal gedrag

De Border Terrier behoort een allemansvriendje en meermanshond te zijn. Hij hangt aan zijn eigenaars en hun familie en kennissenkring. Hun bezoek accepteert hij als vanzelfsprekend. Voor de kinderen en hun vriendjes is de gangbare Border Terrier een lieve levendige kameraad om voor hem geëigende spelletjes mee te doen. Van wezen uit leeft hij graag in harmonie, daarom zal hij, indien opgevoed, de regels van het huis accepteren. Je kunt hem houden als ‘enig kind’ of met een hele zwik. Zijn aanpassingsvermogen is weergaloos. De Border Terrier heeft een voorliefde voor paarden die altijd met het ras verweven zijn geweest. Niet zo gek gezien de geschiedenis. Met de kat des huizes zal hij, mits fatsoenlijk aan elkaar voorgesteld, goed overweg kunnen. Met katten waar hij niet mee is opgegroeid, kan dat nog weleens anders uitpakken, dan zijn de hoge kreten niet van de lucht! Met kleine huisdieren (hamster, cavia, konijn of kooivogels) is hij gezien zijn jachtige talenten minder te vertrouwen. Dat uit zich eens te meer in uw tuin. De Border Terrier is een verwoed en grensoverschrijdend graver. Ruikt of hoort hij wat buiten zijn grensgebied, dan is hij in no time daar; dit met dank aan zijn vermogen om zich door de smalste opening te wurmen. Heb je niet constant zicht op jouw Border in de border - zijn wereld is immers grenzeloos - dan is het een geruststellend idee om onderlangs de schutting een versteviging aan te brengen.

Opvoeding en beweging

Voor de schrandere Border Terrier hoef je geen hoogdravende kynologische diploma’s te bezitten. De zachtaardige hond beschikt over een will-to-please: een grote mate van bereidwilligheid om het zijn eigenaar naar de zin te maken. Hem is eenvoudig het een en ander bij te brengen. Wel vereist zijn hondenkennis en, net als bij elke hond, striktheid en duidelijk zijn. Ook een Border Terrier moet zijn grenzen (leren) kennen. Voorts is begeleiding tijdens kennismakingen en het leren omgaan met prikkels van buitenaf (denk hierbij aan harde geluiden) gewenst. De Border Terrier kun je zien als een onbedorven ras. Hij weet wat er van hem verlangd wordt en handelt daarnaar. Een doorsnee basisopvoeding, al dan niet naar de hondenschool, volstaat om de hond te laten functioneren binnen een gezin. Met africhten of drillen bewerkstellig je eerder het tegendeel van dat wat je wilt. En dat de gezinshond occasionally achter een uitdagend konijn aan wil, is de terriëraard.

Doorgaans zal de atletisch gebouwde Border Terrier die voldoende lichaamsbeweging en afleiding krijgt (pups en volwassen honden zijn vrij vitaal), thuis ‘buiten dienst’ zijn. Wonen in een appartement of huis zonder tuin is prima mogelijk mits de hond qua uitloop aan zijn trekken komt: hij kan heerlijk loom dutten (op schoot). De hond waakt, maar is geen bovengemiddelde blaffer. Hoe ouder de Border Terrier, hoe milder en bedaarder hij wordt. De Border Terrier houdt van lange wandelingen (drie keer per dag een blokje om is bij uitzondering een optie), jagen, langs de fiets rennen om zijn uithoudingsvermogen te testen, flyball, trailen, graven en zelfs de behendigheidssport. Als het aankomt op ongedierteverdelging is hij de beroerdste niet: een muizenval zul je nooit aan hoeven te schaffen.

Gezondheid en verzorging

Volgens de Raad van Beheer kent het ras geen ernstige rasgebonden afwijkingen. Wel wordt CECS (Canine Epileptoid Cramping Syndrome) gerelateerd aan het Border Terriërras. In Nederland is het syndroom bekend onder de naam Spike’s disease. Het ziektebeeld wordt in de praktijk vergeleken of verward met epilepsie. CECS wordt gekenmerkt door het aanvalsgewijs optreden van spierkrampen van poten, hals en/of rug. Als blijkt dat het om een voedsel- of glutenintolerantie handelt, kunnen met een (raw food of glutenvrij) dieet goede resultaten worden bereikt. De universiteitskliniek voor gezelschapsdieren in Utrecht doet momenteel onderzoek naar krampaanvallen bij Border Terriers. De aandoening komt in bepaalde Border Terrier families vaker voor, wat doet vermoeden dat het een erfelijk probleem betreft. De Nederlandse Border Terrier Club voerde in 2011 een meldpunt in dat de taak heeft om alle voorkomende problemen op het gebied van gezondheid en gedrag te inventariseren. Tijdens verplichte shows kan de Border Terrier zijn middelmatig korte en aan de basis dikke staart laten hangen. Geen nood. Het gaat hier om een rasspecifieke eigenschap die tot uiting komt: totale desinteresse omdat hij liever werkt of buiten struint dan binnen in een propvolle hal de show te stelen.

De hond met het otterhoofd schijnt dus een sterk gestel te hebben. Zijn ruige vacht is weer- en waterbestendig. Hij heeft een dubbele vacht. Dat wil zeggen: een harde bovenvacht die als een dakpan fungeert en een isolerende wollen onderlaag. De sturdy & scruffy (stevige en warrige)  beharing van Snorrewitz borstel je als onderhoud met enige regelmaat door met een eenvoudige echt haren borstel. Eens per half jaar, als de vacht plukrijp is, moet deze geplukt worden. Dit test je door een plukje tussen duim en wijsvinger te nemen en met de groeirichting mee te trekken. Laat het dode haar gemakkelijk los, dan moeten jij of de trimster aan de slag. Waar het op aankomt, is dat de complete bovenvacht pluk voor pluk (met uitzondering van het garnituur: snor, wenkbrauwen en sik) met vinger en duim verwijderd wordt. De schaar mag je eventueel gebruiken voor de haren op de gevoelige buik en voeten. Als je het op de juiste manier doet, is het pijnloos. Voor de Border Terrier is het zelfs een plezier om verlost te worden van de oude vacht (vergeet de binnenkant van de oren niet). Hij krijgt jouw volledige aandacht en wordt fijn verzorgd. Dat alles met als resultaat een nieuw schoon onderhemd, want alleen de ondervacht is achtergebleven. Laat je het plukken achterwege dan ontstaan er onherroepelijk huidproblemen zoals jeuk en schilfers. Daarom biedt scheren geen soelaas: de oude vacht wordt hiermee alleen gekortwiekt, maar niet verwijderd. Na ongeveer twee weken trek je het restant van uitstekende sprietjes uit. Het plukken is prima zelf aan te leren. In de vakhandel zijn vingercondooms die voor meer grip zorgen, verkrijgbaar. Ze vergemakkelijken het plukken omdat ze stroef zijn. Indien de hond het een te lange zit vindt, kan de vacht in gedeeltes worden geplukt. Hij zal er geen problemen mee hebben om half ontkleed over straat te gaan. Zoals we al aangaven: om zijn looks geeft de Border Terrier bar weinig.

De belangen van de Border Terrier worden behartigd door de Nederlandse Border Terrier Club: www.borderterrier.nl

woensdag 5 mei 2021

M & M

 
Ons verwende apekoppie heeft maar liefst twee Tanteliefs: 
Marly (op de foto) en Mieks. Hoe zou dat nou komen??