maandag 1 maart 2021

WATERWEETJES

Tijdens de vrieskou is het populaire watertappunt niet beschikbaar om de dorst te lessen

Huishonden laven zich aan de drinkbak, slurpen regenwater in de tuin en lebberen onderweg met smaak uit een sloot. Verwende viervoeters van bekende sterren pimpelen bubbels uit een flesje. Kluifje informeert over de inwendige waterhuishouding en drinkpatronen van honden.

Waterverbruik

Hoeveel water drinkt een hond gemiddeld per dag? De richtlijn voor wateropname per dag is circa 50 ml water per kg lichaamsgewicht, met een marge voor extremen in grootte (mini of XXXL). Vocht haalt de hond uit de met kraanwater gevulde waterbak of een natuurlijke bron, uit natte voeding, en groenten en fruit. Overmatig water wegklokken, gebeurt door onder andere: de temperatuur - uitdroging van de slijmvliezen door een warmtebron zoals de brandende haard of loeiende verwarming binnenshuis of in de auto, de hete zon, een warme omgeving, hijgen bij inspanning, een zogende teef, suikerziekte, hoge bloeddruk, baarmoeder- of blaasontsteking, medicijnen (zoals Prednisolon), zoute voeding, sterk gekruid eten en zoete koekjes. Honden die veel urineren of diarree hebben, raken gedehydrateerd. Gevolg: ze worden dorstig. Het verloren gegane vocht wordt gecompenseerd door H2O in te nemen. Drinkt je hond voortdurend veel zonder schijnbaar aanwijsbare aanleiding, haal dan niet gelijk de waterbak weg; dit vanwege uitdrogingsgevaar. Achterhaal eerst de oorzaak en los deze (samen met de dierenarts) op.

Waarom wordt een hond ziek van excessieve wateropname?


Ongemerkt kan een hond buitensporig zoet water binnenkrijgen. Denk hierbij aan opname tijdens het zwemmen, een apporte uit het water halen, spelen met de tuinslang, happen naar een spuitende fontein, snorkelen in een teiltje enzovoorts. Gezonde honden die uit gewoonte zuipen, moeten matigen. Breng hem bij zich te beheersen, door bijvoorbeeld aan te geven 'genoeg', of neem een kleinere maat drinkbak die je geregeld bijvult.

Net als bij mensen kan een hond behoorlijk ziek worden door watervergiftiging. Het lichaam krijgt meer water binnen dan dat het verwerken kan. Er komt een proces op gang (organen raken in de war, de elektrolytenverhouding raakt verstoord, het bloed en lichaamseigen stoffen worden verdund waardoor er een tekort aan natrium ontstaat) waarbij water uit de lichaamscellen onttrokken wordt. Lichaamscellen beginnen te zwellen en een hond (en ook een mens) droogt in rap tempo uit. Daarmee ontstaat een levensbedreigende situatie. Voortvloeisel: misselijkheid, braken en/of overmatig kwijlen, sloomheid, coördinatieverlies (wankele gang), opgezette buik, bleke slijmvliezen, sloomheid, verwijde pupillen en tot slot ademhalingsproblemen, bewusteloosheid en coma. Vertoont de hond meerdere van deze symptomen dan rest er slechts één ding: met spoed naar de dierenarts. Door het zoutgehalte in het bloed te meten, kan deze de diagnose overdosis stellen en adequaat handelen.

Waarom moet er vers water klaar staan bij een brokkendieet?

Natvoer en versvoer bevatten flink wat vocht. Uit droge, geperste of geëxtrudeerde brokken is het water grotendeels onttrokken. Logisch dat een hond die brokken heeft gegeten dorst krijgt én bij moet tanken: de droge substantie wil zich in de maag namelijk volzuigen met vocht. De droge stof vermengt zich met water en krijgt zo zijn oorspronkelijk volume terug.

Waarom prefereren honden regenwater?

De hond loopt met een rotvaart de gevulde waterbak voorbij om zijn dorst met regenwater te lessen. Je kent het vast, maar weet je ook waarom? Volgens het WML (Water Maatschappij Limburg) is daar geen onderzoek naar gedaan. Misschien trekt de hond naar een natuurlijke bron om zich nog een beetje wolf te voelen. Het meest voor de hand liggend is echter: de smaakbeleving. Het reukzintuig van een hond is zeer sterk ontwikkeld. Voorbeelden: binnengedrongen reuk in het plastic, de waterbak die een residu van afwasmiddel bevat, of juist niet goed is schoongemaakt. Gezuiverd leidingwater bevat een te verwaarlozen percentage kalk (varieert per gebied) dat wel de smaak beïnvloedt; kraanwater is harder dan regenwater dat zuriger is. De waterbak in de keuken is op kamertemperatuur, buiten schommelt de temperatuur al naar gelang het weer. Het voordeel van leidingwater is dat je er op kunt vertrouwen dat er zich geen bacteriën of ziekteverwekkers in bevinden. Ondanks dat regen vervuilende stoffen kan bevatten, mag je hond van vers gevallen regenwater slobberen. Let wel op of de regenpoel niet besmet is met ontlasting of urine, bestrijdingsmiddelen, chemicaliën of mest. Neem op lange tochten, bij hitte of wanneer je van te voren weet dat je nergens schoon natuurwater tegenkomt een gevuld drinkwaterflesje mee.

De kwaliteit van natuurwater

Filmachtige laagjes op of kleuring van het water kunnen duiden op bacterievorming. Helder of troebel water zegt niets over de betrouwbaarheid van het water. Riskante chemicaliën bijvoorbeeld laten water zuiver ogen, terwijl modder onschuldig drabbig water verdacht maakt. Jij hebt je net als ik vast al menigmaal afgevraagd waar de olie die op poeltjes en kuiltjes in natuurgebieden drijft vandaan komt. Ik hield er in ieder geval de honden altijd verre van. Was de door de bossen scheurende pick-uptruck van de boswachter de boosdoener of motorcrossers wellicht? De oorzaak bleek iets genuanceerder, nadat ik bij Stichting Natuurmomenten had geïnformeerd. Olievervuiling middenin de natuur is meestal loos alarm. Het vliesje op het water is geen olie, maar afkomstig van bacteriën die ijzer afbreken. Je ziet het vaak in gebieden met kwelwater - kwelwater is ijzer bevattend water dat uit de aarde opborrelt. Bij twijfel bestaat er een handig testje. Steek een stokje of je vinger in het water. Bij olievervuiling vloeit het vlies snel dicht, bij ijzerbrekende bacteriën blijft het open staan.

Waarom mag een hond geen alcohol?

Een hond is sneller dronken dan een mens die het tigvoudige lichaamsgewicht van een hond heeft. Het promillage in het bloed na een glaasje alcohol is al gauw 1 promille. Ter vergelijking: bij een mens tref je na twee glazen 0,5 promille aan in het bloed. Alcoholeffecten: diarree, braken, ademhalingsproblemen of een coma. In eerste instantie doen zich onzichtbare problemen voor: beschadiging van de hersenen, hartproblemen en uitdroging. Eigenaars willen hun angstige hond nog weleens een 'onschuldig' advocaatje om slaperig van te worden, geven. Gevaarlijk, want een zogenaamd dutje kan uitmonden in een black-out. Om de alcohol uit het bloed af te voeren moet de lever harder aan de slag. Gebleken is dat leverbeschadiging bij honden heftiger optreedt dan bij de mens. Iets te vieren? Samen toosten, doe je zo: de hond krijgt een bakje water, zijn mens heft het glas.

Waarom is (zout) zeewater gevaarlijk voor honden?

Zeewater drinken zullen de meeste honden na de eerste gulzige slok achterwege laten. Toch kan een hond door in de golven happen, door met de 'inlaadklep' open tijdens het zwemmen, of door telkens na een duik genomen te hebben de vacht schoon te likken, stiekem te veel zeewater en dus zout binnenkrijgen. Zilt water onttrekt vocht uit het lichaam: terwijl je drinkt, droog je uit. Door het binnengekregen zeewater raakt de waterhuishouding ontregeld en de zoutbalans verstoord. Gevolg: de hond voelt zich hondsberoerd. Het zout veroorzaakt irritatie aan het maag-darmkanaal met als gevolg braken en diarree en zich over het algemeen een dagje beroerd voelen. Soms moet een hond zo excessief braken dat de dierenarts er aan te pas moet komen. Honden kunnen overlijden aan watervergiftiging.

Vochtinname

Drinken doe je met mate. Het vochtgehalte houdt een hond op peil door verdeeld over de dag in etappes water in te nemen. Natte voeding, brokjes wellen in lauw water, zelf getrokken zoutloze (kippen)bouillon, water aanlengen met een smaakje, of een waterfonteintje kunnen een oplossing zijn om honden die te weinig vocht binnenkrijgen (denk ook aan de hond als patiënt) aan het drinken te krijgen. Worstwater, bouillon in glas of van blokjes is bremzout en dus ongezond voor de hond. Tijdens rennen en na overmatige inspanning met mate slokjes water innemen of even wachten met drinken. Een koude plens (ijs)water in de buik kan net als sneeuw happen of ijsjes eten een ontsteking in het maag-darmkanaal veroorzaken.

zondag 28 februari 2021

POOTJE BADEN

 

Cruzer in liefdevolle herinnering

De Jack Russell tweeling had de eerste beginselen van het zwemmen nauwelijks onder de knie. Sterker nog: tot de ellendige gebeurtenis hadden ze buiten geen enkele ervaring opgedaan om zeebenen te krijgen.

Amper vijf maanden is de breedste van de twee, wanneer ze verstrikt raakt in een waslijn en haar rechtervoorpootje breekt. Vette pech, haar zorgeloze jeugd is voorbij. Er bestaat maar een geschikte remedie. Het betekent zes weken absolute rust houden. Dat lijkt simpel, maar hoe houd je een uiterst beweeglijke pup, die naarmate ze langer in de bench moet verblijven zeer ongedurig wordt, rustig. Enfin, met kalmerende medicijnen lukte dat uiteindelijk redelijk.

Om na de herstelperiode spierkracht op te bouwen werden aqua- en fysiotherapie aangeraden. Beide behandelingsmethoden konden de eigenaren zelf doen. Door een fysiotherapeut werd uitgelegd welke bewegingen gestimuleerd konden worden door middel van massage. Thuis zwom de dappere doorzetster in de whirlpool letterlijk tegen de stroom in. Ze hielden haar drijvende door middel van een tuigje. De eerste slagen waren wat onwennig, maar ze leerde vlot. Spoedig crawlde ze als een bezetene in het lauwwarme badwater en behaalde ze haar A diploma.

Haar bescheiden, ranke zusje toonde voorheen in geen enkele wateractiviteit interesse. Zij heeft andere hobby’s zoals jagen. De enorme hoeveelheid positieve aandacht die haar zwemmende zusje ten deel viel, was echter voldoende om haar te doen besluiten eveneens het ruime sop te kiezen. Voor haar moedige debuut verkoos zij niet een publiekelijke duik in het koude meerwater, maar een onverwachte, anonieme sprong in de badkuip. Ze moet gedacht hebben: voordat ik het diepe inga, trotseer ik eerst het veilige kikkerbadje. Slaag ik voor het watertrappelen pas dan volgt een openbaar optreden inclusief een daverend applaus vanzelf!

zaterdag 27 februari 2021

KOOIKERHONDJE


van eigen bodem

Langs een boomgaard met kersen- en pruimenbomen loopt een gezellig gezette Gelderlander met een werpstok op zijn janboerenfluitjes. Het bijbehorende onvermoeibare Kooikerhondje draaft met constant sierlijk wuivende staart af en aan met een gewezen tennisbal, ondanks zijn hijgende roze lap. De ooit gifgroene vezelige bal belandt voor mijn voeten. Ik trap de bal weg die uitrolt op het B-weggetje. Het Kooikerhondje pikt ‘m op, legt hem voor me neer en nodigt me met gezakte voorpoten en een voorkomend vragend scheef gehouden kopje uit om nogmaals een balletje op te gooien. Met Nouw seide wah begonne, knoopt de kale kletsmajoor een causerietje aan. ‘Bertje is balverslaafd. Apporteren is het enige afleidingsmiddel gebleken om “vreemde eenden in de bijt" niet aan te schieten. Voor ons is hij superlief, maar hij kennie overweg met de mennekes, hè’, legt de man bijna verontschuldigend uit. ‘Die reutjes zijn gewoon stuk voor stuk jaloers omdat hij zo’n mooierd is’, keer ik het om.‘Daar zou u best eens gelijk in kunnen hebben’, stemt de man met een plooiend gelaat en een bevestigende uitgestoken wijsvinger in.

Herkomst en geschiedenis

Nederland werd een eendenkooiland omdat het op de route van trekvogels ligt. De eerste kooien zijn een slordige duizend jaar geleden gebouwd. Er waren er destijds ongeveer eenzelfde aantal. Tegenwoordig bestaat het vaderlandse erfgoed nog uit zo’n slordige honderd kooien waarvan in twintig nog eenden worden gevangen. Hetzij voor onderzoek naar de eendenstand, trekroutes en vogelgriep of voor (horeca)consumptie: een wilde eend gevangen met het vernuftige kooisysteem levert bijna twee keer zoveel op als een geschoten wilde eend, dit omdat hij geen beschadigingen heeft en/of hagelkorrels bevat.

De Kooikerhond was het verlengstuk van de kooibaas in de eendenkooi. Een eendenkooi is een soort vijver met een taps toelopende bochtige sloot met aan weerskanten een dichte rietmattenwand met daarvoor dakpansgewijs opgestelde rietmatten, die eindigt in een met gaas overdekte vangpijp met fuik. De kooiker gooit ’s morgens voer in de vangpijp voor de bij de kooi behorende tamme eenden. De hongerige en nieuwsgierige wilde broeders die ze ’s nachts hebben gelokt, zwemmen niets vermoedend de lokeenden achterna. Dan is het de beurt van het door de kooiker met handgebaren (alleen met absolute rust is het goed eenden lokken en vangen) aangestuurde kooikerhondje. Hij jaagt de eenden niet op, maar verleidt de watervogels met zijn zwaaiende pluimstaart om steeds verder de vangpijp in te zwemmen. Door steeds even achter de schermen te verdwijnen en zich weer te vertonen, worden de verder de pijp in zwemmende eenden alsmaar gretiger. Eenmaal om de bocht zien de domme eendjes de vijver niet meer en gaan ze in volle vaart vooruit, waar ze in het vanghokje terechtkomen. Met een ferme ruk aan het touw trekt de kooiker de klep dicht. Hopla, hij hoeft ze alleen nog maar de nek om te draaien.

Begin vorige eeuw raakten de eendenkooien in onbruik en werden er geen boerderijhonden meer opgeleid als kooikerhond. Driewerf hoera voor Baronesse van Hardenbroek van Ammerstol die het plan opvatte om een aantal verdwenen oer-Nederlandse rassen weer tot leven te wekken. Voor het Kooikerhondje zocht ze het platteland af naar rood-witte spanielachtigen die te zien zijn op 17e en 18e eeuwse schilderijen. De hierop gebaseerde modellen zijn de nieuwe oogst. Het vangsysteem is dus oeroud, maar het huidige Kooikerhondje dateert uit de jaren veertig. Dat mag zich om die reden een van de eerste designerhonden noemen. Over de rasnaam kunnen we kort zijn: nomen est omen. De naam voorspelt het al: de hond van de Kooiker. Het Nederlandse fabricaat streek neer in FCI groep 8: Retrievers, Spaniels en Waterhonden, sectie 2 FCI nummer 314.

Karakter

Een rondgang langs liefhebbers/eigenaars leverde het volgende plaatje op van de niet onverdienstelijke boerderijhond/eigendommenbewaker schuine streep klein ongedierteverdelger. Vrolijk en vriendelijk, goedaardig, gevoelig, waaks zonder luidruchtig te zijn (hij blaft nooit ongegrond), attent, en terughoudend naar vreemden. Het kooikerhondje is zeer gesteld op zijn omgeving en omringt zich graag met zijn eigen vertrouwde mensen. Thuis laat hij zijn flexibele aanpassingsvermogen zien: kalmte en bescheidenheid worden afgewisseld met speelsheid en een bruisende levenslust. Al naar gelang het individu is hij pittig of lief. Echt, er bestaan ongecompliceerde lieverds onder de Kooikerhondjes, maar er zijn er ook die bezoek de deur uitkijken. Nog ééntje om positief af te toppen: absoluut trouw aan de baas voor wie hij in hoge mate bereid is te werken.

Sociaal gedrag

Het Kooikerhondje plaatst zijn baas(jes) op een voetstuk, de overige gezinsleden en gewaardeerde aanloop zijn ook vrienden voor het leven. Maar de vriendelijke donkerbruine doppen staan niet vanzelfsprekend garant voor sociaal gedrag. Hij is meer een hond om enkelvoudig te houden, dan gaat alle aandacht naar hem uit. Alleen blijven is geen punt als dat is aangeleerd. Nogal wat Kooikerhondjes zijn blijf-van-mijn-lijf-individuen: truttige teven en bitse reuen die venijnig uit de hoek kunnen komen. Hun contactuele eigenschappen laten soms te wensen over. Zij zijn niet zo publieksvriendelijk, minder toegankelijk voor kinderen, of halen onverwacht fel uit naar honden - afhankelijk van het type ( temperamentvol of onzeker) zal hij bij een aanvaring grauwen of uitwijken. Met aanwezige huisdieren daarentegen zijn de verhoudingen klasse, van katten nemen ze zelfs handige manieren over.

Kooikerhondjes zijn gevoelig voor lawaai. Niet zo vreemd gezien hun voormalige professie. Het houdt wel in dat ze vaak allesbehalve ongedwongen met (rumoerige) kinderen en hun vriendjes omgaan. Alles steeds met de kanttekening dat er ook jofele uitvoeringen tussen zitten.

Opvoeding en beweging

Het kiene Kooikerhondje gedijt het best met een leidersfiguur met naturel overwicht. Hij heeft een competente leerschool nodig. Geen harde stem of harde hand maar wel een strikte aanpak.

De eigenaar doet zijn voordeel met zijn knappe koppie, zijn opmerkzaamheid en zijn enthousiaste ijver. Een hond die zijn plaats niet weet, doordat zijn baas te toegeeflijk is, zal vroeger of later zelfregulerend met de bek gaan optreden. Kooikerreuen hebben daarbij een meer standvastiger aard, maar wel meer de neiging om baas in eigen huis te worden dan Kooikerteven. Na het doorlopen van de cursussen voor pups, beginners en gevorderden laat jouw beste maatje het nooit afweten.

Het Kooikerhondje is werklustig, hij kan de hele dag in touw zijn. Je tuin hoeft niet per se hermetisch afgesloten te zijn: het Kooikerhondje is honkvast en blijft Rundumhause. Hij moet zich fysiek en mentaal kunnen uitleven, anders breekt hij de tent af. Vrije beweging door veel met hem op pad te gaan: de lichtvoetige hond kan los van de lijn in een hoog tempo lopen, anticipeer wel bij niet-vriendjes. Zijn spieren gebruiken bij sport en spel. Spelletjes stimuleren het leervermogen van de hond en bevestigen de goede band tussen hond en baas. Kunstjes doen, ballen, apporteren, behendigheid en hooperen liggen helemaal in zijn straatje.

Gezondheid

Ook het Kooikerhondje kampt met gezondheidsproblemen, al zorgt een restrictief fokbeleid en een gedegen registratie van de Vereniging het Nederlandse Kooikerhondje ervoor dat de gevallen van de opgesomde ziekten en aandoeningen drastisch verminderen. Ondanks dat door de verplicht gestelde testen op Patella luxatie (aandoening waarbij de knieschijf spontaan uit de groeve van het kniegewricht schiet), Von Willebrand (bloedstollingsziekte) en ENM  zowat heeft uitgeroeid binnen de populatie, blijft het stigma van laatst genoemde door de term Kooikerverlamming aan hem kleven. ENM (Erfelijke Necrotiserende Myelopathie) bekend als Kooikerverlamming en leukodystrofie: een neurologische aandoening waarbij de witte stof in het ruggenmerg wordt aangedaan dat leidt tot verlamming. Het voortschrijdend proces openbaart zich meestal tussen de leeftijd van 6 - 15 maanden. Het begint met het verliezen van de normale staartspanning, slepende achterbenen (‘dronken waggelen’)en breidt zich zo uit naar voren. De lijder ervaart geen pijn, maar het verloop van de ziekte is zo ernstig dat de hond maximaal voor het tweede levensjaar geëuthanaseerd zal moeten worden. Tijdens recentelijk onderzoek is de veroorzaker, het gemuteerde gen, gevonden. Dat houdt in dat er een exactere test beschikbaar is gekomen waarvan de kosten worden vergoed door de vereniging.

Op kleine schaal doen zich cataract (troebelingen in de lens), distichiasis (aandoening waarbij een of enkele wimperharen op de ooglidrand zitten waar ze niet horen) en epilepsie (ziekte die zich kenmerkt door herhaalde plotseling intredende aan- of toevallen al dan niet met het verlies van het bewustzijn) voor. Helaas komt (Poly)myositis wel voor. Dit is een auto-immuunziekte die een chronische ontsteking van een of meerdere spieren veroorzaakt waardoor deze niet meer naar behoren functioneren. Het uit zich in spierzwakte in de aangedane spieren: slik- en eetproblemen, skeletproblemen of een combi van deze twee.

Verzorging

De middelmatig lange, goed aansluitende aankleding verliest permanent haren, waarbij teven vaker afscheid nemen van hun haren dan de reuen. Het advies om je omgeving redelijk haarvrij te houden is: regelmatig borstelen van het lijf, de elegante langbehaarde oren met aan de tip een sliertige zwarte sluier en de bevederde staart met witte pluim. De vochtbestendige vacht die weinig vuil vasthoudt, is wit met oranje platen: uiterlijke trekjes die een mooi verbond sluiten met het vaderlandse rood-wit-blauw. Borstelbeurten kun je aanbieden als totaalpakket: vooraf een aangename massage en daarna de vachtverzorging.

vrijdag 26 februari 2021

ZANDHAAS

 


Muizen huizen in het gras.
Of Mice and Pop


Kaasje voor Pop.
Mice are everywhere.


Een snoekduik in een (mieren)zandberg
Norbies sneeuwneus is niet gemaakt voor grondverzet 
Pop sticks her nose in a (ant)sandhill


Ze ruikt en hoort ze. Wij zien ze. Pop is telkens te laat.
She smells en hears them. We see the mice.


No cat in the box, but she enjoyed herself for an hour.
Geen buit, maar ze was een uurtje druk mee.

Snorkend komt ze tussen de halmen te voorschijn.
Het vermindert nadat ze water heeft gelebberd.
Grasaartjes in de neus van al dat gesnuffel? Oei, gevaarlijk.
We hebben geluk dat we toevallig foto's hebben gemaakt.
Want daarop zien we dat ze haar neus 
in rul zand heeft gestoken. Geruststellend. 
We blazen de neus van onze zandhaas door et voilà.

donderdag 25 februari 2021

AUSTRALIAN SHEPHERD

Aussi

Dat de alsmaar populairder wordende Australian Shepherds multitalenten zijn, bewijzen de in Nederland (én bij de buren) wereldberoemde Lappi en Pete van creatief trainer Judith Lissenberg. Maar zijn deze alleskunners wel representatief voor hun rasgenoten? En wellicht nog belangrijker: kan iedere eigenaar eruit halen wat erin zit?

Herkomst en geschiedenis

In tegenstelling tot wat de benaming doet vermoeden heeft niet Australië de Australische herdershond gemijnd, maar de Verenigde Staten. Vanwaar dan toch die verwarrende benaming? Het zit zo. De veronderstelling is dat de huidige Australian Shepherd een afgeleide is van herderende en veedrijvende Carea Leonés uit Spaans Baskenland. Tegen het einde van de 19e eeuw emigreerden de schaapherders van daar naar Australië omdat er ginder meer emplooi te vinden was. Begin 1900 zetten Australische Merinoschapen vergezeld van hun twee- en viervoetige herders voet aan wal in het land van de ongekende mogelijkheden. Noord-Amerikaanse fokkers kruisten deze Australische afstammelingen met Europese honden. En zo werden het dus de Verenigde Staten waar de veelzijdige little blue dog zijn American dream waarmaakte als een veelzijdige herdershond voor op farms en ranches. Na WOII liftte de hond mee op het succes van het western horseback riding. Tijdens drukbezochte shows en rodeo’s vertoonde de Australian Shepherd zijn met humor doorspekte kunstjes van ladders beklimmen tot touwtje springen. Sommige van hen drongen zelfs door tot het witte doek van Doggywood oeps Hollywood. In 1957 werd ASCA (Australian Shepherd Club of America) opgericht en in 1991 erkende de AKC (American Kennel Club) de hond. In 1996 honoreerde de FCI het ras met toetreding in groep 1 Herdershonden en veedrijvers sectie 1 nummer 342. De Australian Shepherd, geroemd om zijn aanzienlijk uithoudingsvermogen en zijn sterke hoed- en drijfinstincten, kreeg ‘Aussie’ (slang voor een oorspronkelijke Australiër) als verkorte bijnaam.

Karakter

De vriendelijke en vrolijke Australian Shepherd is gelijkmatig van aard, leergierig, smart, eigengereid, oplettend en waaks – je eigen erf of stock beschermen door een indringer in de broekspijp te hangen hoort bij het recht op zelfverdediging. Zijn loyaliteit behoort zijn familie toe. Hij is dus op en top Amerikaans. Bij het starten van een nieuwe dag is het rise and shine. Zijn vertrouwen in eigen kunnen is big: niets lijkt hem onmogelijk. Zijn nosy neus dwingt de zelfstandig opererende hond om ongevraagd op onderzoek uit te gaan. Als workaholic mag saai niet in zijn dictionary voorkomen; laat je deze hond met zijn ziel onder de poot lopen dan wordt hij bijzonder vervelend. En holy cow wat kan die Aus eten. Zijn onstilbare honger verlangt porties in groot-enorm-gigantisch. Geloof je nog steeds niet dat hij toebehoort aan het land van pancakes, bacon and eggs en fast food, doe dan de test: zet hem een kangoeroebiefstuk en een hamburger voor en verbaas je over het resultaat.

Sociaal gedrag

Onderling verstaat het ras zich als geen ander, rasgenoten begrijpen elkaars doen en laten perfect. Dat is ooit ontstaan tijdens de samenwerking bij het veedrijven waar ieder zijn eigen inbreng/taak had: zo’n hele koeienkudde in je uppie bestieren, zou óverdrijven zijn. Daarom nemen veel eigenaars ze meestal in pairs. Bij de introductie van een ander slag is begeleiding noodzakelijk. Australian Shepherds zijn van wezen uit terughoudend naar vreemden. Maar reuen kunnen haantjesgedrag tegenover seksegenoten demonstreren. Besteed daarom veel aandacht aan op welke manier ze met elk individu moeten omgaan. Skip je dat coachen dan blijft de hond neigen naar contactarm. Thuis zal de toegenegen Australian Shepherd graag in dezelfde ruimte verblijven als jij, niet aan je zijde, maar wel in de buurt. De eigengereide hond vraagt zelf wel om aandacht. Ongevraagd voor zijn neus staan voor een aai leidt tot bukken en wegwezen. Hij gaat nu eenmaal graag zijn eigen gang. Het alles-is-van-Bassiesyndroom is geheel van toepassing op de bezitterige Australian Shepherd. Speeltjes en kluifjes zorgen voor een levendige en sluwe (ongemerkte of te laat bemerkte) ruilhandel als er meerdere honden in een huishouden aanwezig zijn: mag ik mijn afgekloven kluif ruilen met jouw big bone? De stoelendans is een gezelschapsspel dat de Australian Shepherd met zijn eigenaar speelt: sta jij van je stoel op, dan springt hij er meteen op: that’s mine! Plaats vergaan, is opgestaan. Vanwege zijn zelfstandig functioneren, heeft hij weinig moeite met een poosje alleen thuis blijven.

Opvoeding

Weet waar je aan begint. De Australian Shepherd is voor ervaren hondenouders. Side effects zoals overmatig blaffen, hielenbijten, en jagen op bewegende voorwerpen (bijvoorbeeld langs de tuinafscheiding) wil je liever voorkomen. De volhouder bezit geen will to please. De spirit om te wedijveren, is bij hem doorslaggevend. De Australian Shepherd behoort tot de Pepsi generatie die laat volwassen wordt: lang leve de lol en doen wat je graag doet. Ondertussen is hij wel bloedfanatiek wanneer hij bezig is. Dat kan leiden tot een overgestimuleerde hond, omdat de verwachtingen van Aussie eigenaars vaak erg hoog liggen. Als de Australian Shepherd iets in zijn kop heeft, dan heeft hij dat niet in zijn blokkige bips. Als iets hem interessant lijkt, wil hij dat grondig uitzoeken en dan brengt niets of niemand hem van dat plan af. Hij neemt dus zelfstandig beslissingen en vindt van zichzelf dat hij hier ook toe in staat is. Sure, als working dog in the old days werd van hem verwacht dat hij de kudde in beweging hield.

Bij het opvoeden motiveer je hem door ‘m uit te nodigen en voldoende afwisseling (thinking outside the box) in te bouwen. Gooi alles in de strijd van actief mee- en voordoen tot stemmetjes met een hoog Disneygehalte. Lekkers is ook een prima opkontje. Opdrachten vervult hij slechts omdat het hem netjes gevraagd hebt en hij dat leuk vindt. Blijf bij hem op, want de wakkere hond kan heel charming zijn zin door drijven. Na gedane arbeid is het goed rusten. Pluspunt van de Australian Shepherd is dat hij een aan- en ausknop heeft. Zit het werk en/of de dag erop dan wentelt hij zich ergens in huis langs een muur op de rug met de poten in de lucht, of gaat zijwaarts met uitgestrekte buik en de voetenparen op elkaar liggen.

Commentaar geven op jouw handelen doet de Australian Shepherd via woofi. Als een opdracht of vraag onduidelijk voor hem is, hij iets niet snapt, dan beantwoordt hij dat met een blaf van ‘wat moet je nou’. Kritiek op bepaalde zaken die hem niet aanstaan, blaft hij ‘ik weet verdomd goed wat ik wil en kan en dat is niet wat jij van me vraagt’, of als je te langzaam bent, blaft hij je aan met ‘schiet eens op!’

Beweging

De gedreven werkhond is meer ranch (platteland) dan urban (stads). Hij is nogal ruw en lomp, voldoende lenig om direct van gang en richting te veranderen, en wendbaar genoeg om een trap van de hoeven te ontwijken. Koeien hebben hun hielen nog niet gelicht, of de hond hang erin; een beet is bedoeld om de hoefdieren in beweging te krijgen. Showlijnhonden zijn ietsje minder fanatiek. Voor beide geldt: bied je hem geen actie aan, dan zoekt hij zelf vervangende bezigheden. Een verveelde Australian Shepherd amuseert zich met wat er voorhanden is; dat kan destructieve gevolgen hebben. Tracking (de Aussi is bovenmatig geïnteresseerd in zijn omgeving), reddingswerk, koeien en eenden drijven (in Friesland), reizen, showen, trainen, (ASCA) agility, stockdog, rally-O, obedience, kunstjes en trucs, breitensport, flyball, frisbee, Treibball, doggydance en breinbrekers liggen de competitieve Australian Shepherd goed. Blijf steeds alert dat je niet te veel druk op de hond legt.

Gezondheid

Net als veel rassen kan er bij de individuele Australian Shepherd sprake zijn van (erfelijke) gezondheidsproblemen: HD (heupdysplasie), ED (Elleboogdysplasie), ECVO, en een defect aan het MDR1 (Multi drug resistance 1 gen). Het verplicht testen van fokdieren die aangesloten zijn bij de belangenbehartigers moet verhinderen dat er met dragers wordt gefokt. De uitslag van een DNA test van zijn of haar Aussie is voor elke eigenaar vooral belangrijk wanneer de hond een medische behandeling moet ondergaan. Is het MDR1 gen aanwezig dan is de hond overgevoelig voor specifieke medicijnen, ontwormingsmiddelen, parasietenbestrijders en voor bepaalde narcosemiddelen. Bijwerkingen kunnen zijn: darmstoornissen, vomeren, epileptische aanvallen, in coma geraken en zelfs overlijden.

Verzorging

De Australian Shepherd heeft een cocktail aan staarten: van staartloos tot kwartjes, halve, driekwart en hele. Apart zijn de diverse oogkleuren. Ook de halflange steile of licht gegolfde vacht voorzien van een dikke onderlaag, is een bonte melting pot: blue merle & red merle (deze wordt donkerder naarmate het vorderen van de leeftijd), black tricolor & red tricolor met wisselvallige copper of white mashups. Om de paar dagen de outfit borstelen en kammen volstaat, al zien honden die regelmatig bij de trimsalon komen er pas echt dashing uit.

woensdag 24 februari 2021

WATERPROOF

 


Het is lang geleden dat mijn twee Labrador retrievers voor het eerst kennis maakten met het meer, maar ik herinner het me als de dag van gisteren. De ene bleek een echte waterrat en dook er terstond in. Als adolescent zou hij ooit, tot over zijn oren verliefd, naar de verre overkant zwemmen omdat daar zijn hartendief liep: een Labby teef op wie hij sinds heugenis verkikkerd was. Duiken kon hij als geen ander. Vooral stenen van grote omvang die wij voor hem in het water plonsden, genoten zijn duidelijke voorkeur. Elke keer verdween hij finaal onder het oppervlak. Tijdens het snorkelen zag je de bellen uit zijn neusvleugels naar boven stijgen. We markeerden de bemoste stenen door er een kruisje in te krassen. Al rap hadden we in de gaten dat hij heel bedreven, de gemerkte keien opdook, terwijl er wel duizenden identieke lagen. Ja, hij was een echte uitblinker.

Onze andere Lobbes vond zichzelf, hoe vreemd dat mag klinken, niet waterproof. Hij voelde telkens voorzichtig met één teentje in het ondiepe of het niet te koud of te nat was. Elke confrontatie met water meed hij het liefst. Bij voorkeur banjerde hij op veilige afstand wanneer hij nattigheid voelde. Behalve als het kwik opliep tot boven de 25 graden. Dan wilde hij weleens een behoedzaam bad nemen. Vooropgesteld dat het meer er als een spiegel bij lag en er werkelijk niemand in zijn nabijheid kwam. Dat zijn poten verkoeling zochten vond hij prima, maar een nat pak halen was er niet bij. Was er louter een enkel rimpeltje in het water te bespieden dan kwam hij er als de wiedeweerga uit of ging er zelfs helemaal niet in. Zou hij niet beseft hebben dat hij als Labrador was voorzien van een waterafstotende jas en unieke zwemvliezen tussen zijn tenen? Zijn drijfveer om niet met water in aanraking te komen, hebben we nooit begrepen. Wel weten we dat hij van zijn aangeboren standaarduitrusting zelden gebruik heeft gemaakt!

dinsdag 23 februari 2021

KLUIVEN


Nog niet zo lang geleden verkochten we ons honderd jaar oude huis. De nieuwe bewoners vatten gelijk het plan op om de gedateerde woning en de verwilderde tuin te moderniseren. De grote tuin wordt als eerste flink op de schop genomen en ze doen daarbij een lugubere vondst. Tijdens de graafwerkzaamheden duiken in de grond tientallen vreemde lappen halfvergane huid op. De huidige eigenaren bellen ons nieuwsgierig op en vertelden van de merkwaardige ‘bodemschatten’. Het is helemaal geen griezelige aangelegenheid, maar we staan wel versteld. Het blijken overblijfselen van buffelbotten te zijn die wij voor onze toenmalige kieskeurige hond kochten.

Jarenlang dachten we onze hond hiermee een plezier te hebben gedaan, terwijl hij niet had geweten hoe gauw hij het bot in de tuin moest wegmoffelen. Nietsvermoedend hadden we geld gespendeerd aan iets waar de hond duidelijk zijn neus voor optrok. We hadden beter moeten weten. Eigenlijk genoten geurige soepbotten als kauwmateriaal de voorkeur maar hij liet dan telkens, als je te dicht in zijn buurt kwam, vals en hebberig zijn tanden blikkeren. Daarom kreeg hij ter gebitsreiniging kluifjes van geperste buffelhuid. Als je echte botten gewend bent, is surrogaat blijkbaar niet te verhapstukken. Hoe zijn tanden al die jaren toch zo parelwit zijn gebleven is een raadsel. Zand schuurt waarschijnlijk niet alleen de maag, maar ook het gebit.

maandag 22 februari 2021

VLINDERHONDJE


Fladderend door het leven

Zie ik een Vlinderhondje dan moet ik meteen aan Henkie ons vroegere buurhondje denken. Hij was 17 jaar lang het troetelkindje van het bejaarde echtpaar en tippelde viermaal daags fier de eigen straat op en neer. Verder kwam hij nooit en Henkie vond dat best. Tegenwoordig gaan ook jongere mensen tot aanschaf over. Ze hebben de veelzijdigheid en het werkvermogen van dit lang miskende, sportieve ras ontdekt en beoefenen er tal van hondensporten mee. 

Herkomst en geschiedenis

De Epagneul Nain Papillon en Epagneul Nain Phalène zijn in Nederland beter bekend onder de naam Vlinderhondje en Nachtvlinderhondje. Het is één en hetzelfde ras dat uitsluitend in de standaard van elkaar verschilt door de oren: de Papillon (vlinder) heeft grote staande oren met veel franje eraan die doen denken aan vlindervleugels. De Phalène (mot) bezit hangende oren. De meningen over de oorsprong van deze dwergspaniëls zijn verdeeld. Sommigen zijn ervan overtuigd dat het ras uit het Verre Oosten komt, anderen menen zeker te weten dat de oorsprong in Spanje en Italië ligt. Vanuit Italië werden veel van dergelijke hondjes gekocht en verkocht. Zij vonden vooral hun weg naar de hoven van Frankrijk, Italië en Spanje. Over het algemeen kon alleen de adel deze hondjes betalen: hoe petieterig, hoe prijziger. Ergens in de 19e eeuw kwamen er opeens hondjes met staande oren, vermoedelijk door inkruisen van een ander ras. De naam Phalène is pas in 1955 vastgesteld. Voor die tijd werden de honden met hangende oren Epagneul Nain Continental genoemd, of gewoon dwergspaniël, eekhoornhond of pastoorshond. Ook in België nam de popularité tot ongeveer midden 20e eeuw toe. Onze zuiderburen stelden samen met Frankrijk de rasstandaard op en ze gelden daarom gezamenlijk als land van oorsprong.

Karakter

Het Vlinderhondje dat binnen groep 9 sectie 9 van de FCI classificatie valt, is een uitgesproken gezelschapshondje: vriendelijk en aanhankelijk, levendig, speels en waaks maar geen overdreven blaffer. Bij de huidige generatie zou men eraan toe kunnen voegen: charmant, leergierig, onvermoeibaar en … allez: soms een tikkeltje ondeugend. Deze petits chiens beschikken over een stabiel karakter, werklust en joie de vivre. Het multitalent kan worden ingezet van gezellige schoothond tot energieke sportieveling.

Sociaal gedrag

Het Vlinderhondje is voor elke liefhebbende eigenaar geschikt die voldoende aandacht aan hem besteedt en tijd genoeg heeft om met hem te wandelen en spelen. Alle Vlinderhondjes zijn per definitie verknocht aan hun eigenaar(s) en voelen zich thuis in elke setting. Hij is van wezen uit ongecompliceerd, maar zeker geen gedwee typetje. Een Vlinderhondje past in een gezin met kinderen mits ouders erop letten dat hij een leven als hond kan leiden en niet als speelgoed wordt gebruikt. Hij kan ook terecht bij senioren en zorgt daarbij naast zijn functie als gezelschapsdier voor de nodige sociale contacten.

Bij de aanschaf baseert de toekomstige eigenaar de keuze voor een reu of teef het best op de omstandigheden. Zal het Vlinderhondje een tweede hond worden, dan gaat de voorkeur in de meeste gevallen naar een hondje van dezelfde sekse als de eerste uit. Er zijn différences individuelles die met persoonlijkheid en niet met geslacht te maken hebben: de een is wat onafhankelijker dan de ander. Er zijn pittige teefjes en bazige reuen, maar beide geslachten hebben een vriendelijk temperament. Ze kunnen op een speelse manier uitdagend zijn naar andere honden en houden op zijn tijd van een plagerijtje.

Opvoeding en beweging

Het lichtgewichtje met zijn circa 28 cm en 2,5 kilo wordt in eerste instantie vaak gekozen om het parmantige en zelfbewuste uiterlijk dat gepaard gaat met nogal wat enthousiasme. Tel daarbij zijn elegante en vlotte gang op en je zou hem de haute couture onder de kleine rassen kunnen noemen. Hij is leergierig en daardoor gemakkelijk op te voeden. Maar elke hond is te verpesten. Is de eigenaar te toegeeflijk en geeft deze geen duidelijke grens aan van wat wel en wat niet mag, dan kan hij zich wel degelijk ontwikkelen tot een brutaaltje. Zo zal men bedelen, bijvoorbeeld door middel van overvloedig pootjes of kusjes geven, consequent moeten negeren.

Over het algemeen vergezelt het Vlinderhondje hun eigenaar tijdens uitstapjes omdat het formaat très transportable is. Alleen thuisblijven is daardoor niet altijd het sterkste punt van dit gezelschapshondje. Hij is geen hersenloze prêt-à-porter poupée die bedoeld is om aan te kleden. Gedragen worden door de huidige hond-als-handtasjegeneratie daar zijn deze actieve hondjes ook niet voor in de wieg, eh mand, gelegd. Ze bewegen graag. Wandelen, spelen met soortgenootjes, frisbeeën, agility, dog dance, apporteren of los rennen in het bos of shows lopen: een Vlinderhondje is bijna overal voor in. En mocht u een keertje minder tijd hebben, dan schikt hij zich zonder mitsen of maren.

Miskend sportief talent

Vlinderhondjes zijn tegenwoordig graag geziene deelnemers bij agility wedstrijden. Het echtpaar Ietje en Henk Postma toont aan dat je meer dan recreatief met het Vlinderhondje bezig kunt zijn. Zij trainen, coachen en lopen agility wedstrijden op het hoogste niveau. Hun Vlinderhondjes presteren succesvol in deze behendige tak van sport gezien de goedgevulde prijzenkas. Men zou het Vlinderhondje met recht de nouveau Border Collie kunnen noemen.

Gezondheid en verzorging

Helaas kunnen er bij individuele Vlinderhondjes erfelijke ziektes voorkomen: patella luxatie, en PRA. Daarom gelden er voor de ouderdieren van aangesloten fokkers van PPCN preventieve screenings.

Patella luxatie is een van de meest voorkomende orthopedische aandoeningen: het van de plaats schieten van de knieschijf, waarbij deze naast het gootje kan komen te liggen waar hij normaal in hoort te zitten. Het vaakst komt de incidentele (habituele) vorm voor, waarbij de knieschijf naar binnen schiet. Men onderscheidt verschil in ernst (graad) en richting waarin de knieschijf zich verplaatst. Afhankelijk van die mate wordt vastgesteld of er sprake is van overgangsklasse dan wel graad 1 t/m 4. Bij de laatste is er sprake van een voortdurende verplaatsing van de knieschijf waarbij deze niet eens meer op zijn plaats te krijgen is.

PRA, Progressieve Retina Atrofie of retinadegeneratie is een groep van netvliesafwijkingen die tot blindheid leidt. Het begint meestal met slecht zien in het donker (nachtblindheid) en leidt uiteindelijk na enkele jaren tot volledige blindheid. Er bestaat geen behandeling voor PRA. PRA ontwikkelt zich vaak pas na het derde of vierde levensjaar. Voor die tijd is er aan de hond niets te merken en bij het oogonderzoek ook niet te zien. Voor een aantal rassen, waaronder het Vlinderhondje, bestaat er nu een DNA-test, waardoor bij pups al is vast te stellen of de hond genetisch vrij is of dat er een kans is op dragerschap of lijderschap.

Vacht

De zijdeachtig glanzende vacht van het fijngebouwde Vlinderhondje is overvloedig en golvend. Het haar is vlak ingeplant, op zichzelf tamelijk fijn, maar iets opverend door de golvingen. De vacht is kort op de snuit en op het voorhoofd, de voorzijde van de ledematen en onder het spronggewricht. Zij is van middelmatige lengte op de romp, verlengt zich rond de hals, waar zij een kraag en een golvende borstveer vormt. Er zijn franjes aan de oren en aan de achterkant van de voorpoten. Aan de achterkant van de dijen spreidt de vacht zich uit in zachte haarlokken, die een broek vormen. Er mogen fijne haarlokjes tussen de tenen uitsteken, voor zover zij de zogenaamde hazenvoetjes verfijnen door hen te verlengen. Als maatstaf kan worden aangegeven, dat sommige hondjes in een goede vachtconditie een haarlengte hebben van 7,5 cm aan de schoft en staartfranjes van 15 cm.

Een- of tweemaal per week de vacht borstelen of kammen is voldoende als onderhoud. Besteed wat extra aandacht aan de snel klittende haartjes bij de oren en knip indien nodig de haren van de voetjes wat bij. Bij een denkbare wasbeurt op zijn tijd gebruikt u een voor dit type vacht geschikte hondenshampoo. 

zondag 21 februari 2021

HONKVAST

 

Mijn lagere schooltijd bracht ik begin jaren zeventig door in een afgelegen gehucht. Zodra de schoolbel klonk voor de middagpauze snelde ik altijd als eerste naar buiten. Daar wachtte mijn trouwe Keeshond op me. Gezamenlijk beenden we naar huis. Die dag moest ik voor straf een kwartier nablijven, omdat ik in de klas een kwajongensstreek had uitgehaald. Ik smeekte de meester om me te laten gaan. Ik kreeg geen permissie.

Toen ik eindelijk naar buiten mocht was mijn hond verdwenen. Volgens buurtbewoners had de hond keurig voor het schoolgebouw gewacht. Nadat er niemand meer naar buiten kwam en het schoolplein leeg bleef was hij schokschouderend vertrokken. Vol vertrouwen hinkelde ik moederziel alleen naar huis en verwachtte hem daar gewoon aan te treffen. Thuis had niemand hem gezien. Een Keeshond is zeer honkvast. Aanvankelijk dachten we dat hij wel snel zou komen opdagen. Tegen de tijd dat ik ’s middags weer naar school moest was de hond nog steeds foetsie.

De bovenmeester voelde zich een beetje medeverantwoordelijk. Vier jongens uit mijn klas mochten daarom meehelpen zoeken. We zochten alle plekken af waar ik doorgaans met hem liep, echter: geen hond te zien. In eerste instantie was ik boos op hem. Naarmate de tijd verstreek, sloeg de angst hem kwijt te raken om in ongerustheid. De hond bleef spoorloos.

’s Avonds na afloop van zijn dienst, fietste mijn vader nietsvermoedend vanuit het station, langs de slagerij, naar huis. De slager klampte hem aan. ‘U heeft toch een hond met een krulstaart en spitse oren?’ De slager had die ochtend geslacht en rond de middag was de hond kennelijk op de geur afgekomen. Daar deed hij zich te goed aan de overblijfselen. De slager had geprobeerd hem weg te jagen, maar de hond gromde met vervaarlijk ontblote boventanden naar hem.

Mijn vader was totaal verbluft. Hij was niet op de hoogte dat onze hond weggelopen was - telefoonaansluitingen waren in die tijd nog een zeldzaamheid. Hij liep bij de winkel achterom en moest tot zijn verbazing vaststellen dat het inderdaad onze Spits was die zich daar smakelijk te goed deed aan het slachtafval. Zijn witte vacht was bloedrood gekleurd. Onderweg werd de hond flink uitgefoeterd vanwege zijn verboden uitstapje. Thuis werd hij meteen in het sop gezet en daarna veelvuldig door mij aangehaald. Mijn vader was vanzelfsprekend de held van de dag.

Dat Spits zijn neus achterna was gegaan had vervelende consequenties. Zijn vrijheid werd ingeperkt. Voortaan mocht hij me niet meer op komen halen. Hij moest, vastgeknoopt aan een lang touw, op een sleets Schots ruiten kleedje, zoet op de stoep voor ons huis de wacht houden tot ik uit school, thuiskwam.

zaterdag 20 februari 2021

CANADIAN DOGS

Canadian DOGS magazine

In haar geboorteland zijn ze Pop niet vergeten. 
Er is zelfs een heuse popcultuur ontstaan!

Pop is not forgotten in her homeland, 
in fact she created a pop culture!