Tijdens het
zomerseizoen slapen we beneden in de tuinkamer die grenst aan Pops prairie.
Gewoon omdat het kan en het een thuis-op-vakantiegevoel geeft. Heel comfortabel
voor een huismus en een tuinmuis. Pop blijft, ondanks dat er voor haar een matrasje ligt, bij mij op bed liggen en geniet net als ik van de nachtelijke
briesjes, en luchtstromen die muggen voorkomen. Het gevoel van Wim Sonnevelds
liedje ‘Zo heerlijk rustig’ geeft het goed weer.
De deur kan ’s nachts openblijven. Pas als er een reden is om de
tuin in te lopen, tikt ze me braaf zittend wakker voor mijn goedkeuring. Mijn
antwoord is altijd op fluistertoon, zodat ze begrijpt dat ze geruisloos zijn gewenst
is in de nachtelijke tuin. Zo ligt ze deze nacht nog een tijdje op haar heuveltje. Ik slaap als ze naar binnenkomt. Schijnbaar lig ik te breed en/of op de plek op MIJN bed die ze in gedachten had. Ze maakt me wakker met de vraag of de deur dicht mag (kil, muggen?) Ik zweer het je ze wees met haar snoet richting de deur. Slaapdronken waggel ik naar de deur, zij neemt het mijn hele bed in beslag en ik mag op haar matrasje. Hondenhumor. Nou, heel even dan voordat we ruilen.
Je bent van harte welkom op

.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)

.jpg)
.jpg)

.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)