zondag 20 juni 2021

DE GROTE ONBEKENDE

 grote zwitserse sennenhond
Grote Zwitserse Sennenhond

De Grote Zwitserse Sennenhond, de naam zegt het al, komt uit het land van Heidi, alpenhoorns en (Milka)koeien. In Nederland is de hond met de wakkere uitdrukking met een populatie van ongeveer 450 vrij onbekend. De levenslustige driekleur werd voorheen in eigen land als werkhond gewaardeerd vanwege zijn pk en uithoudingsvermogen. Tegenwoordig valt hij overal in de smaak als huishond vanwege zijn neutrale houding.

Herkomst en geschiedenis

Over de herkomst van de Grote Zwitserse Sennenhond en zijn drie broers (de Appenzeller, de Berner en de Entlebucher), lopen de versies uiteen. Aangenomen wordt dat de voorouders van de Grote Zwitserse Sennenhond de vroeger in Midden-Europa wijdverspreide, dikwijls als Mâtin aangeduide krachtige driekleurige (soms zwartbruine of gele) slagershonden waren. Ze werden ingezet door de Metzger, veehandelaren, boeren en handwerkers. Omdat de honden vooral werden gefokt als gebruiksdier was hun uiterlijk ondergeschikt en daarom niet eenduidig. De verpauperde Zwitserse landbouwtak in de bergen en dalen maakte graag gebruik van de honden omdat ze goedkoper waren dan arbeiders. Hun taken waren de kar trekken, vee drijven, hoeden en waken. Ter gelegenheid van de jubileumtentoonstelling in 1908 van de S.K.G. (Schweizerische Kynologische Gesellschaft) werden voor het eerst twee vermeende kortharige Berner Sennenhonden aan professor Heim voorgesteld. Deze beschermheer van de Zwitserse Sennenhonden herkende er meteen de verloren gewaande Grote Sennenhond oftewel slagershond in. De hond werd door de S.K.G. als apart ras erkend en onder de naam Grosser Schweizer Sennenhond of Grand Bouvier Suisse in 1909 ingeschreven in het Zwitsers hondenstamboek. In 1912 zag de Klub fűr Grosse Schweizer Sennenhunde het licht. Die hiel zich vanaf toen bezig met de zorg over en de bevordering van het ras. Dat laatste werd vooral bemoeilijkt door de smalle fokbasis. De prima verdiensten die de honden tijdens de Tweede Wereldoorlog bewezen, zorgden voor aanwas. Later onder invloed van de belangstelling voor (buitenlandse) rashonden en de industrialisatie (de hond werd ingeruild voor een machine) begreep men pas dat de Sennenhond behoorde tot het Zwitsers erfgoed. Zo ontstond hernieuwde interesse. De verzamelnaam is afgeleid van 'Senne' een veehouder die ’s zomers op de alpenweiden woont en in de late herfst naar de dalen terugkeert met zijn dieren. De Senne woonde tegen betaling op grote boerenhofsteden.

De Grote Zwitserse Sennenhond is de grootste van de vier Sennenrassen: hoogte 60-72 cm en staat in de FCI vermeld in rasgroep 2 sectie 3 nummer 58. Vroeger werd de in zijn thuisland algemeen voorkomende Metzgerhund genoemd omdat de waakhond dus vaak als trekhond van slagers geëxploiteerd werd. Hij was een krachtige locomotief op stoom, geroemd om zijn bedaarde uitstraling. Zijn onomkoopbaarheid, zijn kaken blijven ferm gesloten als het Zwitsers bankgeheim, was een noodzakelijk eigenschap om zelfstandig zijn oorspronkelijk taak te kunnen uitvoeren. Omdat de hond in alle contreien van Zwitserland voorkwam, werd gekozen voor de naam Grote Zwitserse Sennenhond. Het bijna uitgestorven ras kent tegenwoordig weer een redelijk bestand, waarbij opgemerkt kan worden dat het huidige uiterlijk en zijn oorspronkelijke aard wat van hun authenticiteit verloren lijken te hebben. De bouw is soms minder robuust en het karakter lijkt temperamentvoller dan voorheen.

Karakter

In het oog vallende eigenschappen zijn: zeker, opmerkzaam, waakzaam, en onbevreesd in alledaagse situaties. Een goedmoedige lobbes voor vertrouwde personen: betrouwbaar als een Zwitsers uurwerk en multifunctioneel als het over de hele wereld geprezen Zwitserse zakmes.

De Grote Zwitserse Sennenhond is in tegenstelling tot pakweg 25 jaar geleden een temperamentvollere en zelfbewuste hond geworden die evenwichtigheid en rust uitstraalt. Hij wordt vaak als stoer en (kaas)koppig beschreven, maar kan zich volgzaam tonen als u op de juiste manier met hem omgaat. Hij weet zich prima aan te passen aan de heersende situatie. Zoals wel vaker bij de XL-uitvoeringen onder de honden heeft de Zwitserse gigant eveneens een zachtaardig karakter. De bassige toon van de beweeglijke hond zult u door zijn spaarzame blaf weinig horen.

Sociaal gedrag

De Sennenhonden behoren tot de zogenaamde klassieke hof- en erfhonden met als bijkomend voordeel dat de Grote Zwitserse kolos weinig neiging tot zwerven heeft. Dat betekent dat hij zeer gehecht is aan eigen huis en haard. Hij is niet het type allemansvriend en gedraagt zich tegenover vreemden zelfverzekerd. Maar: uw vrienden zijn ook zijn vrienden. Hij maakt graag kennis met andere honden waar hij doorgaans sociaal mee omgaat. Of u nu op het platteland woont of in de stad, een druk gezin heeft of met zijn tweetjes bent, de Grote Zwitserse Sennenhond heeft het vermogen in zich om, mits er ook naar hem wordt geluisterd, zich met souplesse te voegen.

Opvoeding en beweging

Het opbouwen van een vertrouwensband tussen u en uw Grote Zwitserse Sennenhond is een eerste vereiste. De hond heeft veel contact met zijn eigenaar nodig om zich optimaal te ontwikkelen: samen door een deur kunnen en de juiste match staan voorop. Het is een hond voor gevorderden, en voor beginners die zich goed in het karakter van de Grote Zwitserse Sennenhond hebben verdiept. U moet flink investeren als u wilt dat de eigenwijze hond u gehoorzaamt. Opvoeden doet u door hem met liefde en een natuurlijk overwicht te begeleiden tijdens zijn ontwikkeling tot hij volgroeid is. Een autoritaire opvoeding werkt averechts en zou de hond onzeker kunnen maken. Het is een hond die de grens opzoekt, maar uw 'tot hier en niet verder' zonder morren accepteert. Van u als eigenaar wordt doorzettingsvermogen verwacht: opvoeden zien als een uitdagende hobby. Het spreekt voor zich dat de gewichtige Alpenhond voor hij zijn jeugdige stadium verlaat, volgzaam moet zijn. Een tegenstribbelend volwassen lijf van 59-61 kg brengt u niet zomaar op andere gedachten. Wandelingen maakt hij graag. Hij stapt wijdbeens met ruime passen. In draf bewegen de ledematen in rechte lijn. Bij het gaan en bij opwinding wordt de tamelijk zware hangende staart hoger en licht gebogen gedragen. Van scharrelen op eigen erf geniet hij ook vooral als er in mest of andere voor de mens onwelriekende zaken te rollen valt. Als recreatieve bezigheden kunt u 'speurwerk' doen of – wat men niet zo gauw zou verwachten – 'behendigheid' (geen wedstrijden) voor hem uitzoeken. De basiscursus Gehoorzaamheid zult u eventueel nog cum laude met hem af kunnen sluiten. Echter bij vervolgcursussen waarbij eentonige handelingen herhaald moeten worden, haakt hij af. Generaliserend gesteld is onder appel staan niet zijn ding, evenals het saaie apporteren. Uiteraard bevestigen uitzonderingen de regel. De hond is geen liefhebber van water. Zwemmen zult u hem niet zien doen, wel pootjebaden zolang het waterwatje maar grond onder zijn korte ronde voeten voelt.

Gezondheid en verzorging

De Grote Zwitserse Sennenhond is stevig, compact en harmonisch gebouwd met goed ontwikkelde spieren. Toch zijn traplopen en springen bezwaarlijk voor hem. In contrast met de oorspronkelijke versie is de huidige huishond ongeschikt om buiten te houden. Zijn driekleurige jas is verkrijgbaar in één dessin: zwart/wit/tan volgens een vast patroon.

De levensverwachting voor de Grote Zwitserse Sennenhond is opmerkelijk hoog: 10 - 11 jaar. Een kwaliteitsvoer is essentieel voor zijn ontwikkeling. Gezien zijn achtergrond als slagershond zal hij vers vlees (in kleinere stukken van 3 à 4 cm gesneden) op prijsstellen. Maar op een (geperste brok) gedijt hij ook. Het voer kunt over twee of drie porties per dag verdelen.

De Grote Zwitserse Sennenhond heeft stokhaar met dicht, middellang dekhaar en verder een dichte bij voorkeur donkergrijze tot zwarte ondervacht. De huidige in Nederland gefokte generatie heeft doorgaans minder ondervacht dan zijn vroegere Zwitserse familie die buiten vertoefde. Van temperatuurschommelingen heeft hij weinig last. En koud of warm is hem om het even. Onderhoud van de vacht is onnodig. Tijdens de halfjaarlijkse ruiperiode kunt u de vacht kammen om het verharen sneller te laten verlopen. De jaarlijkse wasbeurt is ook een geschikt moment om de hond emmers vol haar te doen kwijtraken. Bovendien is uw hond meteen weer heerlijk schoon.

Aandachtspunten bij de gezondheid:

De Grote Zwitserse Sennenhond is niet vrij van oogproblemen zoals distichiasis, entropion, PRA en PPSC.

Distichiasis is een aandoening van het oog waarbij er een of enkele haren op de ooglidrand zitten op plaatsen waar ze niet horen. Vaak zijn deze haartjes dunner en doorzichtig. Soms zijn ze onzichtbaar doordat er een beetje slijm omheen zit. Er zijn meestal twee soorten haartjes die op de ooglidrand kunnen groeien: zachte en harde. De harde haartjes geven problemen omdat ze et hoornvlies beschadigen.

Onder de erfelijke aandoening entropion verstaan we het naar binnen krullen van (een deel van) de ooglidrand. Er bestaan verschillende vormen, ingedeeld volgens de uitgebreidheid van het omkrullen. Vaak is enkel het onderooglid omgekruld. Men spreekt van een mediaal entropion als het ooglid langs de neuskant is omgekruld. Soms krullen zowel de boven- als de onderoogleden om.

PRA, Progressieve Retina Atrofie of retinadegeneratie is een groep van netvliesafwijkingen die tot blindheid leidt. Het begint meestal met slecht zien in het donker (nachtblindheid) en leidt uiteindelijk na enkele jaren tot volledige blindheid. Er bestaat geen behandeling voor PRA. PRA ontwikkelt zich vaak pas na het derde of vierde levensjaar. Voor die tijd is er aan de hond niets te merken en bij het oogonderzoek ook niet te zien.

PPSC (Posterior polair subcapsulaire cataract) Vertroebeling van de lens die is gesitueerd in het midden van de gezichtsas, juist voor de achterkant van de lens. Meestal beiderzijds voorkomend. De witting heeft de vorm van een driehoekje, vandaar ook de naam driehoekjescataract. 

Epilepsie is een aandoening die zich voordoet in een grote variatie van aanvallen en frequenties. Het is een redelijk vaak voorkomend neurologisch probleem bij de hond. Bij een epileptische aanval vindt een ontsporing van de elektrische hersenactiviteit plaats. Dit leidt uiteindelijk tot een soort ontlading in de hersenen. De frequentie van de aanvallen kunnen variëren tot eens in de zoveel jaar tot enkele weken of zelfs dagen.

Elleboogdysplasie (ED) Onder de noemer elleboogdysplasie vallen vier aandoeningen van de elleboog waaronder LPC (los processus coronoideus) en OCD (osteochondrose dissecans). Wat ze gemeen hebben is dat wanneer ze niet in een vroeg stadium (bij de jonge hond) ontdekt en behandeld worden onvermijdelijk leiden tot een gewricht met artrose.

Voor meer informatie: www.sennenweb.nl

vrijdag 18 juni 2021

WATERHONDEN

waterhond 
Wat voor type is jouw hond?

De waterrat: is helemaal crazy van water. Zomer of winter, hij laat geen gelegenheid voorbij gaan om ‘een nat pak te halen’.

De surfer: een hippe hond en watersporter bij uitstek, die altijd op zoek is naar de hoogste golf.

De pootjebader: is een voorzichtig type, dat graag vaste grond onder de voeten heeft. Hij verblijft zodoende in ondiep water en moet altijd minstens met een pootje de bodem voelen; zijn buik wordt zelden of nooit nat. Blaft graag tegen onstuimige golven.

De strandwacht: vind je bij voorkeur op het droge. Is oplettend en alert, en gaat alleen het water is als het echt nodig is; bijvoorbeeld bij heet weer, om af te koelen.

Het waterwatje: heeft absoluut koudwatervrees en bekijkt water, het liefst, zoveel mogelijk van een afstand. Deze hond gaat bij regen absoluut niet naar buiten en mijdt zorgvuldig elk poeltje. Kort gezegd: hij blijft altijd op het droge. Bij het woord ‘bad’ gaan meteen alle alarmbellen rinkelen en is hij in geen velden of wegen meer te bekennen.

De badmeester of waterjuffer: deze instructeur m/v is een geoefend zwemmer die het goede voorbeeld geeft en zo andere honden de fijne kneepjes van het zwemmen leert.

De schoonspringer: is een echte ‘performer’. Hij watertrappelt, vlindert en draait de mooiste pirouettes tijdens het waterballet. Deze uitblinker wordt graag bewonderd.

De snorkelaar: is vaak een Labrador die graag duikt en daarom, met kop en al, onder water verdwijnt. Zelf ziet hij dit gedrag als aangeboren talent.

De zeehond: is een echte mazzelaar. Hij woont vlakbij het strand en geniet daardoor elke dag van zon, zee en zand.

donderdag 17 juni 2021

DUIFIES, DUIFIES


Extreem hoge zonkracht zonder een zuchtje wind. Geen ritje naar het bos, maar een schaduwblokje om. Aanvankelijk zet Pop de pas erin. Halverwege de straat zakt haar lust om naar het stadspark te gaan al weg. Wat wil je met zo'n ijsberenbontjasje en 32 graden.

Zo'n beetje het gehele wagenpark van de politie jaagt op een voortvluchtige. Samenwerkende scooterrijders belemmeren de achtervolging en steken hun middelvinger op. Pop heeft van dit alles geen weet. Zij ziet iets onweerstaanbaars: een stadsduif tussen geparkeerde wagens. In luttele secondes vogelt ze uit hoe ze de onbeweeglijke duif de loef afsteekt. De duif merkt haar op en met een soort van nonchalance paradeert deze langs de stilstaande BMW's, MINI's en andere luxe merken. Pop achtervolgt in slakkengang. 

Ik ben benieuwd hoe haar benadering is. Wanneer de duif links afslaat, volg ik 'm automatisch. Pop niet, zij slaat juist rechtsaf. Natuurlijk! Wat een uitblinker in het duiven sluipen is ze toch. Zo kan ze de duif zonder dat-ie het merkt tussen BMW en Porsche tegen het lijf lopen door linksaf te slaan. De duif, ook slimmer geworden, anticipeert hierop. Niet door zich onder het chassis te verbergen, maar het hete asfalt op te lopen. Een patrouillewagen rijdt aan ons voorbij. Een opdoffer. Ik kijk niet achterom. Pop is teleurgesteld dat het spelletje zo snel ten einde is. Voor de sterke arm moet de ontknoping nog volgen.

woensdag 16 juni 2021

WAAR IS DE MOL?

 

Onze overbuurjongen is een atypische Stabij. Een immer opgewekte en ongecompliceerde joris-goedbloed die wanneer wij als oppas fungeren, zich zo kan aanpassen dat het voelt of hij al jaren onze lieverd is. Helaas heeft hij wel de kenmerkende gevoeligheid voor harde, schelle geluiden, ondanks een liefdevolle opvoeding en uitstekende socialisatie. Daarom bladblazeren of grasmaaien we niet wanneer hij bij ons logeert en duimen we na een hete zomerdag dat het niet gaat donderen en bliksemen.

De Stabijhoun werd in de Friese volkshond van oudsher al liefkozend 'Bijke' genoemd. De middenslag formaat zwartbonte deed in vervlogen tijden - toen buitenlandse jachthonden nog niet zo in de mode waren als nu - dienst als mollenhond, bunzingvanger, ongedierteverdelger, waakhond en stropershond bij de gewone man. Door zijn attractieve voorkomen en zijn prettige natuur wordt de Stabij nog steeds gewaardeerd, hetzij dan voornamelijk als gezelschapshond en viervoeter voor jachttraining.

Herkomst en geschiedenis

De toegewijde Stabij voelt zich thuis in FCI rasgroep 7 Staande Honden Sectie spanieltype. Dit omdat het aannemelijk is dat zijn voorouders gezocht kunnen worden bij de spanjoel (of spaniel) die tijdens de Spaanse bezetting meekwam naar noordelijk Nederland. De veelzijdige jachthond zoals wij hem tegenwoordig kennen, is afkomstig uit Friesland en dan vooral uit De Friese Wouden in het oosten en zuidoosten van deze provincie. Om allround gebruikshonden te krijgen, werden Stabij en Wetterhoun met name in de jaren dertig van de vorige eeuw niet zelden met elkaar gekruist. Na de Tweede Wereldoorlog zag men daarom nog geregeld bij de Stabij de verwerpelijke krulstaart of een licht gekrulde vacht die toch echt bij het uiterlijk van de Wetterhoun horen.

De Stabij stond het wild voor en ging mee met de jacht op haar- en veerwild. Verondersteld wordt dat Stabij een verkleinwoord is van sta-mij-bij, te interpreteren als de hond die de jager bijstaat tijdens de jacht, houn is Fries voor hond. Vóór 1900 werd de (toen nog flinke) gebruikshond op grote schaal ingezet als mollen- en bunzinghond vanwege de groeiende vraag naar bont. Omstreeks 1914 van de vorige eeuw was mollenvangen voor duizenden armlastige gezinnen soms zelfs meer dan een bijverdienste omdat het lucratiever was dan de werkverschaffing. Vanwege de concurrentie begaven de mollenvangers zich met 'Bijke' door het hele land. Vanwege de lange afstanden werd een kleiner type Stabij gefokt. Deze ging mee op de fiets in een kistje of een korf met dubbele bodem waar op de terugweg de mollenvellen in verstopt werden. Na 1945 was er veel verschil van mening over welk type Stabij te fokken. Er braken voor het ras turbulente tijden aan. Dat het na decennia nog steeds de gemoederen bezighoudt, blijkt uit de recente oprichting van een tweede rasvereniging: Onze Stabijhoun.

Karakter

De Stabij behoort schrander, aanhankelijk, zacht en lief te zijn, maar er komen, door diverse oorzaken, ook nerveuze en onzekere types voor. Voor zijn eigen mensen en bekenden is hij buitengewoon toegenegen, vriendelijk en enthousiast. Naar vreemden toe kan zijn aard omschreven worden als toch wel terughoudend. Niet eenkennig, maar gewoon selectief in wie tot zijn vriendenkring behoren. Door selectie ontwikkelde de Stabij zich in de loop der jaren tot een eigenzinnige hond die graag voor de baas zo veel mogelijk op zelfstandige wijze werkt. De Stabij is open en draagt het hart op de tong waardoor hij af en toe best vinnig uit de hoek kan komen. Zijn fysieke gestel en hart liggen bij het buitenleven, ongebonden in de buitenlucht komt de hond het meest tot zijn recht.

Sociaal gedrag

Doordat hij op het boerenerf werd gehouden, ontstond een hond die voor eigen volk en 'vee' over het algemeen zeer verdraagzaam is, maar kortaf kan reageren als hij ergens geen zin in heeft. Hij is waaks waarbij kan worden opgemerkt dat het kabaal dat de Stabij veroorzaakt, bedoeld is om de eigenaar te waarschuwen die vervolgens stappen mag ondernemen. De hartstochtelijk jagende Stabij heeft meer interesse in wild dan soortgenoot hond: het is kenmerkend voor het gros van de jagende honden.

Net als vele rassen wordt de Stabij aangemerkt als een ideale gezinshond omdat hij zo kindvriendelijk is. Een Stabij zal, als het moet, zijn grenzen aangeven. Juist doordat het een hond is die erg aan zijn eigen mensen hangt, geeft hij soms laat zijn eigen grenzen aan. Zorg er dus voor dat uw Stabij, al is hij nog zo lief, niet in een positie komt waarin hij geen andere uitweg ziet dan snauwen.

Opvoeding en beweging

Er kan in algemene zin gesproken worden van twee verschillende types: de zelfstandige Stabij die graag alleen op onderzoek uitgaat en daarbij alles vergeet behalve datgene dat hij najaagt, en de baasgerichte Stabij die opvallend attent en dichtbij zijn eigenaar blijft en oplet wat er van hem wordt verwacht. Al naar gelang het type leert de Stabij moeiteloos of moeilijker. Hij is simpel te motiveren, maar blokkeert als de aanpak niet bij hem past. Een goede begeleiding zonder te veel druk en een duidelijke en consequente opvoeding met ruimte voor afwisseling zijn nodig voor de graag zelfstandig opererende Stabij. Om van uw eigenzinnige Fries een redelijk gehoorzame hond maken, wordt het volgen van een bij zijn aanleg en aard passende gehoorzaamheidstraining aanbevolen.

Indien de passie voor graven en jagen zich manifesteert, is dat niet af te leren; zie het als onontbeerlijk tijdverdrijf én pluspunt. De zelfstandige Stabij heeft de neiging vooral dingen te doen waar hij zelf het nut van inziet. En van ongedierte jagen, in eigen tuin graven of in de vrije natuur, soms ook groot wild najagen, ziet de gemiddelde Stabij nu eenmaal het voordeel van in.

De Stabij vraagt een sportieve baas die net als hij graag in de vrije natuur vertoeft. Ruime beweging en samenwerking met zijn baas zijn noodzakelijk. Vier keer per dag een aangelijnd blokje om is echt onvoldoende, u maakt uw hond die het liefst uren in het veld vertoefd er ongelukkig mee. Lekker modderen, vrij rennen en wateractiviteiten maken de Stabij gelukkig. Wroeten naar mollen hoort als vanzelfsprekend bij hem en kan uren duren. Steekt de hond zijn hoofd in een molshoop of ril en ziet u dat hij zijn ene voorpoot langzamer voortbeweegt dan de andere, dan weet u dat hij de geur van de mol te pakken heeft. De Stabij ruikt een mol op 100 meter afstand, van dichtbij hoort hij de mol graven. Tijdens uitjes maakt de Stabij een alerte, vrolijke en levendige indruk waarbij hij licht en soepel op zijn eigen specifieke wijze stapt. De staart wordt in actie horizontaal gedragen, tijdens zoeken piekt de kenmerkende witte pluim al dan niet bewegend hoog, in rust draagt hij zijn locatievlag laag. Bij thuiskomst zult u vieze poten en natte haren voor lief moeten nemen. Stel bij uw terugkeer een ritueel in van poten en vacht afdrogen.

Gezondheid en verzorging

De bescheiden populatie zorgt bij het fokken onvermijdelijk voor een hoger inteeltpercentage dat weer kan leiden tot juist méér erfelijke gezondheidsproblemen. Het ras kent de volgende gezondheidsproblemen:

De hartaandoening Persisterende Ductus Arteriosus (PDA) manifesteert zich op de leeftijd van 6 à 7 weken. De dierenarts hoort een 'machinekamergeruis' aan de linkerzijde van het hart. Oorzaak is het niet sluiten van een belangrijk bloedvat rond de geboorte. De oorzaak kan spontaan en geïsoleerd tot één geval zijn, maar ook erfelijk bepaald zijn. Indien niet behandeld, sluit het bloedvat zich na enkele maanden of overlijdt de patiënt uiteindelijk aan hartfalen. Bij tijdig operatief ingrijpen is de prognose uitstekend. Preventief onderzoek naar dragers is helaas nog onmogelijk.

 

Neurologische afwijking

Een relatief nieuw probleem met nog onbekende oorzaak. Er wordt uitgegaan van een erfelijk neurologisch probleem. Rond de 6 weken gaan pups afwijkend en dwangmatig gedrag vertonen: steeds dezelfde beweging herhalen, rondjes draaien, achteruit of heen en weer lopen. Lijders hebben een overmatige bewegingsdrang, eten slecht, vermageren sterk en overlijden binnen enkele maanden.

 

Von Willebrands Disease, Type I (VWD) is een bloedstollingafwijking die in 3 types voorkomt. Bij de Stabij is de meest milde vorm Type I geconstateerd. Hierbij is er een verminderde aanmaak van een bepaalde stollingsfactor waardoor honden een verlengde bloedtijd kunnen laten zien. De honden lopen weinig tot geen risico, maar kunnen bij hele grote verwondingen en operaties problemen krijgen. Er is een DNA-test beschikbaar die lijders, dragers en vrije honden kan identificeren.

Net als bij veel andere rassen kunnen HD (Heupdysplasie), Elleboogdysplasie (ED) en Epilepsie ook bij de Stabij voorkomen.

Vacht en onderhoud

De lange sluike vacht is er in de erkende kleuren: zwart of bruin (en zelden oranje) met witte aftekening waarin schimmeltekening is toegestaan. Opvallend is dat het hoofd vrijwel altijd eenkleurig is, terwijl de rest van de hond bont is. Buiten de ruiperiode (zeker tweemaal per jaar), verliest de vacht tussendoor haren. De vacht behoeft weinig onderhoud: de halflange beharing houdt geen vuil vast. Een wekelijkse borstelbeurt is afdoende. Wel zult u regelmatig de gevouwen tegen het hoofd gedragen oren, de bossige staart (de dikke vacht is overal even dik en lang), plus de broek, op takjes en andere ongerechtigheden moeten nakijken.

Rasinformatie via: www.nvsw.nl en www.onzestabijhoun.nl. Het voor de (toekomstige) Stabijbezitter onmisbare naslagwerk ‘De Stabij - Bijke in alle opzichten’ voorzien van fraaie foto’s is voor 15 euro (excl. porto) te bestellen via: wmdooper@ziggo.nl

dinsdag 15 juni 2021

VAKANTIEVLUCHTEN

 

een zorgeloze zonnige dag mag eeuwig duren

mild en aangenaam 

26 graden bij een droge atmosfeer

zonnestralen

een zachte bries streelt je blote huid

ever changing moods van the style council 

de antieke pendule tikt de tijd weg

eindeloze azuurblauwe lucht met een witte veeg

de eerste vakantievlucht verpest ons zomergevoel niet


Pop ziet ze vliegen

maandag 14 juni 2021

WAAIER


Net als Cleopatra heeft Pop haar persoonlijke waaier om haar koelte te brengen.
Our own Cleopatra has her personal fan to wave some cold wind.


 Tedjes staart wuift maar al te graag voor zijn chicky
Neighbour dog Tedje does everything for his chicky.

zondag 13 juni 2021

PERFECTE POEDEL

 

poedels in een maatje meer of minder

Wat is dat toch met poedels? Je valt als een blok voor de krullenkop óf je durft je er (als echte kerel) absoluut niet mee te vertonen. Aan de poedel, toujours bon ton, blijft het stigma van opgedirkte damesdoes kleven. Onterecht, want de clevere poedel is de crème de la crème onder de honden: een knappe comédien waar je beslist mee gezien mag worden.

Herkomst en geschiedenis

Net als bij vele andere hondenrassen zijn er over de poedel verschillende lezingen in omloop. Frankrijk én Duitsland eisten allebei de krullenhond die gebruikt werd voor de jacht op waterwild, op als nationaal ras. Beiden beriepen zich daarbij op de naam. In Duitsland wordt de poedel Pudel genoemd, dat in verband wordt gebracht met pudeln, dat poedelen (spetteren in water) betekent. Er werd aangevoerd dat de poedel een kruising is tussen de langharige Duitse Herdershond en een jachtras. Wie voor het permanentje heeft gezorgd, blijft bij deze bewering een raadsel. Fransen daarentegen veronderstellen dat de poedel van Barbets afstamt die men aan de jacht onttrok vanwege hun buitengewone schranderheid en hun aanleg om kunstjes te leren. Etymologisch stamt het Franse woord caniche (vrouwtjeseend) zoals de poedel in Frankrijk heet, af van cane (eend) dat weer herleidt naar de eendenjacht. Aan het gekissebis kwam een einde nadat de Fédération Cynologique Internationale Frankrijk het patent verleende. De poedel valt onder de classificatie groep 9 gezelschapshonden nummer 172, sectie 2.

Karakter

De handzame poedel beleefde zijn hoogtijdagen in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Je kon de immens populaire hond zelfs in dierenwinkels kopen, waar ze achter het vensterglas geëtaleerd werden. Het ras bestaat uit vier slagen: de Toypoedel (tot 28 cm), de Dwergpoedel (28-35 cm), de Middenslagpoedel (34-45 cm) en de Grote Poedel (45-60 cm). De Grote Poedel wordt ook wel Standaard Poedel genoemd, bij onze Zuiderburen draagt hij de titel Koningspoedel. De vroegere jachthond was veel grover gebouwd dan de huidige kokette show- en gezelschapshond. Het fijne karakter en het superbe intellect van de poedel zijn wel doorgegeven in zijn genen. De poedel zoals we die nu kennen is een aangename, attente en vrolijke hond. Hij oogt alert en energiek en valt op door zijn vriendelijke blik en twinkelende ogen. Hij blinkt uit in speelsheid en is één van de meest trainbare rassen. Wezenlijke verschillen tussen de maten zijn er haast niet: de Grote Poedel is wat kalmer dan de kleinere beweeglijkere varianten. Logisch, een maatje minder is wendbaarder in verhouding tot een kanjer van formaat. Alle maten poedels behouden tot op hoge leeftijd hun speelsheid en vitaliteit. Wie naast de buitenkant het prachtige innerlijk ziet, kan niet anders dan toegeven: tout aan de poedel is perfect.

Sociaal gedrag

De mooiige poedel is een levendige en vriendelijke ami die doorgaans uitstekend overweg kan met mensen. Hij heeft een open karakter, waardoor hij graag met iedereen zal willen kennismaken. Grands et petits, vreemd of bekend, u kunt van hem op aan. Hij is prima verdraagzaam met zijn eigen soortgenoten en met andere dieren. Hij is geschikt als gezinshond of bij één persoon.
Waar houdt een poedel zich op een alledaagse dag mee bezig? Naast zijn schoonheidsslaapjes in zijn knusse mandje of op de bank, concentreert de poedel zich uit en thuis vooral op zijn eigenaar. Laat u meeslepen door zijn joie de vivre en maak van het dagelijks leven een spelletje. Bed opmaken is een feest als u de lakens uitdeelt. Bij het tuinieren, draagt hij maar al te graag een steentje of tak bij. Tijdens het ramen lappen, scharrelt hij rond de keukentrap op de stoep, klaar om de oeps vallende spons op te vangen. Onder het kokkerellen, keurt de mooi opzittende fijnproever met liefde uw probeersels uit de (Franse) cuisine - let op de lijn! Wat voor klusjes u ook uitvoert, betrek uw poedel in het huishouden, anders zou de Grote Poedel dat weleens zelf kunnen gaan doen. Het is kinderspel voor uw guitige huishond om u om de vinger te winden: door te ruimhartige toegeeflijkheid en inconsequentheid dresseert dit meesterbrein ú in plaats van andersom.
Door zijn aanhankelijkheid en zijn loyaliteit vertoeft hij, en welke hond wil dat niet, het liefst bij zijn eigenaar. De zachtaardige fijnbesnaarde poedel heeft er een hekel aan om te lang in zijn uppie te wezen; veel te saai. U kunt de hond van jongs af aan leren om enkele uren alleen te blijven, meerdere poedels nemen (wel zo gezellig) of zorgen voor een vaste back-up.

Opvoeding en beweging

De attente poedel heeft een bereidwilligheid om te werken waar je u tegen zegt. Hij is un étudiant exceptionnel, een vlugge vlotte leerling en bovendien goedgehumeurd. De opvoeding van de poedel geeft pas de problème: doorgaans volstaan vriendelijke verzoeken. Naast gekroeld worden, is de best ondeugende hond altijd in voor een verzetje. Spelletjes vindt hij het einde. Kunstjes hoeft u slechts één keer uit te leggen en de poedel kan het meteen, tot groot genoegen van hem en u. Gehoorzaamheidsoefeningen (zelfs G&G I en II) zijn voor hem een uitdaging om er een schepje bovenop te doen. Het is een groot misverstand dat de poedel slechts een schoothond is. Het talentvolle dier staat fanatiek open voor verschillende takken van hondensport en is geschikt als reddingshond of blindengeleidehond. Zoals eerder aangegeven werd hij als jachthond ingezet en is/was hij een succesvol kunstenmaker in bijvoorbeeld circussen waar hij de clown uithangt of acrobatieke toeren uithaalt. Als opvallende gezelschapshond bedenkt hij ook gewoon thuis uit zichzelf allerlei trucjes en kunstjes, waarbij hij stiekem hoopt op uw applaus. De poedel is energiek van aard en heeft ruim beweging nodig om goed uit de verf te komen. Voldoende beweging – let op de trippelende lichte gang tijdens het lopen – betekent een tevreden huisgenoot. Door zijn trouwheid kan de opgevoede en gehoorzame poedel los van de lijn tijdens de promenade. Zelfs zijn eerdere interesse voor (water)wild speelt hem geen parten meer of het moet zijn als kant-en-klaar maaltje in zijn voerbak.

Gezondheid en verzorging

Poedels kunnen een hoge leeftijd bereiken, gemiddeld worden ze tussen de 12 en 15 jaar. Hoewel ze bevoorrecht zijn met een lange levensverwachting, kunnen zich gezondheidsproblemen voordoen bij het ras. Bij de Toypoedel en Dwergpoedel kan patella luxatie voorkomen. Bij de Grote Poedel kan sprake zijn van heupdysplasie. Incidentele erfelijke oogproblemen worden bij alle vier de gezien.
Patella luxatie is een van de meest voorkomende orthopedische aandoeningen: het van de plaats schieten van de knieschijf, waarbij deze naast het gootje kan komen te liggen waar hij normaal in hoort te zitten. Het vaakst komt de incidentele (habituele) vorm voor, waarbij de knieschijf naar binnen schiet. Men onderscheidt verschil in ernst (graad) en richting waarin de knieschijf zich verplaatst. Afhankelijk van die mate wordt vastgesteld of er sprake is van overgangsklasse dan wel graad 1 t/m 4. Bij de laatste is er sprake van een voortdurende verplaatsing van de knieschijf waarbij deze niet eens meer op zijn plaats te krijgen is.
HD (Heupdysplasie) betekent letterlijk: heupmisvorming. Het komt voor bij (middel)grote rashonden, bastaards en kruisingen. HD is een door erfelijke factoren (25%) en uitwendige invloeden (voeding en onstuimigheid van de hond) bepaalde ontwikkelingsstoornis van de heupgewrichten. Doordat er teveel beweeglijkheid tussen dijbeenkop ten op zichte van de heupkom is treedt vervroegde slijtage in het heupgewricht op die uiteindelijk leidt tot pijnlijke artrose.

Enkele ongemakken. Om oorinfecties te vermijden, controleert u regelmatig de oren en plukt u overtollige haren weg. Bij poedels die een voorkeur voor zacht voedsel hebben, zult u regelmatig de tandenborstel ter hand moeten nemen om eventuele aanslag op de tanden te verwijderen.

Poedels verliezen weinig tot geen haar. Omdat de krullen niet ruien, maar doorgroeien, zullen de poedelharen coûte que coûte gekortwiekt moeten worden. Bij de aanschaf van deze chien zult u een royaal budget moeten inruimen voor frequent salonbezoek.
Een hond zonder CAnF1 is nog niet uitgevonden. Dikwijls wordt de poedel door zijn toekomstige eigenaars juist uitgekozen vanwege die vermeende hypoallergene vacht. De niet verharende houdt weliswaar de CAnF1-eiwitten vast die bij één op de tien Nederlanders een allergie voor honden veroorzaken, máár de verspreiding van de eiwitten staat of valt ook bij de poedelvacht met intensief onderhoud en vooral zeer regelmatige wasbeurten. De poedel kan zelf eveneens last krijgen van allergieën en huidaandoeningen. Dit kan te wijten zijn aan een gebrekkige verzorging, het gebruik van bijvoorbeeld verkeerde shampoot, of het ondeskundig toepassen van de tondeuse.

De poedel met zijn klassieke astrakan bontmantel is beschikbaar in zes très elegante vachtkleuren. Hij paradeert in: zwart, wit, grijs, abrikoos, rood en bruin. Laatstgenoemde couleur schijnt de neiging te hebben voortijdig grijs te worden. Naast de krulharige variëteit bestaat er de sporadisch voorkomende 'koordenpoedel'. De unieke krullerige vacht heeft extreem veel verzorging nodig om welgevormd en fris te blijven. Bij voorkeur dagelijks doorkammen. Elke maand, of om de twee maanden (ligt eraan hoe u de vacht onderhoudt) moet de poedel naar de kappert om geknipt of geschoren te worden. Dit kan bij de trimsalon of door uzelf gebeuren indien u over de nodige vaardigheid, geduld en verzorgende toewijding beschikt. Zo blijft zijn toilet in model en de dresscode op niveau Interessant detail: in vroeger tijden werden waterhonden met krullerige vacht slechts tweemaal per jaar geschoren. Namelijk tegelijk met de schapen. De poedelman kan verschillende basisvormen aannemen: van opzichtige tot sportief ogende modellen. Het 'puppykapsel' of de 'lammetjesvacht' met zijn overal even kortgeknipte in toom gehouden doorsnee krullen, is het meest populaire omdat het eenvoudig en voordelig (zelf) te onderhouden is. De 'continental coupe' is met het achterste gedeelte van het lichaam geschoren, banden rondom de enkels en pompons op staart en heupen, heuse haute coiffure. Het 'werktoilet', al eeuwen in zwang voor waterhonden, zorgt voor een optimale bewegingsvrijheid. Het bestaat uit een geschoren achterhand, een geschoren snuite en een geschoren staart met uitzondering van de fiere staartpunt. Een traditioneel kapsel dat specifiek ontwikkeld is om het gewicht van de vacht te verminderen tijdens het zwemmen terwijl tegelijkertijd de gewrichten en de belangrijkste organen beschermd worden tegen de koude. De geschoren snuit zorgt voor een excellent zicht. De diverse toiletten waarin de poedel tegenwoordig verplicht wordt geshowd op officiële tentoonstellingen, zijn allemaal afgeleid van het oorspronkelijke sine qua non 'werktoilet'. We noemen het 'leeuwentoilet', het 'Engels toilet met de fameuze topknot ' en het 'Modern toilet met beharing op de (voor)benen'. Voor wie het weten wil: de poedel lijdt absoluut niet onder het al dan niet opvallend gekapte dessin. Hij draagt elke stijl sans gêne.

Voor meer informatie: www.poedelclub.nl

zaterdag 12 juni 2021

SCHADUWKANT

 

Pops tuin is groot genoeg voor schaduw en zon. Bij tropische temperaturen is het regelmatig opstaan en verliggen; soms wordt het zonnePop zelfs te heet onder de voeten.

vrijdag 11 juni 2021

BESCHERMINGSFACTOR 50

RASPORTRET - Tatra

Mijn eerste kennismaking met de doorgaans naar vreemden toe terughoudende Tatrahond was atypisch. Het leverde me een gebroken middenvoetsbeentje op. Het anders zo wendbare gevaarte kwam in een nat weiland met iets te jeugdig elan op me af, stuurde te laat bij, walste over me heen en vloerde me. Ik was zo ondersteboven van het krachtige hondenbeest met de laconieke lippen dat ik hem datzelfde moment nog vergeven heb. Overigens heeft de intussen adolescente beschermheer keurige hondenmanieren aangeleerd.

Herkomst en geschiedenis

Van huis uit heet de door ons tot Tatra afgeslankte Poolse hond: Polski Owczarek Podhalanski. De uitgedijde naam die ‘herdershond van Podhale’ betekent, verwijst naar de hoogvlakten in het noorden van de Poolse Karpaten die aan de voet van het Tatragebergte liggen. Daar herdert de hond sinds mensenheugenis op de eindeloze alpenweiden. De Tatra staat verder bekend als Goralenhond. Górale, de bergbevolking die een etnisch-culturele minderheid vormt in de streek die op de scheidslijn van Polen en Slowakije ligt, koesteren hun schaapskuddebeschermer en wakende hofhond als cultureel erfgoed. Owczarek (het verkleinwoord van Owczar) vertaal je als schaapherder of schaapsjongen. Het ras trotseerde de Eerste Wereldoorlog waarin de weerbestendige berghonden werden ingelijfd als allround diensthond (onder meer als verkenner en munitiedrager), en de Tweede Wereldoorlog waarin hij (on)terecht soldaat werd gemaakt. Bijna viel het doek voor de Tatra, maar net als in voorgaande millennia overleefde de hond de verschrikkingen. In 1956 begon de (weder)opbouw van het ras dat sinds 1967 onderdak vindt in FCI groep 1 Herdershonden en Veedrijvers nummer 252 sectie 1.

Karakter

Het krachtige gemoed van de evenwichtige witte berg- en wachthond met pluimstaart is te omschrijven als beheerst, schrander, oplettend, onverschrokken, leergierig, onafhankelijk, eigenzinnig, terughoudend naar vreemden, vriendelijk voor zijn gezin, en behoorlijk waaks. Binnens- en buitenshuis is het een prettige lui-ogende hond, behalve als zijn gezonde waakdrift wordt aangewakkerd. Het lijkt alsof hij de hele dag dut, maar schijn bedriegt: niets ontgaat hem. De minste of geringste verandering om hem heen zal hij staven met luid geblaf. De Tatra is geboren om afwachtend en voorzichtig naar vreemden te zijn. Alleen zo kan hij zijn kudde behoeden voor aanvallers. Of hij de eed van trouw heeft gezworen om het voor zijn gezin op te nemen, daar hoef je geen woorden aan vuil te maken. Het is vanzelfsprekend dat hij, zeker op eigen terrein, zijn eigen mensen en dieren door dik en dun zal verdedigen tegen onbekenden en kwaadwillenden. Zo’n Tatraktatie bestaat aanvankelijk uit een geducht dreigement. Je kunt hier de parallel trekken met de schaapskudde waarin de Tatra opgroeit. Hij aanvaardt hen als familie en voelt zich als begeleidend bewaker, verantwoordelijk om overal mee heen trekken. Hiervoor gooit hij zijn gewichtigheid (toch gauw tussen de 40 en 70 kilo) en zijn behoorlijke harde blaf in de strijd.

Sociaal gedrag

We stipten het eerder al aan: de waakse Tatra is met opzet afstandelijk naar vreemden. Als ieniemienie hondenvrouwtje kun je allenig met je trouwe Tatrawant (in het duister of afgezonderd) met een veilig gevoel op pad. Een veelbetekende waarschuwingsgrom, en geen hond die het in zijn hersens zal halen om zelfs maar in jouw buurt te komen. Je toegewijde lijfwacht zal nooit direct de aanval inzetten, of achter de belagers aangaan en je onbeschermd achterlaten. Een kwestie van inschattingsvermogen en prioriteiten stellen.

De hond is ontvankelijk voor knuffels van zijn eigen mensen. Onderweg zul je er rekening mee moeten houden dat de Tatra automatisch verleidt tot aaien. Het komt door zijn vriendelijke voorkomen én doordat niet-ingewijden de aanhalige Golden Retriever door elkaar halen met de Tatra die liever een stapje terugdoet.

Een Tatra die naar zijn Tatrant is gesocialiseerd zal, mits hij geen negatieve ervaringen heeft opgedaan, met kinderen geduldig en redelijk tolerant zijn - let op met jong bezoek dat ‘ruziet’ met een van je telgen; onherroepelijk zal zijn beschermingsmechanisme in werking treden. Net als bij iedere hond is het bittere noodzaak dat kinderen zich aan de ingestelde omgangsregels houden en dat ze nooit zonder competent toezicht met een hond alleen worden gelaten. Als speelkameraadje scoort de Tatra matig. Logisch als je je waaktaak zo serieus neemt, dan blijft er verdomd weinig tijd over voor nevenactiviteiten. Hij is bovendien groot en lomp, en ziet bijvoorbeeld weinig nut om een opgeworpen tennisbal te apporteren die vervolgens toch weer wordt weggegooid. Correct kennismaken met soortgenoten in alle kleuren en maten kan discriminatie niet altijd voorkomen. Ondanks dat het ras geen knokkersmentaliteit bezit, zal de individuele Tatra duelleren met een hond van dezelfde kunne niet schuwen. Een volwassen reu is dikwijls onverdraagzaam met andere heerschappen. In de praktijk betekent dit dat hij aangelijnd zal blijven en dat de begeleider bij een (aanstaande) bejegening fysiek en mentaal zijn mannetje moet staan. Indien een Tatra ooit de overwinning heeft geproefd doordat een andere hond het waagde om hem zijn felbegeerde eretitel af te snoepen, smaakt dit naar meer. Gevolg: hij kan zonder pardon de ongekroonde schrik van de buurt worden.

Opvoeding en beweging

De Tatra is een dijk van een hond, ongeschikt voor mensen die een slaafse, gehoorzame, onderdanige waakhond wensen. Bevelen, of fysiek afdwingen, daar kan deze zelfstandig functionerend hond niets mee. Hij verleent zijn medewerking uit overtuiging en genegenheid voor jou. Beschermen en waken, zit de Tatra in het bloed, dat hoef je hem niet aan te leren, eerder soms temperen. De (toekomstige) eigenaar die het Tatratraject wil ingaan, zal eerst het Grotehondenhandboek moeten doorbladeren. Relevante passages zijn: overtuigen als opvoeder en (bege)leider, in harmonie samenleven, nooit van elkaar scheiden (hij volgt en beschermt bij voorkeur zonder verlof of vakantie te nemen), zelfbeschikkingsrecht, geen druk uitoefenen, bewegingsvrijheid, aanvaarden dat opgelegde spelregels (als de omstandigheden daarom vragen) er zijn om zonder discussie te wijzigen, van jongs af aan lijfelijk en geestelijk overwicht hebben. De Tatra is niet eenduidig in temperament. Hun persoonlijkheid verschilt, net als hun gedrag. Dit is inherent aan zijn afkomst en ervaring als (opgroeiende) pup. Juist diegene waarmee hij zich nauw verbonden voelt, kan te maken krijgen met bruutheid. Ben je te toegeeflijk of inconsequent (de Tatra weet precies bij welk gezinslid hij succesvol is) dan daal je in zijn achting. Hij bepaalt dan op den duur waar je mag gaan en staan. Een ongewilde Tatragedie ligt dan op de loer.

De redelijk erfvaste Tatra vertoeft graag buiten, en volgens de Tatraditie doet hij dat uitsluitend in het gezelschap van zijn roedel. Gaat de baas weer naar binnen dan volgt hij. Nogal wiedes. Alleen thuis blijven als zijn roedel zonder hem vertrekt, is mogelijk na voldoende beweging en mits hij daarin is geTatraind

De alles en iedereen observerende en detecterende Tatra trekt er met plezier op uit. Eén uur per dag struinen door het veld, banjeren langs het (kust)water, nieuwe geuren en sporen op doen, is het minimum voor de volwassen Tatra. Van nature is hij geen volger. De autonome hond moet je bijbrengen om op jou te letten in plaats van zijn eigen Tatracé te volgen. De hond is geen zwemmert, maar je hebt dwarsdrijvers die hiervan afwijken. Plodderen en modderen, vinden alle Tatrahonden fijn. Door zijn dikke zelfreinigende vacht is hij bestand tegen allerlei weersomstandigheden en blijft het vuil na liggen op de grond, achter bij het opstaan.

Gezondheid en verzorging

De Tatra is een relatief gezond ras. Beide belangenbehartigers richten hun fokbeleid erop om een Tatranendal door gezondheidsklachten te voorkomen, te beperken en terug te dringen. Fokdieren worden gescreend op o.a. oogaandoeningen, Dilaterende Cardiomyopathie (DCM) en Heupdysplasie (HD). Naast erfelijke aanleg is de specifieke omgang van eigenaar/Tatra van invloed op zijn gezondheid en welbevinden. Heupdysplasie (HD), is zo’n door erfelijke factoren (25%) en uitwendige invloeden (o.a. voeding en onstuimigheid) ontwikkelingsstoornis van de heupgewrichten die ook bij de Tatra kan voorkomen. Doordat er te veel beweeglijkheid tussen dijbeenkop ten opzichte van de heupkom is, treedt vervroegde slijtage in het heupgewricht op die uiteindelijk zal leiden tot pijnlijke artrose.

Van binnen is de Tatra weelderig gevoerd met één brok inzet. Van buiten is hij bekleed met een spierwitte hard aanvoelende vacht: op de hals en romp (half)lang, dicht en recht, soms licht golvend, een dikke ondervacht, en een fraaie pluimstaart. De werkjas heeft een beschermende vetlaag en een zelfreinigende werking. Het harige ensemble schreeuwt barre omstandigheden in het hooggebergte en een streng landklimaat. Aan de nogal uiteenlopende Nederlandse weersomstandigheden past de Tatra zich daarom uitstekend aan.

Het wit is (bij het fokken) bewust gekozen om niet op te vallen tussen de schapen, en opdat de herder hem in het donker kon onderscheiden van roofwild zoals beren en wolven die het vee belaagden.

Regelmatig borstelen en kammen volstaat. Tijdens de ontvachting die een- of tweemaal per jaar plaatsvindt, ligt je hele hebbe en houwen wekenlang vol haren, je vindt zelfs bossen in je koffie. Zit niet met je handen in het haar, maar los het op door simpelweg wat vaker de stofzuiger uit de kast te pakken.

De belangen van de Tatra worden behartigd door: Tatra hondenvereniging Owczarek Podhalanski Nederland www.topnl.eu & Tatra-Club Owczarek Podhalanski www.tatraclub.nl

donderdag 10 juni 2021

KORHOEN

 

Pop soest in de wintertuin. Op het regionale journaal wordt verslag gedaan van het jaarlijks meer dan drie ton kostende ingevlogen Korhoen paartje. Elk jaar weer mislukt het om de nakomelingen groot te brengen. Wanneer het Korhoen zijn typische vogelgeluid balts zijn Pops oren meteen paraat. Nooit gehoord en toch bekend in de genen. Hohoho, nu niet meteen denken dat zij 'm gaat vangen. Zij en haar rasgenoten moeten het korhoen juist op zijn plaats houden. Dat zou hier wel van toepassing zijn;-)


woensdag 9 juni 2021

ALS DE BAAS VAN HUIS IS






... werkt het commando 'wachten' te goed. Zielig he.

Pop is een kantoorhond wat zoveel betekent als dat ze zelden of nooit alleen gelaten wordt. Ook als de baas weg is, is er oppas. 

maandag 7 juni 2021

LEER JE HOND CONTACT HOUDEN

 

Saved by the bell

Niets is mooier dan een hond die uit vrije wil verkiest trouw aan de zijde van zijn baas te blijven. En volgens wetenschappers worden ze ook nog eens gemiddeld drie jaar ouder dan soortgenoten die in hun vrijheid worden beknot. Vóór het zover met onze wegloper was, moesten we inzicht krijgen in het waarom. Ons geduld werd ontiegelijk op de proef gesteld. Een verslag inclusief de tips.

Onze volwassen vrijbuiter heeft een duidelijke hang naar escapisme. Hij wil ongebonden zijn. Vanwege die kwaliteiten moesten de vorige eigenaars noodgedwongen afstand van hem doen: een stadse hond om aan het lijntje te houden zou hij nooit worden. Wij zagen het als een uitdaging om zijn natuurlijke aard te accepteren en hem (en ons) gelukkig te maken.

Als debuut klom hij op zijn eerste dag bij ons in de oude pruimenboom en verdween zo behendig over de omheining van de tuin. Hij maakte een rondje door de buurt en rende door de wijd openstaande poort weer naar binnen, linea recta bench. Dat statement had hij alvast gemaakt. Zo gemakkelijk zou hij zich niet laten temmen.

Ik kocht een longeerlijn en trok iedere morgen met hem het veld in. We liepen uren totdat hij hondsmoe was van zijn snuffelstage. Ik vroeg niets van hem en liet hem zover de lijn reikte zijn eigen gang gaan. Afwisselend jogde ik later in de middag met hem over de dijk of draafde hij keurig langs de step. Eerst moest zijn systeem opgeschoond worden, pas daarna zouden we daadwerkelijk aan de slag kunnen. De hond genoot. Langzamerhand bouwden we een band op.

De tweede stap was los van de lijn oefenen in een uitlaatren om hem naar ons toe te laten komen. De listige hond had snel in de smiezen dat er geen uitwijkmogelijkheid was en liet zich van zijn beste kant zien. We belandden in stadium drie. De overzichtelijke vlakke heide waar een luttele hectare afgerasterd was, leek ons het ultieme oefenterrein. De hond ging helemaal los en vestigde meteen een record. Het eerste experiment duurde meer dan drie lange uren voordat hij zich er letterlijk bij neerlegde. We bleven onuitputtelijk positief en bejubelden hem tijdens het aanlijnen. Na maanden waarbij we frequent het testgebied bezochten, was de individuele wachttijd verkort tot drie kwartier. Tijdens zijn minisafari’s riepen we hem nooit, hij zou er toch (nog) geen gehoor aan geven. Hij reageerde nog steeds argwanend op het commando ‘hier’ dat voor hem een teken bleek om er vandoor te gaan. Een bepaalde fluittoon kreeg wel zijn goedkeuring. In het dagelijks leven oefenden we ons persoonlijke fluitje dat ‘hier’ ging vervangen. Zo leerde hij: fluiten betekent /water/eten of aandacht. Nadat we de eerste maanden op een heuvel hadden gepost waar hij rondom alle kanten opvloog, brachten we structuur aan. In fase vier liepen we routinematig dezelfde ronde langs de afrastering. Op een gegeven moment liep hij op een afstand van dertig meter parallel met ons mee. Bij elk poortje legden we gulle gaven voor hem neer, plus een bakje water. Wij bleven op geringe afstand. Zo nu en dan boekten we een overwinning en zat de hond al bij de poort te wachten.

De eigenaresse van een Duitse Staande die onze pogingen al een tijdje bleek te volgen, bood ons de jachtbel van haar hond die intussen onder appel stond, aan. Deze bevestig je aan de halsband waardoor de hond traceerbaar is. Het gerinkel is waarneembaar tot een afstand van circa 100 meter. We konden ons werkterrein verleggen naar een bosperceel dat in rechte vakken is verdeeld: zagen we hem niet, dan hoorden we hem tenminste. Een fenomenale vooruitgang in de vijfde versnelling, want zo konden wij ons onzichtbaar maken. Nu moest de hond, zoals het hoort, óns in de gaten houden. Op elk kruispunt stond hij stil om oogcontact te maken. Een doorbraak, maar aan het einde van de wandeling moesten we hem nog steeds vangen. Langzaam begon het besef en het vertrouwen te groeien dat naarmate hij beter zou luisteren hij meer privileges kreeg. Onderweg lijnden we hem af en toe een kort stukje aan onder het motto: ‘Even uithijgen’. Hij snapte vlug dat 'vast' niet altijd einde pret betekende.

Tijdens zijn proeftijd bleven we meestal in de bekende omgeving. Op buitenlands grondgebied bleef hij voor onze gemoedsrust aan de rolriem. De kentering kwam nadat we een keer het strand hadden bezocht. De hond was er opgegroeid en voelt zich er als een vis in het water. Hij gedroeg zich die dag alsof hij de meest aanhankelijke loslopende hond was die er bestond. Thuis stelden we hem een bonusregeling voor: 10 wandelingen gehoorzamen levert een dagje strand op. Een schot in de roos: dit was de doorslaggevende motivatie om een brave volgzame hond te worden.

Het leuke van dit alles was dat de bel voor amusante conversaties én navolging heeft gezorgd. Van wandelaars die het gerinkel koppelden aan een verdwaalde kat in nood, of die het hele jaar door in jingle bells-sfeer verkeerden - en ijverig de coördinaten van onze 'Santa' aan ons doorgaven, tot mensen die pas na een half jaar doorhadden dat wij een hond uitlieten of zich af hadden gevraagd waarom wij soms van die rare bokkensprongen maakten.

Tegenwoordig zijn hier in de omgeving tal van honden uitgerust met dit achterhaalde, doch doeltreffende en goedkope navigatiesysteem. Onze hond hoeft de bel niet meer om. Los van een enkele kleine overtreding (die we coulant door de vingers zien), is hij de zachtaardigste en trouwste volgeling die je je maar kunt wensen. Zonder de bel was het nooit gelukt om zonder dwang en met een positieve benadering wederzijds vertrouwen op te bouwen. We moesten elkaar loslaten om bij elkaar te horen.

 van wegloper naar trouwe hond

Praktische en inventieve oplossingen voor als je volwassen hond je te vlug af is. Er kleeft een nadeel aan: slimmerds trappen daar helaas maar een enkele keer in. Vandaar meerdere beproefde methodes die we (met succes) hebben gebruikt om de hond bij ons te laten komen.

Voorzie de hond voor je eigen gemoedsrust van een gps tracker.

Ga voorbereid op expeditie. Neem (zeker in het begin) een geduldig en gezellig persoon mee die niet snel in paniek raakt, een telefoon, verrekijker, (honden)fluit en lekker lokvoer. Neem een boekje mee als je alleen op pad gaat om tijdens het wachten je tijd goed te besteden.

Ren de hond nooit achterna, dat kun je onmogelijk winnen. Hij zal het als een provocatie zien en nog harder gaan rennen. Geen enkele nieuwsgierige hond kan een wild zwaaiende baas weerstaan die de tegenovergestelde richting op rent dan hij.

Profiteer van zomerse hitte. Een hond zal minder geneigd zijn om te gaan rennen en is sneller uitgeput. Ook aan het einde van een wandeling wanneer de hond bekaf is, kun je korte stukjes los oefenen. Maak gebruik van afleidingsmanoeuvres en herken zijn signalen die je waarschuwen wanneer hij ervan door wil gaan.

Het welbekende verstoppen achter een boom. Werkt vooral goed bij pups en honden waar je al een band mee hebt. Van een onafhankelijk type dat nog weinig binding met zijn eigenaar heeft, kan je geen zoekactie verwachten.

Verleiden met onweerstaanbaar lekker lokvoer dat je alleen tijdens die speciale loslaattijden in de strijd gooit. Andere wandelaars de hond geen koekjes laten geven, want zo nemen zij jouw troef uit handen.

Net doen alsof je een ander beestje op je arm aait en daar lief tegen praten. Voor jagende honden kun je gebruik maken van een sterk geurend dierenvel of een pluche beest inclusief intrigerend piepgeluid waar hij als beloning even kort mee mag spelen (hij moet wel hebberig blijven).

Zogenaamd een goede bekende waar de hond dol op is aanroepen: ‘Hallo, wat leuk je hier te zien!’ Of naar de hond roepen: ‘Kijk eens wie daar is’ en met je arm de richting aanwijzen waar je hem naar toe wil hebben.

In de auto stappen en stapvoets uit het zicht wegrijden. Let op veiligheid.

Je hoofd achter in de nek gooien en hartverscheurend en op de juiste toonhoogte janken als een wolf.

Zolang jij vlak naast de hond wacht, geef je het signaal af dat hij de tijd mag nemen. Loop verder zodat de hond je gaat volgen. De hond zal je na ongeveer vijftig tot honderd meter of als je uit het zicht bent verdwenen achter je aan komen.

Oefen met een betrouwbare hond erbij die wel gehoorzaamt en waar jouw hond tegen opkijkt. Spelen met andere honden werkt prima. Merk je dat de hond af wil dwalen of verveeld raakt, grijpt dan tijdig in door de hond (eventjes) aan te lijnen, af te leiden of verder te wandelen. Ontneem de hond de kans om in de fout te gaan.

Brokjes richting het einddoel gooien (bijvoorbeeld het laatste stukje naar de parkeerplaats, waar de hond altijd nog gauw een ongeoorloofde afslag wil nemen) en daaraan een commando verbinden.

Zelf in de auto wachten met water en proviand. Omdat hij je niet ziet en hoort zal de hond na enige tijd poolshoogte komen nemen waar je bent. De beloning: bij de baas is het tankstation om de lege accu op te laden en te tanken.

Overlaad de hond met complimenten. Als je maar vaak genoeg zegt dat hij een brave hond is, gaat hij er zelf in geloven. Gebruik de naam van de hond verder spaarzaam, bijvoorbeeld om hem alert te maken.

Op de hurken zittend en met open armen uitnodigend enthousiaste kreten slaken als hij in je richting kijkt. Oh ja, en hem vooral niet recht aankijken als hij uiteindelijk komt. En lief tegen hem doen en hem uitbundig ophemelen (in plaats van verwensingen naar zijn kop slingeren)

Maak een glasheldere afspraak met je hond: samen uit, samen thuis. Poot erop. Laat bewust merken dat je hem zijn speelruimte gunt, maar dat er grenzen zijn. Luistert hij niet, dan kun je hem aan jullie overeenkomst herinneren (dit helpt vooral de baas bij de les te blijven).

Voor weglopers/geboren casanova's met constant opspelende hormonen is er slechts een blijvende remedie: (chemische) castratie.

Even geduld a.u.b.

Oefen niet als je een druk afsprakenschema hebt of bij regen- en vriesweer. Dat voorkomt irritatie bij jezelf, onnodig afblaffen en gekoukleum.

De hond krijgt te weinig speel- of uitloopmogelijkheid waardoor hij zichzelf een extraatje of verlenging toe-eigent. Hij verkeert constant in een loyaliteitsconflict: trouw aan zijn avontuurlijke aard of aan de baas. Een hond heeft weinig reden om elders zijn vertier te gaan zoeken als bij zijn baas altijd wat leuks te beleven is of wat lekkers valt te behalen. Een gauw afgeleide hond die op iedere hond af wil gaan, kun je onderweg bezighouden met apporteeropdrachten, zoekspelletjes of tussendoortjes.

Een angstige hond die vluchtgedrag vertoont hinkt op twee gedachten: steun bij de baas zoeken of wegwezen van datgene wat hem bang maakt. Zorg dat jij zijn toeverlaat wordt door hem houvast te bieden.

Wissel routes en het eindpunt af. Zo voorkom je dat de hond precies weet waar het 'einde oefening' is. Varieer korte trainingsessies op verschillende rustige tijdstippen en in een prikkelarme omgeving.

Een hond komt vrijwel altijd op het punt terug waar jullie voor het laatst oogcontact hadden. Mocht je dichtbij huis zijn dan kan het zijn dat hij daar naar toe rent. Zijn jullie met de auto dan is het een mogelijke optie dat de hond de parkeerplaats opzoekt.

Haalbaarheid: vraag de hond alleen een commando op te volgen waarvan je zeker weet dat hij er gehoor aangeeft. Meerdere malen roepen heeft weinig zin; je hond is niet doof. Roep één keer in volle overtuiging met een vrolijke en uitnodigende stem.

Elke geboekte vooruitgang is een verbetering. Wanhoop nooit, al duurt de opleiding langer dan verwacht. Wij hielden de moed erin doordat we zagen dat de hond genoot en we gekscherend plan B in ons achterhoofd hadden: de hond vetmesten, zodat hij fysiek onmogelijk in staat zou zijn om bij ons vandaan te rennen.

Na verloop van tijd kun je de traktatie onderweg reduceren. Totaal afbouwen is onnodig en kan de opgebouwde motivatie verminderen.

Veiligheid boven alles!

zondag 6 juni 2021

TOTAL RECALL


24 graden en een hoge luchtvochtigheid. Onze verkenner loopt voorop. Wat zien we allemaal voorbij komen? De vos showt zich zittend. Twee grazende reeën tonen hun spiegel. Hazen liggen in paren. Schapen op het pad die rustig blijven liggen als we ze moeten doorkruisen. Is het de warmte dat iedereen, behalve Moeder de Gans die haar (oppas)kleintjes in de ganzenmars naar het water leidt, kalm op zijn plek blijft? Of weten ze dat wij geen gevaar vormen? 
Geen tweebeners of tweewielers. Sinds coronatijd een verademing om de natuur slechts te hoeven delen met wilde dieren. Kwetterende merels, proberen Pop van het pad af te krijgen. Op een enkel voetstapje in de berm dat geen naam mag hebben, verloopt de wandeling van 4 km perfect. Want een total recall waar ze tegenwoordig zo goed in is, kan achterwege blijven.

zaterdag 5 juni 2021

KLAPROZEN

Speciaal voor Poppy (en de bijen) kleurt de natuur rood. Langs snelwegen en dijken, in bermen, (privé) tuinen en velden zien we dit voorjaar miljoenen klaprozen in het meest uitbundige rood. 


Pop(py) bij de poppyflowers


Papaver


ook in eigen tuin tijdelijk meer dan een Poppy

BEAGLE

blije beagle

Een kleurrijke Beagle in het vrije veld huppelt ons met zijn aandoenlijke loopje tegemoet. Een uitgelaten koddig kind: wapperende flappers omlijsten de zachte belijning van het jeugdig blijvende koppie met de ronde knikkers. Daar word je blij van. Vergis u echter niet. Achter deze onschuldige façade schuilt een vastberaden huishond met jachtakte én een veelvraat die opdringerig in mijn jaszak neust als ik weiger hem een snoepje te geven.

Herkomst en geschiedenis

Op de bonte Beagle prijkt made in Engeland. Maar in overleveringen uit de Griekse Oudheid is er reeds sprake van kleine jachthonden die hazensporen volgen met een identiek uiterlijk aan de huidige Beagle. Verder zijn er indicaties dat de Beagle een vrolijke Frans(man) is: de dwergvariant op de Franse Brak. Net als de naam blijft de afkomst giswerk. De term Beagle werd in Engeland lang gebruikt voor kleinere honden die niet tot een vastgesteld ras behoorden en geen uniform exterieur hadden, maar waarvan wel gelijkenissen in werkeigenschappen overeenkwamen. Vermoedelijk is de naam afgeleid van het Keltische beag, Oudengelse beg of Oudfranse beigh, dat vertaald wordt als: klein. Beagle-eigenaars weten het zeker. Beagle staat voor beg dat ‘bedelen’ betekent. Want zijn neus wordt wat hem betreft maar voor één ding gebruikt: het opsporen of bietsen van voedsel. Hetzij in kant-en-klaar vorm of vers gevangen. In Engeland wordt nog steeds met meutes gejaagd, waarbij de honden te voet gevolgd worden. Omdat de Beagle voornamelijk voor de jacht op hazen (en konijnen) wordt ingezet, behoort hij tot de groep 'brakken of lopende honden’. Het zijn hounds die wild achtervolgen door zich te oriënteren met de neus. Tegenwoordig is er verschil tussen showbeagles en spoorlopers. Beiden vallen onder FCI groep 6 Lopende honden en zweethonden nummer 161 sectie 1.3. De tentoonstellingshond wordt meer op uiterlijk vertoon gefokt en de jagende Beagle wordt geselecteerd op zijn geschiktheid voor beagling: het meelopen van de begeleiders achter een aan het werk zijnde pack of Beagles.

Leuk weetje

Het Beaglekanaal, een zeestraat die de Atlantische Oceaan met de Stille oceaan verbindt, dankt zijn naam aan de HMS Beagle waarmee Charles Darwin door deze wateren voer. Het schip waar Darwin mee reisde was de derde dat die naam droeg. Destijds wees de British Royal Navy namen toe aan schepen. Het was vrij gebruikelijk dat deze refereerden aan een honden- of dierenras. Die namen rouleerden op een lijst. Als een schip bijvoorbeeld uit de vaart werd gehaald of was vergaan, kwam de naam vrij en verscheen die weer op de lijst van beschikbare namen voor nieuwe schepen. Darwin was a sucker for dogs. Gedurende zijn leven had hij acht verschillende – zijn favoriet was overigens de terrier. Het kan zijn dat hij daarom een hondennaam koos. Waarschijnlijker is dat de naam Beagle gewoon als eerste op de namenlijst prijkte op het moment dat 'zijn' schip was afgebouwd.

Karakter

Aan zijn oorspronkelijk bestaan als meutehond heeft de Beagle zijn plooibaar karakter te danken. Zijn engagement ligt in groepsverband: hij hecht aan zijn gezin of hondenroedel, niet aan een enkel persoon. Met beleid kan de Beagle geleerd worden om alleen thuis te blijven. Het is echter niet zijn sterkste kant: grote kans dat hij het op een hartverscheurend huilen zet tijdens uw afwezigheid. Daarom neemt menige Beagle-bezitter een veelvoud ervan. Zij herkennen het duidelijkst de familietrekjes zoals vrolijk, zelfstandig (vaak als een tikkie eigenwijs uitgelegd), deugnieterig en evenwichtig en nemen de individuele verschillen in persoonlijkheid waar. De Beagle wordt vanwege zijn zachtmoedigheid en zijn meegaandheid (binnenshuis) aangeprezen als de ideale huis- en familiehond. Thuis is hij een vrijkous, buiten een jachthond die schatplichtig is aan zijn loopneus. De jachtige Beagle is born to hunt. Hij zal geen moment aarzelen om achter kleinwild of wegvluchtende dieren aan te gaan. Zijn neus is zijn krachtigste orgaan en alles wat hij ruikt zal hij willen onderzoeken. Hij is daarin vastberaden en ontplooit zelf initiatieven. Een willekeurig verzoek om bij u te blijven is aan dovemans oren gericht.

Sociaal gedrag

Door de bank genomen is de ontwapenende Beagle een sociaalvaardige hond. Hij kan uitstekend overweg met andere honden. Verliefde reuen kunnen zich als heuse charmeurs ontpoppen. De Beagle is groepsgericht en functioneert daarin het beste: ongeacht of de samenstelling nou mens of hond is. Onderweg kunnen een club wandelaars en hondenvriendjes verwelkomd worden met bassend gejoel: de bijzondere trapsgewijze toonladder die stereotiep is voor de Beagle. Overigens is de Beagle absoluut ongeschikt als waakhond. Thuis slaapt hij veel, mits hij voldoende avontuur heeft gehad en zal hij helemaal des Beagles dromen najagen op zijn rug en met de poten in de lucht. De absolute lieverd en allemansvriend wordt graag door groot en klein aangehaald en geknuffeld; zelfs op schoot zitten vindt hij fijn.     

Opvoeding en beweging

De Beagle blijft lang kleuter. Hij kan dan trekjes vertonen van een druktemaker, sloper of wildemans. Hij scoort hoog op leervaardigheid, maar minder op praktische intelligentie. Door zijn selectie op samenwerking met zijn collega-soortgenoten is hij als individu geen bolleboos. Zijn uitstekende neuscapaciteit en zijn instinct om een spoor te volgen maken de africhtbaarheid verre van gemakkelijk. Als zijn driften van jongs af aan niet in goede banen worden geleid leiden, komt u na een lange wandeling van een koude kermis thuis. Hij is zeker gehoorzaam te krijgen met training, maar zal nooit meteen luisteren als hij bezig is met zaken die hij belangrijker vindt. Tijdens een wandeling in de vrije natuur zal hij bij u blijven tot hij besluit op de loop te gaan: de kans dat hij een konijntje laat schieten is miniem. Godzijdank is hij begiftigd met een witte staartpunt die als een antenne boven de meeste vegetatie uitsteekt. Voor uw eigen gemoedsrust is een gps tracker aan de halsband ideaal. De actieve jachthond heeft veel beweging nodig. Wie liever zitvlees kweekt, is ongeschikt als Beagle-eigenaar. Wie ongeduldig is, kan het uithoudingsvermogen van de Beagle vervloeken.

Helaas zie je nogal wat Beagles eeuwig aan de flexlijn of met een afstandsbediening (stroom of sprayband). Zo een Beagle is not a happy bunny, zoals de Engelsen ‘niet content’ zo treffend omschrijven. Minder vaak tref je een Beagle aan die een jachtcursus heeft gevolgd en/of een opvoeding/training heeft genoten waardoor hij los kan lopen én op commando of op de aangeleerde fluittonen retour komt.

Dat een Beagle een formidabele frivole neus heeft is een understatement. Daarom zijn nosejobs (die reukzin en jachtpassie combineren) zeer geëigend voor dit ras. Enkele voorbeelden: zelfstandig al blaffend jagen (met de meute), speur- en geurdetectie (denk aan de wereldberoemde Cliff van Hotsche Luik die het ziekenhuis bepaalde bacteriën opspoorde), zweetwerk, testen ‘luid op spoor’, veldwedstrijden en jachtproeven (uitsluitend voorbehouden aan honden die het enige echte schotvastheidscertificaat hebben behaald), schotvastheidstest NB gewend aan geweerschoten mag als aantekening op de stamboom worden vermeld.

Helaas heeft de Beagle de dubieuze eer om als proefdier misbruikt te worden. Juist omdat hij zo easy going is, weinig tot geen agressie vertoont en men een hele zwik meutehonden eenvoudig bij elkaar kan houden, vinden laboratoria de Beagle hiervoor bij uitstek geschikt. Het zou verboden moeten worden!

Gezondheid en verzorging

Bij de zoektocht naar erfelijke aandoeningen vindt men op de site van de Beagle Club Nederland en de Raad van Beheer een verwijzing naar de gezondheidinventarisatie van de W.K. Hirschfeld Stichting (thans afdeling Gezondheid, Gedrag en Welzijn van de Raad van Beheer) De ‘waslijst’ kan worden aangevraagd en toegestuurd. Daarom behandelen we hier enkele kwalen en euvels die te lezen waren in De Beagle Bode: een full colour kwartaalblad dat voor een jaloersmakend aantal clubleden verschijnt en waar de redactie met recht trots op mag zijn.

Corpulentie. Een Beagle gaat zijn neus achterna. Hij is altijd op zoek naar eetbaars. Ondanks dat hij een loepzuiver ras is, is hij met recht een vuilnisbakkie te noemen. Want als het op eten aankomt, is de alleseter onverzadigbaar. Vaak wordt gezegd dat de Beagle de neiging heeft om vierkant te worden. Dit gebeurt alleen als u in de verleiding komt of te toeschietelijk bent met voeren. Onderweg drukt u hondeneigenaars en andere wandelaars vanzelfsprekend op het hart om de smekende schooier géén lekkers te geven. Anders ontpopt hij zich binnen no time als cookie monster en zien ze hem liever gaan dan komen.

Het Beagle Pain Syndrome (BPS) ook wel Necrotiserende Vasculitis is een zeldzaam ziektebeeld dat voornamelijk bij jonge honden (Beagles, Boxers en Berner Sennenhonden) in de leeftijd van 4-10 maanden voorkomt. Symptomen zijn hevige pijn, stijve nek, trillen, spierkrampen, staan met gebogen rug, koorts, gebrek aan eetlust, pijn bij het blaffen en moeite om de bek wijd open te sperren. Soms uitvalsverschijnselen aan de voor- en achterpoten. De oorzaak is een steriele (niet infectieuze) ontsteking en irritatie van de kleine bloedvaten van het ruggenmerg in hals, borstvlies en hart. Het vermoeden bestaat dat een storing in het immuunsysteem en/of een erfelijke factor boosdoener zijn.

Limber Tail syndrome of Cold water Tail

Een aandoening die voornamelijk bij jachthonden voorkomt zoals de Beagle. Het is een aandoening waarbij tweederde van de hondenstaart haaks naar beneden blijft hangen. De hond kan niet zitten of kwispelen en lijdt erge pijn. De oorzaak wordt gezocht bij overmatige spierinspanning zoals na het zwemmen waarbij de hond de staart als roer gebruikt. Een bezoek aan de dierenarts voorkomt blijvende schade.

Keratoconjunctivitis sicca (droge ogen) KCS is een aandoening aan het hoornvlies van het oog die veroorzaakt wordt door een tekort aan traanvocht of een slechte kwaliteit van de tranen. Oorzaak is vaker een ontsteking van de traanklier waarbij een auto-immuunreactie plaatsvindt. 

Reverse sneezing oftewel omgekeerd niezen, gebeurt veel (ras)honden. Het klinkt als een herhaalde, aanhoudende snurk. Het is een beetje te vergelijken met hyperventilatie. Een (opgewonden) hond krijgt teveel geurpikkels binnen, of eet of drinkt te gehaast waardoor hij dieper of onregelmatiger gaat ademhalen. Het onschuldige ongemak kan simpelweg worden verholpen door te slikken. Door met uw hand een kommetje rondom de neus te maken en met de andere hand de keel te masseren zal de hond slikken en is het euvel en de eventuele bijkomende paniek snel verdwenen.

Verzorging

De garderobe. De collectie van de Beagle bestaat uit meerdere hangertjes. Elke brakkenkleur is toegestaan, behalve lever. Doorgaans vind je de black and tan overjassen. Opvallend detail: Naarmate de ouderdom vordert, verbleken de haren of lijkt de vacht met poedersuiker bestrooid. De ultrakorte, dichte en tegen weer en wind bestendige vacht vergt geen specifiek onderhoud. Af en toe de borstel erdoor halen is voldoende. Om de hond te beletten er tijdens de borstelbeurt vandoor te gaan, zet u hem op een verhoging.

De belangen van de Beagle worden behartigd door Beagle Club Nederland: www.beagleclub.nl