vrijdag 30 april 2021

YORKSHIRE TERRIER

Gestrikt voor jou?

De Yorkshire Terriër mag zich wereldwijd verheugen in een noemenswaardig aantal met een even aanzienlijke aanhang: beroemdheden lopen met hem weg, er bestaan shops voor ‘Yorkie members only’ en buitenlandse glossy’s die puur gericht zijn op dit aantrekkelijke ras. De (tentoonstellings)hond is blij met de belangstelling, want het officiële onderdeurtje onder de terriërs houdt bovenal van aandacht. Niet om te pronken, maar gewoon omdat hij bijzonder gesteld is op menselijke nabijheid.

Herkomst en geschiedenis

Als je de naslagwerken erop na slaat, lees je dat het Engelse Leeds in de tweede helft van de 19e eeuw de bakermat was van de Yorkshire Terriër. Aan de wieg van de Yorkshire Terriër die valt onder FCI nummer 86 sectie 4, stond de in 1865 geboren ‘Huddersfield Ben’. Het is aannemelijk dat de Yorkshire Terriër een allegaartje is van Waterside Terriër en Black and Tan Terriër (deze twee hadden het grootste aandeel), aangevuld met de Clydesdale Terriër. Het bloed dat door zijn aderen vloeit bevat daarnaast waarschijnlijk druppels van de Skye Terriër, de Manchester Terriër, de Dandie Dinmont Terriër, Cairn Terriër, de (inmiddels uitgestorven) Broken Haired Scotch Terriër en de Maltezer. Met dank aan de Schotse wevers die dol waren op de kleine hondjes en ze destijds onderling kruisten.

In de late helft van de 19e eeuw maakte men van de Yorkshire Terriër door strenge fokselecties een zuiver dwergras. Met een brede slag om de arm, kreeg de Yorkshire Terriër in die periode tevens zijn rasstandaard en zijn naam die refereert aan waar het allemaal begon: het graafschap Yorkshire in het noorden van Engeland. De grotere en zwaardere Yorkshire Terriër startte zijn carrière als rattenvanger en ander ongedierteverdelger. Met de transformatie naar minihond (ten hoogste 3,1 kg), switchte hij naar een succesvolle loopbaan als gezelschapshond die de verkorte bijnaam York of Yorkie ging dragen.

Karakter

De pittige Yorkshire Terriër is een vlot en vriendelijk gezelligheidsdier dat bijzonder aanhankelijk en trouw is aan zijn eigenaar. Hij richt zich volledig op zijn bezitter die van het zorgzame type moet zijn en bij voorkeur een knusse huismus is. Er wordt gezegd dat een Yorkshire Terriër het meest van alle rassen gesteld is op menselijk gezelschap en aandacht. Als rasechte schootwarmer bivakkeet hij namelijk het liefst de hele dag bij zijn baas op schoot. Mee gaat hij met evenveel plezier. In het mandje met kap voorop de twee- of driewieler kan hij alles overzien. Of voor in de auto op een kussen of op de bovenbenen van de passagier. Om overdreven claimgedrag te voorkomen, probeer je de juiste balans te vinden tussen rusten en activiteit. Leer de hond via een spelletje om vrijwillig in de mand (of naast je op de bank) te gaan liggen om te rusten.

Sociaal gedrag

De Yorkshire Terriër is alles behalve een doetje. Hij is klein, maar dapper. Zeg maar gerust: onbevreesd en soms te overmoedig voor zijn eigen bestwil. Arrogante kleintjes willen nog weleens een aanval van grootheidswaanzin vertonen. Als je hem van jongs af aan leert zich beleefd te gedragen tegenover (grotere) soortgenoten, dan zal hij zich ontwikkelen tot een zeer tolerante hond in plaats van bij voorbaat te gaan spektakelen bij het zien van elke potige hond. Vaardigheidstraining in sociale omgang is in verband met zijn veiligheid daarom in de opvoeding zeker een punt van aandacht. Tussen de onbevreesde Yorkshire Terriërs zitten pantoffelhelden: zij zijn degenen die uitdagen en zich meteen verschuilen achter de beschermende kuiten van de baas, of erop rekenen opgetild te worden. Reutjes worden geacht aanhaliger te zijn dan teefjes die als vinniger en kattiger worden voorgesteld. Of het klopt? Allebei de seksen kunnen, generaliserend uitgedrukt, goed met kinderen overweg, mits de ondermaatse hond serieus genomen wordt en niet als poppedeintje wordt behandeld. Andere huisdieren zijn welkom. De nieuwsgierige Yorkshire Terriër is een assertieve bewaker en blafgraag. Als er iemand voorbij zijn huis komt, slaat-ie aan. Keffen moet van jongs af aan in de kiem worden gesmoord. Voordat je het weet krijgt het ongecontroleerd schel blaffen de overhand en wordt het hinderlijk en irritant. Afleren zal dan heel moeizaam gaan. De Yorkshire Terriër kan zich thuis territoriaal gedragen. Een onhebbelijkheidje dat vaker bij eigenzinnige minihonden voorkomt, is het binnenshuis markeren door reutjes. In een puur op dit ras gerichte webwinkel worden hiervoor speciale bandjes te koop aangeboden. Een indicatie dat de Yorkshire Terriër ook graag ongewenst zijn pootje optilt? Van het feit dat het lastig is om de Yorkshire Terriër zindelijk te maken, wordt eveneens melding gemaakt.

Opvoeding en beweging

Een Yorkshire Terriër is dus dol op aandacht en zeer ontvankelijk voor complimenten. Hem negeren is het ergste wat je hem kan aandoen. Van dit gegeven kun je handig gebruik maken tijdens zijn opvoeding. Vaak worden honden van geringe afmetingen vanwege hun snoezige gehalte - bij de Yorkshire Terriër zijn het daarnaast de pienter kijkende donkere kogeltjes - onderschat. Ze kunnen en willen echter wel degelijk op sommige terreinen de baas spelen als de eigenaar dat toelaat. De Yorkshire Terriër mag dan wel de kleinste zijn in zijn genre, hij herbergt nog steeds al dan niet latent terriërtemperament. Dat houdt in dat hij een streber is die een beetje boel kan doordraven in het ‘goed willen doen’. De onopgevoede hond zal een verwend brutaaltje worden dat jou africht in plaats van dat híj opgevoed wordt. Verbaal bestraffen (foei!) en uitbundig overladen met lofuitingen als verdiende beloning leveren het beste resultaat op.

De Yorkshire Terriër past zich qua beweging aan. Hij kan tevreden zijn bij een huisje-boompje-beestjegezin, bij senioren op een appartement, of bij een alleenstaande zolang die maar niet alleengaand is. Fier en rechtop wandelen tussen het beton of in het groen, vaker een kort blokje om of uitgebreidere wandelingen … het is hem om het even. Zolang hij langdurig mag snuffelen, vindt de in omvang bescheiden hond het best.

Thuis is de hond gelukkig op schoot, met (glad)gestreken worden en zich verwarmen in de zon of bij de kachel. Wanneer hij actief is, wordt hij blij van squeaking piepspeeltjes, of het rondschleppen van zijn pluche speelgoed. Samen met de baas daarmee ‘touwtrekken’ is je van het. De eventuele tuin dient om te graven of te ravotten.

Gezondheid

De Yorkshire Terriër is een taaie hond waarbij een leeftijd van 16 of 17 jaar eerder regel dan uitzondering genoemd kan worden. Net als bij veel kleine rassen komt er Patella luxatie voor. Bij de Nederlandse Yorkshire Terriër Club is een test voor toekomstige fokouders daarom verplicht.

Patella luxatie is een van de meest voorkomende orthopedische aandoeningen: het van de plaats schieten van de knieschijf, waarbij deze naast het gootje kan komen te liggen waar hij normaal in hoort te zitten. Het vaakst komt de incidentele (habituele) vorm voor, waarbij de knieschijf naar binnen schiet. Men onderscheidt verschil in ernst (graad) en richting waarin de knieschijf zich verplaatst. Afhankelijk van die mate wordt vastgesteld of er sprake is van overgangsklasse dan wel graad 1 t/m 4. Bij de laatste is er sprake van een voortdurende verplaatsing van de knieschijf waarbij deze niet eens meer op zijn plaats te krijgen is.

Op diverse sites en fora worden bij dit ras ademhalingsproblemen gesignaleerd. Yorkshire Terriërs zijn erg kieskeurig en gevoelig wat betreft voedsel. Bij de verwende eter wordt dit extra gestimuleerd door het regelmatig wisselen van voer. Vanwege de geringe omvang en om gebitsproblemen te voorkomen is een vast merk aan te raden wat de hond goed bevalt en bekomt. Weinig of geen tussendoortjes aanbieden is eveneens goed om zijn figuur te behouden.

Verzorging

De vacht van de Yorkshire Terriër heeft op het lichaam een donkere staalblauwe kleur, hoofd en hals zijn bruin getint. Of de Maltezer of de broken haired Scotch Terriër verantwoordelijk is voor de lange zijdeachtige vacht, blijft de vraag. Wat maakt het uit: als je haar maar goed zit. Zeg je Yorkshire Terriër, dan zeg je frutten. Eerst over de kuif. Over het algemeen wordt de dameskuif vastgezet met een klemmetje met (rode) strik en dragen de heren een gekortwiekte pony - van showmannetjes blijven de sluike kuifharen lang en dus komt hier wel een elastiekje of strikje aan te pas om het zicht te waarborgen. Het rode strikje, het ‘overtuigende bewijs’ dat je met een Yorkshire Terriër van doen hebt, is geen popperige verkindsing van de hond. Vanaf de tijd dat de hond als rattenvanger in gebruik was, werden zijn haren bijeengehouden door toevallig rode, wollen draadjes (hier komen de wevers weer om de hoek kijken). De traditie van rood wordt tot op heden in ere gehouden. Schaf voor de Yorkshire Terriër een bijpassend apart zacht halsbandje tegen haarbeschadiging aan.

De verzorging van de kwetsbare lange, steile, glanzende zijden haren, kan men in twee categorieën splitsen: die van huishond en showhond. Het als een kostbaar gewaad gedragen haar van de tentoonstellingshond vereist speciale verzorging waarbij het regelmatig laten toiletteren en het zetten van de in het oog springende papillotten hoort (het zogenaamde coke kapsel). Dit oprollen van het lange haar gebeurt ter voorkoming van het afbreken. Het intensieve onderhoud van de doorsnee huishond, wiens haren los kunnen blijven hangen, bestaat uit minstens twee keer per week tot het dagelijks in laagjes borstelen, waarna het nog kort wordt doorgekamd. Dit vanwege knopen, klitten of plantentakjes en zo die zijn blijven haken. Het is gangbaar om het recht naar beneden hangende haar, op de rug in een middenscheiding te verdelen. Een- of tweemaal per maand verlangt de vacht een bad. Gebruik geëigende shampoo plus conditioner. Na de wasbeurt dep je het haar handdoekdroog en zet je de föhn op de laagste stand, vindt-ie fijn. Omdat de haren blijven doorgroeien, dient met de vacht drie à vier keer per jaar te (laten) knippen.

De Yorkshire Terrier is dus een hond die niet ruit en geen haren verliest. Heeft de vergrijzing toegeslagen dan kun je de kouwelijk Yorkie functionele kleding tegen de (buiten)kou aantrekken. Zoals je hebt kunnen lezen is de lange vacht heel bewerkelijk. Als dit voor jou geen haalbare kaart is, houd de haardracht dan jongensachtig kort of neem een abonnement bij de professionele trimster. Zij kan meteen de pootjes en de oortjes verzorgen.

donderdag 29 april 2021

DRAMA QUEEN

Geregeld stappen we in de auto van de baas die op cliëntbezoek gaat om ons onderweg te laten droppen. Zo blijft ons startpunt gevarieerder. We worden afgezet bij de fietsenmaker. Vrouwtje en Pop krijgen een kus, tot straks. Baasje loopt naar binnen met het fietswiel met gescheurde binnenband. Pop en ik koersen richting het groen. Nadat we de eerste afslag rechts (die terugleidt naar de rijwielreparateur) links laten liggen, wil Pop niet meer mee. Is het de warmte? Het is immers zomaar 19 graden. Met peptalks krijg ik haar stukje bij beetje mee tot waar Bertje op het kerkhof rust. Daar stort ze ter aarde. 'Oke Pop, als het zo moet gaan we naar huis.

Pop zet er de pas in richting fietsenmaker. Het ligt niet op de kortst mogelijke route maar dan kan ze zien dat het baasje daar niet meer is. Pop koerst naar de ingang en zet het op een huilen. Ik vraag achter de coronaketting aan de fietsenmaker of Pop even binnen mag kijken. Dat mag en hij spreidt zelfs zijn armen met de spijtige woorden: 'Baasje is weg. Baasje is weg!' Weer buiten gaat ze voor de ingang zitten wachten. 'Wat is dit nou Pop? We hebben ons al zo vaak laten afzetten.' Pop heeft maling aan mijn woorden en blijft volhardend op haar plaats. Het winkelend publiek begint zich ermee te bemoeien wanneer ze ook nog eens gaat huilen. Ik zie het twintig minuten aan en pak Pop, na lang genoeg voor schut te hebben gestaan, onder de arm: 'Je gaat geen tweede Hachi worden, hoor.' De rotonde voorbij wil ze, nu we huiswaarts keren, weer zelf lopen.

Thuis rent ze alle kamers door. Geen baasje. Haar brokjes eet ze met smaak, waarna ze genotvol in haar kuil rolt en rolt en rolt. Je zou zeggen: happy. Ze loopt naar binnen om water te drinken, daar overvalt haar de leegte weer. Ze neemt de trap en gaat op baasjes hoofdkussen liggen. Ahoe! Het vrouwtje zou er bijna een minderwaardigheidscomplex van krijgen. Maar het baasje kent vele voordelen: hij is voergraag en bezit de auto die haar naar het hondenbos brengt. Uren later belt baasje dat hij op de terugweg is. Bij het horen van zijn stem kwispelt haar zwaardstaart met tussenpozen vanaf een kwartier voordat hij thuis is. 

Pop wordt royaal geknuffeld en het baasje krijgt het hele relaas te horen. Hij vindt het leuk om gemist te worden: wat een supertrouwe hond. Als we het er later weer over hebben, gaat er een lampje branden. Wat anders was dan vorige keren: normalerwijs rijdt het baasje door. Nu stapte hij uit en verdween in de fietsenzaak. Voor Pop was de situatie gelijk aan die als we samen naar de supermarkt wandelen: de een doet een boodschapje, Pop en baasje of vrouwtje wachten buiten bij de winkel. De drama queen bleek een gegronde reden te hebben.

woensdag 28 april 2021

WAAROM GRAVEN HONDEN?


Graven behoort tot het natuurlijk instinct. De ene hond vertoont weinig drang tot het omwoelen van grond, terwijl een ander onbetwistbaar aanleg heeft. Graven kan verschillende doelen dienen:

plezier

ter verkoeling om een koudere laag grond op te zoeken om te rusten

schaduw creëren door een kuil/tunnel te graven

uit verveling om bezig te zijn. Het kalmeert en zorgt dat de hond overtollige energie kwijtraakt

het is gewoon zijn ding: ieder (ras) zijn hobby

voor gemakzuchtige kauwers om buffelhuidkluifjes te weken

de verzadigde hond bewaart ondergronds voedsel/kauwbotten voor magere tijden

uit hebberigheid, om een voorwerp voor de concurrentie  te verbergen

uit roofzucht instinct/nieuwsgierigheid wie of wat er zich in de grond of onder het groene tapijt bevindt

het voorwerp van zijn begeerte bevindt zich ergens achter of onder

een nestkuil maken als kraambed door een (schijn)zwangere teef

om te ontsnappen (bijvoorbeeld een reu in loopse teventijd). Zeker als hij graaft bij een omheining of poort. 

om engerlingen, knollen of (planten)wortels uit te graven en deze op te eten

om aandacht te trekken. Volgens de hond besteedt je te weinig aandacht aan hem. Hij wil je naar buiten krijgen zodat jij je bij hem voegt. Graven (op verboden plekken) is een middel om jouw aandacht te vangen, ook al zijn vermanende woorden negatief.


Schatgraven

Houdt je hond van graven, maar behoeft je tuin geen hovenier meer? Gun je hond zijn lol. Wijs een exclusieve graafzone in de tuin aan waar hij onbeperkt zijn gang kan gaan. 

Je kan hem leren daar te graven. Maak de toegestane zone extra aantrekkelijk door voertjes in een plastic flesje zonder dop te doen - zo blijven ze schoon en worden ze niet klef. Graaf een kuil, of nog beter, laat je hond het doen. Stop het flesje in het gat en zand erover. De graafwerkzaamheden mogen starten.


dinsdag 27 april 2021

VAN ONDEREN GENOMEN

 


16 graden met een zuchtje uit het Oosten. Pop gebruikt elke overhangende struik als parasol. Omdat ze niet wil poseren (haar poezentongetje steekt uit) experimenteer ik met mijn camera door 'm op de grond te leggen. Vanuit kikkerperspectief transformeren boomtakken tot wortels.


We nemen de afkorting naar de auto. Goed?

maandag 26 april 2021

VIEZE DOEKJES

We genieten van een wandeling door een bos met jonge aanplant, totdat het ineens een Hans-en-Grietjeroute blijkt. In tegenstelling tot wat men zou denken is hier niets sprookjesachtig aan, want in plaats van broodkruimels volgen we een spoor van verfrommelde tissues. Gatver! Via een afkorting verlaten we als de wiedeweerga de vieze bosjes.

Het is begrijpelijk dat in coronatijd mensen massaal de natuur opzoeken. We ontlenen er inspiratie, kracht en ontspanning aan. En als je klein behuisd woont of nog bij je ouders wil je even ruimte om je heen. Als dank verrommelen viespeuken het bos met vieze doekjes. Onbegrijpelijk en GOOR. Als je iets meeneemt, kun je het ook mee terug nemen! 

TIP: HOOIKOORTS, SNOTNEUS OF BUITENPLEZIERTJE?

Zorg dat je naast papieren zakdoekjes altijd een plastic boterhamzakje (of een gekleurd steviger poepzakje; kost geen drol) meeneemt om de gebruikte tissue(s) in te doen. Vind je dat vies? Wat dacht je van een ander! Het is een kleine moeite om het thuis of (anoniem) onderweg in een afvalemmer deponeren. Zo genieten jij en wij een volgende keer weer van schone natuur.

Knoop in je zakdoek als reminder

zondag 25 april 2021

THE BOLD AND BEAUTIFUL

Rhodesian Ridgeback afgekort als RR. Foto: Raad van Beheer

Wie tijdens een bezoek aan Zuid-Afrika de inheemse Rhodesian Ridgeback ‘in het wild’ tegenkomt, raakt compleet in de ban van deze rijzige gespierde jachthond. En trekt het symmetrisch silhouet het leeuwendeel van de toekomstige hondenbezitters nog niet over de streep, dan is het wel de enige opsmuk die zijn uiterlijk verder nodig heeft: de pronkrug, het visitekaartje van de Rhodesian Ridgeback. Eenmaal thuis blijkt de vakantieliefde een blijvertje. Steeds vaker duikt de mooie stoutmoedige licht- tot roodbruine Rhodesian Ridgeback in Nederland en omstreken op.

Herkomst en geschiedenis

In ongetemd Afrika van de 19e eeuw hadden pioniers een metgezel nodig die moest brilleren in waken, beschermen en jagen. Uit de inheemse Hottentothond en honden van de 16de eeuwse Europese kolonisten kweekte men door selectie op kracht, moed, uithoudingsvermogen, snelheid en hittetolerantie een zeer wendbare lopende hond die zelfs voor leeuwen niet opzij gaat. De Afrikanen noemen hem vanwege zijn bekwaamheid om leeuwen lastig te vallen (ze blijven ze bestoken met strategische aanvallen om ze richting schietafstand van de jager te lokken) daarom: Leeuwhond. De andere term ‘Pronkrug’ is afgeleid van de onmiskenbare kam of pronk die zich op hun rug bevindt. Deze ridge is een smalle strook haren die tegen de groeirichting van de vacht ingaat. De standaard van het ras werd opgesteld bij de oprichting van de Rhodesian Ridgebackclub van Bulawayo in 1922. Wij kennen hem onder de Engelse benaming van Rhodesian Ridgeback uit de FCI standaard groep 6 Lopende honden, zweethonden, en verwante rassen.

Karakter

De RR is een eigenzinnige hond voor gevorderden. Een fysiek sterke, bijzonder intelligente, sensitieve en onafhankelijke hond die ontwikkeld is om zelfstandig te opereren. Hij is een individualist die zo zijn eigen kijk op bepaalde zaken heeft. Hij kijkt u niet constant aan of hij u ergens mee plezieren kan. Als een eigenaar wel in die veronderstelling is, dan doet de RR dit veelal om te kijken of er bij u iets te halen valt. Hij zit niet zomaar op een knuffel te wachten. Hij is arrogant als het hem uitkomt en kan u zomaar letterlijk de rug toekeren of zijn lange kop van u afwenden. Hij heeft een sterke wil waardoor hij niet zomaar klakkeloos commando’s opvolgt. Is hij bijvoorbeeld tijdens trainingen een andere mening toegedaan dan zijn baas, en kan deze hem onvoldoende overtuigen van het nut van een oefening, dan trekt hij zijn eigen plan. De RR is zijn baas toegenegen en verwacht dat hun onderlinge relatie is gestoeld op beste vrienden van elkaar zijn. De verhouding ‘onderdaan - bevelhebber’ past hem niet. De enige juiste manier om de RR goed te laten functioneren is om respect van hem te krijgen op basis van wederzijds vertrouwen, door rechtvaardig te handelen en consequent te zijn door de hond kort te houden. Een bewuste doorwinterde RR eigenaar beschrijft het heel treffend: ‘Vergeleken met andere waak- en werkhonden kun je het als volgt schetsen: Een willekeurige hond heb je aan een touw, een RR aan een elastiek. Hij zal die elasticiteit altijd blijven gebruiken om te kijken hoeveel rek er precies in zijn eigenaar zit.’ Een passende opvoeding vraagt nogal wat kennis, tactiek en energie. Daardoor haken helaas met enige regelmaat eigenaars af waardoor het potentieel RR’s als herplaatsing toeneemt.

Sociaal gedrag

De aard van de RR is vriendelijk en evenwichtig. Mits onder goede begeleiding opgevoed is hij uitstekend gehoorzaam en toegewijd aan zijn mens. Slechte socialisatie, harde aanpak en eenzaamheid kunnen deze hond blijvend geestelijke schade toebrengen. Tegenover onbekenden kan hij weinig interesse tonen, zich zelfs afstandelijk gedragen. Gemiddeld genomen zal hij zich niet met vreemde honden bemoeien, ze negeren niet of ze met waardigheid en enige reserve betreden. Sommigen zien het voor verwaandheid aan, maar het kan ook verlegenheid zijn. Territoriale reuen kunnen in hun eigen revier in de natuur zelf initiatief ontplooien door temperamentvol op een indringer af te stormen. Kort voor de ander zal hij plots afremmen om deze niet totaal te overrompelen.

Zit uw Afrikaan in zijn vel dan kan hij tussen zijn dagelijkse dosis beweging door, urenlang heerlijk op uw bankstel nagenieten. Gezien zijn afkomst kunt u uw zonaanbidder tijdens koude geen groter plezier doen dan een brandende open haar waar hij zo dicht mogelijk tegenaan zal willen liggen. Een terdege afgesloten tuin voorzien van een solide hekwerk ter hoogte van minimaal anderhalve meter is een must om de nieuwsgierige en inventieve Rhodesian Ridgeback te beletten zelfstandig op onderzoek te laten gaan buiten zijn eigen terrein.

Opvoeding en beweging

Het rijpingsproces duurt bij de RR duurt langer dan bij andere hondenrassen. Ongeveer tot zijn derde levensjaar blijft hij puberaal; waarbij men op kan merken dat de dames zich eerder volwassen gedragen dan de heren. Direct na aanschaf vangt men al aan met het opvoeden van de pup. In fysiek opzicht dient u er rekening mee te houden dat uw jonge RR zal uitgroeien tot een fors exemplaar van 60 – 70 schofthoogte en met een gewicht tussen de 35 en 50 kilo. Uw naturel overwicht op de hond zult u voor die tijd bereikt moeten hebben. Een RR eigenaar kan zich niet permitteren om te stoppen met opvoeden. Volg na de puppycursus verdere trainingen op basis van begeleiden en belonen. Coachen en sturen zult u voortdurend moeten blijven doen omdat de RR u zal blijven testen. Verzaakt u in uw leidinggevende functie, dan neemt hij met grote stelligheid het heft in eigen handen. Als baas die zijn soorteigen gedrag respecteert heeft u een fantastische vriend aan uw zijde.

De RR is een hond met souplesse die veel beweging nodig heeft om zijn energie kwijt te raken. Daarnaast is mentale afleiding door middel van zinvol tijdverdrijf en bezigheden zoals zinnige (zelf)belonende spelletjes onontbeerlijk. Minstens twee uitgebreide wandelingen van minimaal een uur, (en bijvoorbeeld langs de fiets lopen) voorkomen dat hij zich verveelt en uw meubilair of tuinplanten sloopt. Een ervaren persoon kan een roedeltje beheren; op die manier kunnen de honden elkaar onderling bezighouden. De RR is een ondernemende kameraad om mee de natuur in te trekken. Hij heeft het vermogen om alles wat op vier poten staat terug te jagen naar zijn begeleider. Een gehoorzame RR zal tijdens het loslopen in de natuur redelijk in de buurt van zijn eigenaar blijven. Voorzichtigheid is geboden met gebieden waar zich wild ophoudt omdat de RR zowel op geur als op zicht jaagt. Leer de hond op u te blijven letten zonder hem het idee te geven dat u hem toch wel in de gaten houdt. Een ertussenuit knijpende RR komt weer terug, en indien zijn zoektocht succesvol was: met voor zich uit rennend wild. NB In Nederland waar legale hondenlosloopgebieden schaars zijn, hebben passionele jagers het moeilijk.

Gezinshond

De vraag of de Rhodesian Ridgeback geschikt is om bij jonge kinderen in huis te nemen kan bevestigend worden beantwoord, hoewel veel afhangt van hoe u de kinderen opvoedt. Er zijn wel spelregels waar u op zou moeten letten. Bedenk dat niet alle honden even moeiteloos met kinderen omgaan en niet alle kinderen voorbeeldig met honden zijn. Gaat er iets mis dan ligt dit aan u, en niet aan het kind of de hond. U bent verantwoordelijk om uw kind(eren) respect bij te brengen voor de hond, zodat er geen confronterende situaties kunnen ontstaan. Besef dat kinderen de lichaamstaal van een hond (nog) niet zullen begrijpen en dus de gegeven waarschuwingen voorafgaande aan een verdedigende beet, niet herkennen.

Gezondheid en verzorging

De RR heeft een dunne, snel beschadigende huid die gevoelig is voor allerhande huidaandoeningen. Er is niet zelden sprake van seizoengebonden huidafwijkingen zoals kale, (donkere) plekken die zich met name tijdens een winters seizoen manifesteren. Het vermoeden rijst dat dit vervelende euvel te wijten is aan gebrek aan zonlicht.

De enige erfelijke aandoening die bij de RR regelmatig voorkomt, is de Ridgeback ‘cyste’. De wetenschappelijke term hiervoor is: Dermoid Sinus (DS). Dermoid sinussen zijn vernauwingen lijkend op kanaaltjes die worden veroorzaakt door een defect van de huid. Zij beginnen aan het huidoppervlak en dringen verder door tot in de spieren en soms tot in het ruggenmerg. Zijn bevinden zich op de centrale lijn van de nek en het kruis: vooraan of achteraan het gedeelte dat ingenomen wordt door de ridge.

Qua voeding lijkt de RR een makkie. Hij is een gulzige alleseter. Het nadeel hiervan is dat hij altijd op zoek gaat naar eten zowel onderweg (verse prooi) en thuis (uw maaltijd). U hoeft uw rug maar te draaien en … De intelligente RR heeft een uitstekend probleemoplossend vermogen, hetgeen hem helpt om ongeoorloofd aan voedsel te komen. Hij is de ongekroonde Houdini onder de hapjesstelers en slotenmakers. Omdat hij altijd zo hongerig lijkt, is naast beweging, het afstemmen van de juiste hoeveelheid voer de beste manier om hem slank te houden.

zaterdag 24 april 2021

DIEREN IN NOOD

Paarden plat

Bijna elke dag zien we vader (?) met veulen in het weiland. Ze zijn heel nieuwsgierig en komen altijd dichtbij om ons te begroeten. Toen ik een keertje in de versnelling ging, renden ze mee. Sindsdien roep ik 'Galop' en rennen ze uitgelaten zij aan zij. Vanmorgen ziet het er eng uit: onze galophengsten plat in de wei. Op fluiten geven de Furies geen sjoege. We besluiten om het weiland te lopen, want bij de poort hangt een meldbordje met telefoonnummer. We versnellen onze pas automatisch. Na tien minuten zijn we aan de overkant. Bij de poort tilt de volwassen hengst zijn hoofd omhoog. We maken onze ongerustheid kenbaar en de 'vader' tikt zijn 'zoon' aan waarmee hij wil zeggen: we zijn oké. We soezen in de zon, dat is wat paarden ook doen. En misschien wel: Laat ons en volgende keer lekker lui liggen.
NB Paarden moeten minimaal 30 minuten per dag liggend slapen. 

Pad op het pad

Midden op de parkeerplaats zien we een zonnebadende jonge bufo bufo. Of dat goed afloopt?We willen de bruine pad best overzetten, maar naar welke de groenstrook? Voor je het weet help je hem of haar van de wal in de sloot. Bij ons volgende bezoek ligt er een platgereden uitgedroogd velletje niet ver van de eerste vindplaats.

Springlevend is de steenmarter op de foto

Op de terugrit ligt een aangereden dode steenmarter met zijn of haar hoofdje tegen de trottoirband gesmakt op een industrieterreinNot a pretty pictureMet al dat gepamper in de natuur, worden dieren minder zelfredzaamheid lijkt het wel. 

Pop uitgeteld?

In de auto na een wandeling van 5,5 km schijnt Pop teleurgesteld, omdat we het eekhoorntjesbos expres hebben overgeslagen. Het kan natuurlijk ook de onverwachte hogere temperatuur zijn. Soms zit het mee, soms zit het tegen. Such is life pussy.

vrijdag 23 april 2021

15 MYTHES OVER DE HOND

 

De zin en onzin van sterke stellingen: een update

Dankzij de digitale snelweg hebben we extra toegang tot een ongelooflijke hoeveelheid informatie. Frequent worden hier dezelfde tegeltjeswijsheden verkondigd, klakkeloos gekopieerd en verspreid waardoor mythes in stand worden gehouden. Nadeel is dat zo hardnekkige fabeltjes blijven rondwaren terwijl er allang nieuwe(re) inzichten bestaan. Net als de noodzakelijke update voor een computer, is het voor ons brein belangrijk om kennis te blijven vergaren en te actualiseren. Hondenmanieren heeft enkele (achterhaalde) overleveringen voor u ontleedt.

Kwispelen

Als een hond kwispelt is hij blij: een stelling die zelfs nog steeds in boekjes en op internet wordt gehanteerd bij adviezen in de omgang tussen hond en kind. Kwispelen is echter een uiting van opwinding en kent vele vormen. Een hond kwispelt wanneer hij een bekende begroet – dat kan op een enthousiaste of gespannen manier zijn, maar hij kan ook kwispelen als hij aan zijn favoriete bot ligt te kluiven en wordt benaderd. De hond kwispelt dan bijvoorbeeld uit onzekerheid, kan direct daarna kort verstarren en zelfs uitvallen en bijten! Echter, de meeste mensen kunnen niet het verschil zien tussen de ene kwispel en de ander. In het algemeen stellen dat het veilig is een hond te aaien die kwispelt, is dus geen goed advies.

Verschil tussen gedrag reu en teef?

Het is een wijdverbreid misverstand dat alle teefjes aanhankelijker zijn, en reuen dominanter en agressiever. Reuen zijn vaak in huis heel aanhankelijk maar teefjes gedragen zich van nature behoedzamer en zijn voorzichtiger met ruzie maken omdat ze biologisch gezien een belangrijke opdracht hebben: het werpen van nakomelingen en de daarbij behorende verzorgende en opvoedkundige taken. De aanwezigheid van het vrouwelijke hormonen maakt haar ‘zachter’.

Het is overigens een misverstand dat het beter voor de gezondheid van een teef zou zijn als ze minstens eenmaal in haar leven een nestje krijgt. Een zwangerschap en een bevalling zijn daarbij niet zonder risico.

Voorop lopen

Ooit op de cursus geleerd: de hond moet altijd achter je lopen. Veelal werd (wordt) dit aangeleerd om te voorkomen dat een hond aan de lijn gaat trekken en zijn eigenaar meesleurt. Leer je hond als pup rustig aan de lijn volgen voordat hij fysiek te gewichtig wordt en je hem niet meer of moeilijk onder controle krijgt. Intussen is na recent afgeronde studies bekend, dat bij Canadese wolven in de vrije natuur de roedelleider in het midden loopt ...

Achter de baas lopen op commando is overigens wel handig in smalle doorgangen of bij het trap (af)lopen.

Trekken aan de lijn

Ben jij zo’n eigenaar die door zijn hond wordt uitgelaten? De beste remedie tegen ‘trekken aan de lijn’ is ‘stil blijven staan’ en je vooral niet mee laten sleuren. Een hond is slim genoeg om te beseffen dat voortgang, rustig volgen betekent. Hij zal snel beseffen dat stilstaan hem niets oplevert. Trekken aan de lijn is op zich geen teken van ‘de baas zijn’, maar een gemis aan de juiste training en controle.

Op de spits drijven

Als baas moet je altijd op je strepen staan. Nee hoor, patstellingen kun je best anders oplossen zonder je gezag te verliezen. Ga geen ‘discussie’ met je hond aan waarvan je van te voren weet dat je die niet wint. Drijf je zaken op de spits dan kan een hond zich in het nauw gedreven voelen en in de verdediging schieten. Eenvoudig van de hond wegkijken zodat de hond zich kan herstellen dan is er niks aan de hand. Laat de hond daarna een commando opvolgen wat hij graag doet en goed kan, en jullie verhouding is voor beide partijen weer duidelijk.

Macho hond

Een veel gebruikte uitspraak van baasjes die geen overwicht op hun hond hebben: mijn hond is een echte macho en gedraagt zich dominant. Gedrag wat men als ‘dominant’ benoemt is vaak niets anders dan agressie. Aangelijnde honden vallen uit naar een andere hond uit angst, frustratie of omdat ze zich sterker voelen door de voelbare visuele binding (de lijn) die ze op dat moment met hun eigenaar hebben. Dominant optreden heeft niets met alfa gedrag te maken: een zelfverzekerde hond gedraagt zich rustig en evenwichtig. Pas als het echt ernst is grijpt hij eenmaal daadkrachtig in.

Wondverzorging

Een vers wondje bij jezelf door je hond ‘schoon’ laten likken is echt niet genezing bevorderend zoals menigeen nog steeds denkt. Medisch gesproken is het beter om je hond niet aan een wondje te laten likken. Je weet immers nooit of de hond een ziekmakende bacterie in zijn mondflora heeft. Het is geen ramp als het gebeurt, mocht er narigheid van komen dan weet je waar het van kan komen en wat je er aan kunt doen.

Verwend

Ongemerkt vervallen sommige mensen in hun geijkte zorgzaamheid waardoor ze vergeten om grenzen aan te geven en duidelijk en consequent naar hun hond toe te zijn. De snuggere hond reageert daar onmiddellijk op met alle (nare) gevolgen van dien. De hond is verwend doordat hij (te) veel mag en gedraagt zich er naar. De eigenaars hebben vaak niet in de gaten dat ze zelf de veroorzakers zijn. Veel baasjes lezen de wensen bij de ogen van hun hond af en maken het hem zoveel mogelijk naar de zin maar vergeten daarbij duidelijk te zijn. Daar worden honden nu juist ongelukkig van …

Kleurenblind?

Jarenlang werd gedacht dat honden kleurenblind of enkel zwart-witkijkers zijn. De ogen van de hond beschikken alleen over blauw- en groengevoelige kegeltjes. Het vermogen om de kleur rood te onderscheiden bezit hij niet. Nuances van de kleur rood neemt de hond waar als grijs in verschillende tinten: van licht naar donkergrijs. Wil je weten hoe een hond ziet? Verwijder de kleur rood in een kleurenfoto door middel van een fotobewerkingsprogramma zoals Adobe Photoshop. Dat geeft een goed beeld van hoe kleurinformatie voor een hond zichtbaar is.

Babyluier

Nog steeds zijn er nieuwbakken vaders of moeders die de eerste poepluier of zelfs placenta van de pasgeboren baby met spoed naar de hond brengen. Dit met de vreemde redenatie dat de hond dan de baby zou accepteren. In de natuur eten honden en wolven graag dergelijke zaken - van prooidieren wel te verstaan. Accepteerde uw hond de baby na deze maaltijd? Dan is het gewoon een lieverd en zou hij het zonder deze extra maaltijd ook gedaan hebben. U heeft geluk dat hij de baby niet als prooi is gaan zien.

Eeuwige rui

Borstelen kan naast vachtverzorging ook de band met je hond versterken, zeker als een hond die handeling als aangenaam ervaart. Eigenaars die hun kort- of stockharige hond elke dag borstelen zullen opmerken dat hun hond meer dan gemiddeld verhaard. Door bovenmatig te borstelen raken de haarwortels overspannen en treedt er een kunstmatige rui op. Er is maar een remedie: stoppen met kammen en borstelen. De haarwortels hebben tijd nodig om in balans te komen waardoor het de eerste weken (maanden!) lijkt dat deze remedie geen soelaas biedt. De richtlijn voor kortharige en stockharige honden is: alleen borstelen in de ruiperiode en eventueel af en toe een kam erdoor voor eventuele viezigheid.

Haren voor de ogen

Langharige rassen zoals schapendoezen, briards en bobtails hebben doorgaans een fors gordijn voor de ogen hangen. Dikwijls wordt er beweerd dat dit moet blijven zitten ter bescherming van de ogen. Natuurlijk zijn hondenogen die jarenlang achter luiken verbleven niet gewend aan het licht en de lucht, maar van oorsprong hadden deze rassen niet zo extreem veel haar. Lange lokken zijn natuurlijk prachtig, maar het ontneemt de honden wel hun zicht. Het gevolg is grotere onzekerheid, meer schrikreacties en zelfs een grotere kans op (angst)bijten. Als u niet met uw hond showt, gun hem dan zijn vrije uitzicht door zijn lok op te binden of af te knippen.

Initiatief

Je hebt een hond genomen voor de gezelligheid. Bij een gehoorzame hond die zijn plaats kent hoef je niet per se de algemene regels te handhaven. Een bescheiden hond mag best bij je op schoot zitten of naast je op de bank plaatsnemen mits het initiatief daarvoor altijd van jou komt. Een hond tussendoortjes geven (of beter: ruilen voor een handeling zoals een pootje geven) is best zolang hij er niet voor bedelt en de actie van jou uitgaat.

Een poepje laten ruiken

Een pup maak je niet zindelijk door de onzinnige actie van zijn snuit in zijn eigen ontlasting te duwen. Ergo: hierdoor bestaat de kans bestaat dat je het omgekeerde bereikt! Je kunt je pup alleen corrigeren als het een heterdaadje betreft, maar de kans bestaat daardoor dat hij voortaan alleen nog durft te hurken als je niet in het zicht bent! Beter is het om ‘ongelukjes’ te voorkomen en positief gedrag te belonen. Observeer je pup goed zodat je weet wanneer hij ‘moet’ (na slapen en spelen) en prijs hem nadat hij buiten op de daarvoor bestemde plaats zijn behoefte heeft gedaan.

Pootje lichten

De voornaamste reden waarom een reu zijn poot opheft is om zijn volle blaas te legen. Hondeneigenaars denken vaak dat honden over elkaars urine plassen vanwege dominantie, maar dat heeft er zelden mee te maken. Er zijn meerdere argumenten voor deze vorm van honds communiceren. Het reukvermogen is voor een hond het allerbelangrijkst. Via het rituele plasje dat alle (buurt)honden steevast op eenzelfde plek doen, geven ze actuele informatie af aan hun soortgenoten (net zoals wij het nieuws in de krant lezen). Door een vlaggetje te planten markeert de hond waar hij is geweest; de hoek van een straat is favoriet. Verder kan het de bedoeling zijn om zo zijn territorium af te schermen, of om een bepaald voorwerp, een paaltje of boom te claimen. Bevriende honden, hondenpaartjes of roedelgenoten wateren over elkaars plasje om hun saamhorigheid (band) te bevestigen.

donderdag 22 april 2021

VLAGGEN - FLAG

 


snufsnuf: interessant geurtje
sniffsniff: interesting smell


is de eigenaar van de geur nog in de buurt?
Is the owner of the smell still in the neighbourhood?


Checkin' in


Ik ruik ...
I smell ...


... iets waaroverheen geplast moet worden.
... something that must be peed over.


Klusje geklaard
Done!


Oeps. Ook nog een straaltje voor de zekerheid bij de ingang
Oops, and to be sure a pee at the entrance.


Alles grondig gecontroleerd. Ik claim 'm.
Wie het laatst vlagt, vlagt het best!
Double checked. All mine now.

woensdag 21 april 2021

MALTEZER

Sneeuwwitje

‘Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de schoonste in het land?’ Als we deze prangende vraag beoordelen aan de hand van de staatsieportretten op internet, dan slaat de alomtegenwoordige Maltezer een goed figuur: het gedistingeerde hoofd opgeheven, het nuffige neusje, een lijntje om te zoenen, en de sneeuwwitte sluier die uitwaaiert in een zwaar zijdezacht kleed dat tot op de grond reikt. Volmaakt zou je zeggen, ware het niet dat de haardracht om een dagelijkse kapbeurt schreeuwt.

Herkomst en geschiedenis

Centennia voor onze jaartelling maakte Grieks filosoof Aristoteles al melding van de Canis Melitensis. Het paradepaardje was in het oude Rome en, we stappen met zevenmijlslaarzen, in de renaissance te vinden op de schoot van deftige dames. Zijn voorouders leefden in (haven)plaatsjes langs de kust van het Middellandse zeegebied waar zij in pakhuizen en scheepsruimen werden gehouden om ratten en muizen op te ruimen. Maken we een vertaalslag naar het heden dan is zijn leven nu weer een sprookje. Als gezelschapshond wordt de Maltezer met alle egards behandeld. Werken voor de kost hoeft hij niet meer. Voor de verwende smaak van de fijnbesnaarde Maltezer komen muis en rat nou vermomd als exquise sappige vleesstukjes uit kuipjes; soms zelfs mooi gearrangeerd op zijn bord. De naam van de bleekscheet vindt zijn oorsprong in (Italiaanse) kustplaatsen en eilanden zoals het Siciliaanse Melita, het Adriatische eiland Meleda en de dwergstaat Malta. ‘Maltees’ is te herleiden naar het Semitische woord ‘Malat’ dat synoniem is aan schuilplaats en haven. Bij de Bichon Frisé is een link zichtbaar naar de Maltezer. Ze behoren beide tot FCI groep 9 gezelschapshonden waar de Maltezer valt onder nummer 65 sectie 1 Bichons en aanverwante rassen. Italië claimde het beschermheerschap van het lieve leeuwtje.

Karakter

De veelzijdige hond met de Zuidelijke inslag etaleert zich als vriendelijke gezelschapshond edoch met bijlagen. Als professionele aaihond laat hij zich graag knuffelen door mensen met een zorgindicatie. Als gewillige aankleedpop is hij heerlijk om mee te doedelen, hoewel de schoonheid beslist geen watje is. Als zachtaardige en gezeglijke schoothond verschaft hij de oudere medemens aanspraak. Als inschikkelijk en hanteerbaar kindervriendje is hij een speelkameraadje voor de complete familie. De schone slaapster kan uren languit als een prinses op de erwt vertoeven op bed, kussen of schoot. Geen wonder dat de Maltezer zo uitgeslapen is. Hij is een flexibele hond die zich zonder morren aanpast, mits je hem de ruimte geeft om hond te zijn.

Sociaal gedrag

Er doen zich regelmatig tragische incidenten voor met Maltezers. Op hun manier vinden Maltezers zich namelijk stoer, waardoor ze simpel ondergesneeuwd kunnen worden. Je ziet daarom nogal eens dat aangelijnde Maltezers worden weggehouden bij soortgenoten. Als kleintje ben je reuze kwetsbaar. Toch is het beter om de Maltezer tijdens de inprentingsfase op een leuke en veilige manier kennis te laten maken met andere honden. Immers als híj zich volgens de etiquette gedraagt, zal een andere hond ook eerder geneigd zijn om zich beleefd te gedragen. Hierbij een oproep aan alle hondenbezitters om zich te houden aan de onuitgesproken regel dat je jouw hond (aan de riem) aan de voet houdt bij een naderende aangelijnde hond. De makkelijke Maltezer kun je overal mee naar toenemen. Hij is zeer in trek bij vakantieliefhebbers. Hij is overal welkom en de hanteerbare Maltezer mag vanwege zijn proporties als handbagage bij de eigenaar in het vliegtuig blijven.

Je kunt meerdere Hagelwitjes tegelijk houden, maar de hond kan zichzelf uitstekend vermaken. Bijvoorbeeld met een pluche poppetje of beestje dat hij liefkozend als een pup likt. Dat verzorgende aspect heeft hij minstens afgekeken bij zijn mensenouders. De Maltezer zal best zijn vergeet-mij-nietblik opzetten als je weggaat, maar de hechtpleister benut de enkele uurtjes die hij alleen moet blijven om, gaap, bij te slapen.

Opvoeding en beweging

De Maltezer is een absolute beginnershond. Doorgaans zal de opvoeding gladjes verlopen. Je moet van heel slechte huize komen, wil je daar iets aan verknoeien. Toch ligt er één gevaar op de loer. Eigenaars hebben de neiging om hun dot van een pup te vertroetelen met aandacht en lekkers. Ze vergeten dat de van wezen uit bescheiden Maltezer net zo goed listig en eigenwijs kan zijn. Ze lezen de wensen van zijn ronde wakkere kooltjes af en de hond doet er zijn voordeel mee. Hij wordt vadsig, lui en Oost-Indisch doof. Gehoorzamen gaat niet vanzelf, zelfs niet bij een Klein Duimpje. Voor je het weet loopt het gewiekste Wolkewietje over je heen. De opgevoede Maltezer is volgzaam. Je kunt zelf met hem oefenen of een puppycursus volgen waar híj met meerdere zaken kennis kan maken en jíj bij de les blijft. Maltezers reageren met gekef op verdachte geluiden. Ga voortvarend met ongewenst blafgedrag aan de slag. De kneedbare Maltezer is uiterst toeschietelijk. Actief of lui? Het is de levendige Maltezer om het even. Hij kan blij zijn met meermaals per dag flaneren in de buurt en met langere wandelingen in park en bos. Het Maltezer loopje is gelijkmatig, rollend, vrij, en forte en piano drafstapjes. Heeft hij de gekke vijf minuten, dan sjeest hij uitbundig de kamer of het grasveld rond. Met tegenzin (met of zonder dekje) naar buiten als het regent? Hij gedraagt zich naar hoe jij het hem hebt aangewend. Vertel hem dat volgens de Italianen in de regen lopen geluk brengt: sposa bagnata, sposa fortunata.

Gezondheid en verzorging

Bij de Maltezer kan zich de breed voorkomende orthopedische aandoening Patella luxatie voordoen. Patella luxatie is het van de plaats schieten van de knieschijf, waarbij deze naast het gootje kan komen te liggen waar hij normaal in hoort te zitten. Het vaakst komt de incidentele (habituele) vorm voor, waarbij de knieschijf naar binnen schiet. Men onderscheidt verschil in ernst (graad) en richting waarin de knieschijf zich verplaatst. Afhankelijk van die mate wordt vastgesteld of er sprake is van overgangsklasse dan wel graad 1 t/m 4. Bij de laatste is er sprake van een voortdurende verplaatsing van de knieschijf waarbij deze niet eens meer op zijn plaats te krijgen is.

Voordat je met je lelieblanke Maltezer kan marchanderen, is er werk aan de winkel. Voor de aanhalige Maltezer is het gefrut pure verwennerij. Doet je leeuwinnetje een tikkie kattig? Wees dan coulant. Dat ze geen polonaise (van jou) aan haar lijf wil, is waarschijnlijk te wijten aan de loopsheid. De lange manen moeten elke dag laagje voor laagje worden opgepoetst anders verandert de gladgestreken Zwabber in een Zwiebertje. Door naast de wekelijkse grote beurt, dagelijks vijf minuten te borstelen, krijgen klitten geen kans. Vergeet de oksels en (rondom) de staart niet te kammen. De Maltezer is geen Vrouw Holle die zelf de vacht van zich afschudt. Haar dat de hond moet verlaten, is jouw pakkie an. Voor de lakse eigenaar is de bewerkelijkheid een doorslaand argument om voor de huishond vier tot zes keer per jaar een afspraak te maken bij de trimsalon. Daar worden de sluike laagjes gekortwiekt tot een vlotte haartooi. In vaktermen kun je kiezen uit het scheermodel egaal of het puppymodel met de jeugdige uitstraling

Het toiletteren. Overtollige haren tussen de kussentjes van de voeten wegknippen. De Maltezer grossiert in oorharen. Het royale haar blokkeert de gehoorgang waardoor oorsmeer niet naar buiten kan. Om oorontstekingen te voorkomen, helpt het regelmatig uitplukken met een pincet of met een vingercondoom. Omdat Maltezers een voorkeur hebben voor zacht voedsel, is de kans op tandsteen groot. Minimaal drie maal per week met de tandenborstel in de weer en de hond laten kauwen op kluifjes houden het gebit gezond. Zelfs de ogen moeten er dagelijks aan geloven. Geregeld met een watje met bijvoorbeeld lauw water of een daarvoor bestemd middeltje schoonmaken, minimaliseert traanstrepen. Priemende kuifharen irriteren de ogen. Slapers (stof die na het slapen in de ooghoeken blijft plakken) en pupse (slijmerig traanvocht) kunnen traanogen veroorzaken en de daarbij onvermijdelijke roodbruine traanstrepen. De kuif samenbinden of strikken, de pompon met gel of vaseline achterover kammen (gebruik een kam met V tanden) of de pluim snoeien behoren tot de voorzorgsmaatregelen. Als je een voor de Maltezer geschikte shampoo en conditioner gebruikt, mag je hem zo vaak wassen/bleken als je wilt. Een schone vacht is makkelijker te onderhouden, en is vanzelfsprekend witter.

De showhond wordt niet geknipt en draagt zijn glimmend glanzende Rapunzel haren in een rechte scheiding. Op de romp is de zuiver witte bekleding (een bleke ivoortint is toegestaan) langer dan op de schoft. Het valt recht naar beneden tot over zijn voeten als een strak om de romp gespannen cape. Op het hoofd, de voorsnuit en op het voorgezicht waar het overloopt in de baard, en op de schedel waar het zich vermengt met de beharing die de driehoekige oren bedekt, is het haar heel lang. Het haar van de staart valt naar één zijde van het lichaam zodat het op de flank en op de zij tot aan de hak hangt. De showcoupe zit strak in het gelid. Om pluis, krullen en golven te voorkomen worden papillotten ingedraaid. Het opvallende ‘coke kapsel’ waardoor de vacht niet beschadigt of vuil wordt is uit duizenden te herkennen.

dinsdag 20 april 2021

KLUIFJE KIEZEN

 

Het blijft leuk om je hond geregeld te laten kiezen. 
Smaken veranderen immers.


Ditmaal was Pop zeer bescheiden. 
Ze koos het kleinste kluifje.



maandag 19 april 2021

REINCARNATIE HOND

Spiegelbeeld

Reïncarnatie of verbluffende toevalligheden. Is er meer tussen hemel en aarde?

Het begrip reïncarnatie bestaat al sinds mensenheugenis en komt mondiaal in veel religies en culturen voor. Reïncarnatie (zielsverhuizing) is het geloof dat enkel de geest van een levend wezen - in de westerse wijsbegeerte doorgaans ‘ziel’ genoemd - na de dood opnieuw in een ander levend wezen wordt herboren. De idee achter reïncarnatie of wedergeboorte is dat het leven een leerschool is. Een ziel reïncarneert in een ander levend wezen om te evolueren: nieuwe ervaringen op te doen en zich verder ontwikkelen. Er zijn onderzoeken bekend waarbij de geteste personen zich verbluffende details over een vorig leven herinnerden die 100% met de werkelijkheid strookten, identieke gelijkenissen vertoonden of dezelfde capaciteiten hadden als de betrokken overledenen. Er kon geconcludeerd worden dat de feiten niet gebaseerd waren op fantasie, toeval of helderziendheid en dat er geen samenhang bleek te bestaan tussen het wel of niet geloven in reïncarnatie.

Laat ik voorop stellen dat ik ‘de nuchterheid zelve’ ben en geen bijgelovige zweefteef. Wèl ben ik een langneuzig mens die met de nodige scepsis openstaat voor mystieke zaken. ‘De wonderen zijn de wereld nog niet uit’ luidt immers een bekend gezegde.

Lees hier het miraculeuze relaas van Mieke.

Nadat wij onze Boxer Robbie geheel onverwacht hadden moeten laten euthanaseren, hebben wij hem thuis een nachtje laten overstaan. Het besluit namen we om onszelf wat meer tijd te gunnen afscheid van hem te nemen. Ik kan niet ontkennen dat er tevens een zweempje nieuwsgierigheid bij kwam kijken. In mijn hele leven had ik nog nooit met de dood te maken gehad. ‘Houdt het leven werkelijk op bij de dood, zoals ik altijd heb gedacht?’ Dit was een ultieme mogelijkheid om mijn persoonlijke stelling bevestigd te zien, of juist ontkracht. Bestond er inderdaad een kans dat er iets curieus zou gebeuren zoals een opstijgende ziel, een teken van gene zijde in aardse vorm, een seintje dat het goed was, misschien?

Onze gestorven hond lag roerloos op zijn eigen divan, alsof hij sliep. Mijn zintuigen stonden op scherp. Er gebeurde in dat etmaal he-le-maal niets. Zelfs de rigor mortis, de lijkstijfheid die enkele uren na het overlijden intreedt, duurde aanzienlijk korter dan gedacht. De volgende ochtend was zijn lichaam slap en nam ik Robbie nog eenmaal in mijn armen. Hij werd door mijn man in het vers gedolven graf in de tuin neergelegd. Een laatste aai als afscheidsgroet voordat de grond hem zou bedekken. De hond bleef doodstil liggen. We hadden absoluut niets bovenaards of paranormaals waargenomen. Dat kwam later pas.

Op de sterfdag van Robbie werd onze huidige Boxer afgegeven bij een asiel - die bewuste datum was ons bij de aanschaf overigens onbekend. Toen we voor het eerst zijn portret onder ogen kregen, dachten we dat het een beeltenis van onze overleden hond was, zo treffend was de uiterlijke gelijkenis. We werden bijzonder onrustig bij de aanblik van die onbekende hond op de foto die we zo goed leken te kennen. Hij wàs gewoon Robbie en we moesten naar hem toe: wat deed hij ergens in den vreemde? Een zeer onwerkelijke situatie. Tijdens de eerste ontmoeting was er van beide kanten ogenblikkelijk die klik. Hij duwde zijn snoet in mijn handen en keek me met lodderige ogen aan alsof hij wilde zeggen ‘kunnen we eindelijk naar huis?’ Diezelfde dag nog was de nieuwe hond die zo vertrouwd en eigen leek, terug in zijn - eigenlijk ons - huis.

De Boxer Box die in een kennel had geleefd, liep de eerste avond doodgemoedereerd mee naar de slaapkamer. Hij stond gebiologeerd naar zijn gedaante in de spiegeldeur te kijken, het duurde een eeuwigheid. Het leek alsof hij zichzelf voor het eerst zag. Daarna vlijde hij zich behaaglijk in de oude hondenmand die we nooit hadden weggedaan. Nadat we hem ‘welterusten’ hadden gewenst, zuchtte hij diep en vergenoegd. Net als… Het was alsof we terug in de tijd waren gereisd en alle narigheid nooit was gebeurd. Bizar.

Van meet af aan draaide de nieuwkomer mee in de dagelijkse routine. Het was alsof zijn voorganger een compleet dossier met notities had achtergelaten. Berichtjes over zijn doen en laten die de opvolger, zonder uitzondering, direct in zijn geheugen opsloeg. Zo spurtte hij op het erf bij het logeeradres  - waar ook hij naar toe zou gaan als wij op het werk waren  -meteen achterom. Hoe kon hij weten dat we de voordeur nooit gebruikten? De oppas werd zoals ‘altijd’ afgelebberd, ditmaal in een zichtbaar ontroerd gezicht. Een déjà vu? We hadden beiden tegelijk kippenvel.

Omdat de uiterlijke verschillen zo miniem waren, vergisten we ons vaak in zijn naam; hij leek het ons geheel niet kwalijk te nemen. Af en toe testte ik hem weleens om te kijken of hij speciaal op zijn oude naam reageerde. Hij staarde me op zo’n momenten indringend aan. Bedoelde hij met zijn vorsende blik dat ik hem moest herkennen? Bekende buurthonden trapten net zo in de treffende gelijkenis. Robbies grootste vijand stormde bij de eerste aanblik van ver op de nieuweling af. Hij hapte Box flink in de lies, net als hij bij Robbie had gedaan. Gaandeweg bleek dat Box identieke aversies tegen kleine witte hondjes had.

De opvallende overeenkomsten in gedrag, houding en reacties stapelden zich op. Box schijnt een exacte kopie van Robbie te zijn. Zelfs het vlekje onder zijn kin lijkt origineel. Hij heeft dezelfde voorkeur wat betreft kauwmateriaal: de zeer geliefde gifgele tennisbal. Hij blijkt net zo’n ongelovige thomas: eerst zien, dan geloven. Het ritueel om louter bij de aanwezigheid van bezoek luidruchtig te winden, beheerst hij eveneens. En ook hij ondervindt regelmatig ongemak van zijn grappig flapperende oren. Ik zou zo een hele waslijst met de meest minieme details van deze onstuimige clown (geen kloon) kunnen opsommen die parallel blijken te lopen met onze vorige oogappel.

Is onze overleden hond werkelijk gereïncarneerd in Box en wat is dan zijn bedoeling? Kwam de dood te vroeg? Wilde hij bij ons blijven omdat wij hem onmogelijk kunnen missen? En leeft hij daardoor voort in zijn opvolger? Heeft hij vanuit het hiernamaals een door hem goedgekeurde plaatsvervanger gestuurd die ons moet troosten en opvrolijken? Of berust het allemaal op puur toeval en willen wij graag dingen zien die er eenvoudigweg niet zijn? Is het mogelijk dat we ons onbewust hebben laten misleiden door de rastypische eigenschappen van de Boxer? We moeten eerlijk bekennen dat we graag wilden geloven dat Box Robbie was. Die eigenheid heeft ons intens geholpen bij de rouwverwerking. Zo bleken wij ons verdriet (en schuldgevoel?) een plek te hebben kunnen geven.

Er zijn teveel gecompliceerde vragen waar we nooit antwoord op zullen krijgen: je zou er gek van worden. De meest waarschijnlijke uitleg is dat wij door onze houding onbewust bepaalde signalen afgeven die eenzelfde reactie oproepen, zeker omdat het hier een hond van dezelfde soort betreft. Voor de rest houden we het op een samenloop van omstandigheden, tot het tegendeel bewezen is. We hebben besloten om eenvoudigweg te genieten van deze herkansing. Box is per slot van rekening geen replica: hij heeft bestaansrecht als individu

zondag 18 april 2021

JAPANSE SPITS

 
Kees op Koers

Als buitenstaander zou je de Japanse Spits gewoonweg verwisselen met de Witte Keeshond. Liefhebbers van het ras noemen hem ‘testkees’ en de kleinere krulstaart de verbeterde versie. Ze roemen de significante pluspunten. De Japanse Spits is plooibaar als origami - de Japanse kunst van het papiervouwen. Hij is dol op alle familieleden en zacht in de omgang met kinderen. Blaffen in zijn eentje is geen lol aan. Bovendien heeft de Aziaat beduidend minder vachtonderhoud (een kambeurt per week) nodig dan de Duitser.

Herkomst en geschiedenis

Eeuwenoude reputaties staan op het spel, maar de strekking over de basis van de Japanse Spits is echt onduidelijk. In elk geval is het niet het land van de rijzende zon. Het inheemse ras zou van nomadische turfhonden (peat dogs) afstammen die duizenden jaren geleden vanuit Noord- en West-Europa in Japan belandden. Maar hé, overleveringen waren zonder digitale snelweg toen niet te verifiëren en zelfs nu is het onmogelijk de echtheid voor de volle 100% te achterhalen. Feit blijft dat in de twintiger en dertiger jaren van de vorige eeuw in Japan Arctische kezen via Siberië en Mantsjoerije aangevoerd zijn en daar gehusseld werden met spitsen uit Canada, de VS, China en Australië. Tokio had in 1921 de primeur om de pocketuitgave van de Duitse Keeshond als Japanse Spits op een rashondenshow te verwelkomen. Voor de goed gelukte reproductie werd in hetzelfde jaar van de oprichting van de Japanse Kennel Club (1948) de officiële rasstandaard opgesteld. De Japanse Spits of Nihon Supittsu voelt zich als een koi in het water in FCI groep 5 Spitsen en Oertypen sectie 5 nummer 262.

Karakter

De toegewijde Japanse Spits staat te boek als lief, pienter, vrolijk, vriendelijk, alert, en dapper. De Japanse Spits is heel hecht met zijn mensen: ga je even voor een boodschap de deur uit ‘Tosho’ (tot zo), dan tuurt hij reikhalzend achter het raam naar je terugkeer. Net als in Japan kan zijn begeleider zich op straat voldoende veilig voelen, want de spits beschermt degenen met wie hij zich zo verbonden voelt. Is er volgens hem iets niet in de haak dan zal hij hard en langdurig aanslaan om jou en de potentiële belager/indringer te waarschuwen. Hoewel hij graag zijn eigen gang gaat, is hij zeer dienstbaar ingesteld: je vriend voor het leven maakt het je graag naar de zin. In ruil daarvoor vraagt hij jouw zorgzaamheid en genegenheid.

De Kees heeft een grotere mond dan de meer bescheiden Japanner. Blaffen doet de oosterling een stuk minder; tig spitsen bijeen zullen elkaar bijvallen en ieder zal in het kader van groepsdynamiek het hoogste woord willen keffen. Dat dan weer wel. Zingen ‘Ahoew’ gaat ze best af: een roedeltje stemt gelijk in met een canon. Het is aan de baas om helemaal zen te zijn en de rust te bewaren.

Sociaal gedrag

De Japanse Spits bezit een bepaalde waardigheid die hem iets verhevens geeft. Tegenover honden die hij buiten de deur ontmoet is hij verdraagzaam. Wen je hem op jonge leeftijd aan huisdieren dan zal hij daar zonder morren mee door een deur kunnen. Bij voorkeur zijn de meeblaffers in huis gelijkgestemden: ze voelen elkaars spirit perfect aan. Japanse Spitsen bezitten een prima waarnemingsvermogen. Ze zijn afwachtend tegenover vreemden die hen in plaats van op gepaste afstand, te dicht naderen. Bied hen de tijd en ruimte om zelf toenadering te zoeken en ze stellen zich open. Geen enkele hond is graag alleen, maar het is aan te leren. Zoals in de inleiding al is aangehaald, is de hanteerbare hond met een handige schofthoogte van 35 cm prima geschikt voor een huishouden met kinderen en alle mogelijke huisdieren.

Opvoeding en beweging

De Japanse Spits heeft (talent): leergierig en vlotte leerling, en buigzaam. Elke Jap heeft zijn eigenheid: net zoals bij ikebana (Japans bloemschikken door de natuur te imiteren) ga je mee in zijn aard en blijf je consequent. De opvoeding verloopt als vloeiende inkt als je oefeningen leuk brengt en verpakt als spelletje of trucje. Niet zo vreemd overigens: Japanners staan bekend om hun furoshiki (mooie inpakmethoden). Herhalen van oefeningen vinden de spitsen bespottelijk: ceremonies zijn er toch om in ere te houden? De hond is actief, als ze zich vervelen zetten ze de boel op stelten. Als jij onderuit gezakt in je kimono op de bank ligt, wil hij graag spelen of op zijn minst aanschuiven en liggend op zijn rug geaaid worden.

Beweging pas je aan aan zijn formaat. Ravotten, stoeien met de stad, lichtvoetig en vrolijk wandelend op het platteland, en samen spelen in de achtertuin. Besteed je voldoende tijd en aandacht aan hem dan vormt een balkon in plaats van een tuin geen beletsel om een Japanse Spits te houden. Indien je over een buiten beschikt, dient die voorzien te zijn van een afrastering van anderhalve meter tot 180 cm hoog; voor hun schofthoogte kunnen ze vrij hoog springen.

Gezondheid en verzorging

Japanse Spitsen worden met gratie wel zo’n jaar of 15. Incidenteel komt er, net als bij veel (kleine) hondenrassen Patella luxatie voor. Patella luxatie is een van de meest voorkomende orthopedische aandoeningen: het van de plaats schieten van de knieschijf, waarbij deze naast het gootje kan komen te liggen waar hij normaal in hoort te zitten. Het vaakst komt de incidentele (habituele) vorm voor, waarbij de knieschijf naar binnen schiet. Men onderscheidt verschil in ernst (graad) en richting waarin de knieschijf zich verplaatst. Afhankelijk van die mate wordt vastgesteld of er sprake is van overgangsklasse dan wel graad 1 t/m 4. Bij de laatste is er sprake van een voortdurende verplaatsing van de knieschijf waarbij deze niet eens meer op zijn plaats te krijgen is.

Traanstrepen. Door enzymen in het oogvocht ontstaan soms ontsierende bruinrode traanstrepen in de binnenste ooghoeken. U kunt de ontsierende vlekken voorkomen door ze keer op keer weg te vegen met uw schone vinger, een doekje, of een speciaal daarvoor bestemde traansmeerremover. Toepoels geeft als oplossing 3% waterstofperoxide in gedestilleerd water op een depwatje om (hardnekkige) strepen te vervagen. Pas op dat het gedrenkte watje niet in aanraking met de ogen komt!

De Japanse Spits is allesbehalve een smeerkees. In lijn met de Japanse traditie is hij zeer schoon en zuinig op zichzelf: hij is meer Tiffany dan sniffany en wast zich als een kat Kapsones? De vachtcollectie is niet aan trends onderhevig. Ze is doorlopend en uitsluitend in smetteloos en zelfreinigend wit in de aanbieding. Je zou denken dat vanwege het pure wit de tegen koude, warmte en vocht isolerende weelderigheid veel onderhoud vergt. Door de structuur (lang, sluik, uitstaand dekhaar en zachte korte dichte onderwol) glijden opgedroogde modder en vuil er bij het borstelen eenvoudig weg af. Door regelmatig te ontwarren met kam of borstel houd je de vacht klitvrij – ervaart de hond vanaf dag één de vachtverzorging als een weldaad zelfs als ukiyo (totale ontspanning), dan zal hij zich wekelijks onderhoud graag laat welgevallen. Wassingen hoeven hoogstens twee keer per jaar. Japanse Spitsen hebben geen hondengeurtje aan zich hangen, zelfs niet nadat ze elegant in de regen hebben getippeld - leer je hond zich voordat jullie naar binnengaan zijn bos haar op een cue uit te schudden. Tijdens de jaarlijkse rui die een dag of tien duurt, helpt het om de loszittende haren eruit te kammen. En als de Madurodam uitgave van een Samojeed er dan uitziet om door een ringetje te halen, staat hij schietklaar (denk: trossen Japanse toeristen, je weet wel die lui met steevast een camera om de hals) om zich door jou of een andere kiekjesmaker op de foto vast te laten leggen.

De Japanse Spits overeet zich niet met voer, lekkere traktaties, da’s andere koek. Zullen ze zich in groepsverband de sashimi (rauwe vis) van hun bord laten eten, of zoals het er in authentieke Japanse eetgelegenheden zo keurig aan toegaat, niets van de ander inpikken? En zullen ze netjes op hun beurt wachten bij het uitdelen zoals het volgens traditionele gedragsregels voorgeschreven staat in plaats van voor te dringen? Laat je voorlichten door de Nederlandse Keeshonden Club, de belangenbehartiger van de Japanse Spits. Via: www.keeshondenclub.nl