donderdag 12 november 2020

GLAZEN KOOI

 


Geregeld wandelen we langs een driehoog paleisje met praktische inrichting zonder overbodige details. De stenenpartij in de voortuin is strakker dan strak. Het kan niet anders of het moderne huis is uitgezocht op de erker met ruiten tot op de grond waar exact het orthopedisch hondenbed inpast. Hier slijt de blonde labrador des huizes zijn ochtenden. Aan alles is gedacht. In de mand ligt zijn lievelingsspeeltje tevens gezelschapsdier, plus een afgeknauwd flostouw. In de daarvoor bestemde standaard hangen binnen handbereik de bakken voor zijn natje en droogje, ernaast ligt op de hygiĆ«nische plavuizen een onaangeroerde kluif die veel lekkerder smaakt als de baas erbij op de bank zit. 

De gleuf in de voordeur is afgeplakt; brieven gaan in een roestvrijstalen postbus tegen de gevel. Op de deur hangt een briefje om pakketjes af te geven op nummer 60. Werkelijk niets wordt door de bewoner aan het toeval overgelaten. Voor deze hond geen verrassingen. In alle vroegte hetzelfde dagelijkse ritueel. Na een ommetje langs de beek verlaat de eigenaar het opgeruimde huis om rond het middaguur terug te keren. 

De opdracht voor de hond luidt: ‘Goed op het huis passen.’ Arbeidsvitaminen op de radio stel ik me zo voor. Behalve een vlieg die zoemend probeert naar buiten te ontsnappen, gebeurt er binnenskamers bitter weinig. De labrador tuurt tijdens zijn korte ochtenddienst, tussen heimelijk gedut door, uit het raam naar verdachte bewegingen. Passanten hebben het nakijken, blaffen naar soortgenoten is een pleziertje dat de hond zichzelf gunt. In het voorbijgaan zien we een blije hond opveren. Het is vast de naar-het-bos-toe-auto die over de verkeersdrempel de straat inrijdt.