zondag 4 augustus 2013

LOWIEKE


Midden in de Hondsdagen. De opkomende zon vergeelt het heidegras. De aanhangers rusten als gestrande witte haaien op het zweefvliegveld. Hun vinnen glimmen in het felle licht. Geschoren schapen zoeken collectief blatend de schaduw op. Wij zoeken een weg onder lommerrijk groen. Voor de hond. Hij spaziert pal in de zon. Het gonst van de vliegen om ons heen, alsof ze op het circuit van Zandvoort racen. Een raaf krast laag vanuit zijn hoge zitplaats in een esp. Konijnen laten zich niet zien. Een vosje met vale vacht steekt het middenpad over. De hond doet vooralsnog of hij ‘m niet gezien heeft. Voordat hij zich laat meeslepen, roepen we hem bij ons. De temperatuur schiet omhoog, nu Lowieke* achternagaan zou onverantwoord zijn. De hond laaft zich aan het meegebrachte water. Er parelen druppels van de hevige hijgende hondentong op mijn blote been omlaag. We breken de wandeling af. En beloven dat we vanavond als de zon is ondergegaan, onze route hervatten. Afspraak is afspraak, poot erop!

Lowieke de Vos is naast Meneer de Uil een van de allereerste personages die voorkwamen in de kinderserie de Fabeltjeskrant. Bekende uitspraken van hem zijn: ‘Dat wordt weer smikkelen en smullen’ en ‘Hatsiekadee!’ Hij is veelal in het Praathuis te vinden in het gezelschap van medecaf√©meubelstuk Meneer de Raaf.