maandag 14 juni 2021
WAAIER
zondag 13 juni 2021
PERFECTE POEDEL
zaterdag 12 juni 2021
SCHADUWKANT
vrijdag 11 juni 2021
BESCHERMINGSFACTOR 50
RASPORTRET - Tatra
Mijn eerste kennismaking met de doorgaans naar vreemden toe terughoudende Tatrahond was atypisch. Het leverde me een gebroken middenvoetsbeentje op. Het anders zo wendbare gevaarte kwam in een nat weiland met iets te jeugdig elan op me af, stuurde te laat bij, walste over me heen en vloerde me. Ik was zo ondersteboven van het krachtige hondenbeest met de laconieke lippen dat ik hem datzelfde moment nog vergeven heb. Overigens heeft de intussen adolescente beschermheer keurige hondenmanieren aangeleerd.
Herkomst en geschiedenis
Van huis uit heet de door ons tot Tatra afgeslankte Poolse hond: Polski Owczarek Podhalanski. De uitgedijde naam die ‘herdershond van Podhale’ betekent, verwijst naar de hoogvlakten in het noorden van de Poolse Karpaten die aan de voet van het Tatragebergte liggen. Daar herdert de hond sinds mensenheugenis op de eindeloze alpenweiden. De Tatra staat verder bekend als Goralenhond. Górale, de bergbevolking die een etnisch-culturele minderheid vormt in de streek die op de scheidslijn van Polen en Slowakije ligt, koesteren hun schaapskuddebeschermer en wakende hofhond als cultureel erfgoed. Owczarek (het verkleinwoord van Owczar) vertaal je als schaapherder of schaapsjongen. Het ras trotseerde de Eerste Wereldoorlog waarin de weerbestendige berghonden werden ingelijfd als allround diensthond (onder meer als verkenner en munitiedrager), en de Tweede Wereldoorlog waarin hij (on)terecht soldaat werd gemaakt. Bijna viel het doek voor de Tatra, maar net als in voorgaande millennia overleefde de hond de verschrikkingen. In 1956 begon de (weder)opbouw van het ras dat sinds 1967 onderdak vindt in FCI groep 1 Herdershonden en Veedrijvers nummer 252 sectie 1.
Karakter
Het krachtige gemoed van de evenwichtige witte berg- en wachthond met pluimstaart is te omschrijven als beheerst, schrander, oplettend, onverschrokken, leergierig, onafhankelijk, eigenzinnig, terughoudend naar vreemden, vriendelijk voor zijn gezin, en behoorlijk waaks. Binnens- en buitenshuis is het een prettige lui-ogende hond, behalve als zijn gezonde waakdrift wordt aangewakkerd. Het lijkt alsof hij de hele dag dut, maar schijn bedriegt: niets ontgaat hem. De minste of geringste verandering om hem heen zal hij staven met luid geblaf. De Tatra is geboren om afwachtend en voorzichtig naar vreemden te zijn. Alleen zo kan hij zijn kudde behoeden voor aanvallers. Of hij de eed van trouw heeft gezworen om het voor zijn gezin op te nemen, daar hoef je geen woorden aan vuil te maken. Het is vanzelfsprekend dat hij, zeker op eigen terrein, zijn eigen mensen en dieren door dik en dun zal verdedigen tegen onbekenden en kwaadwillenden. Zo’n Tatraktatie bestaat aanvankelijk uit een geducht dreigement. Je kunt hier de parallel trekken met de schaapskudde waarin de Tatra opgroeit. Hij aanvaardt hen als familie en voelt zich als begeleidend bewaker, verantwoordelijk om overal mee heen trekken. Hiervoor gooit hij zijn gewichtigheid (toch gauw tussen de 40 en 70 kilo) en zijn behoorlijke harde blaf in de strijd.
Sociaal gedrag
We stipten het eerder
al aan: de waakse Tatra is met opzet afstandelijk naar vreemden. Als ieniemienie
hondenvrouwtje kun je allenig met je trouwe Tatrawant
(in het duister of afgezonderd) met een veilig gevoel op pad. Een veelbetekende
waarschuwingsgrom, en geen hond die het in zijn hersens zal halen om zelfs maar
in jouw buurt te komen. Je toegewijde lijfwacht zal nooit direct de aanval
inzetten, of achter de belagers aangaan en je onbeschermd achterlaten. Een
kwestie van inschattingsvermogen en prioriteiten stellen.
De hond is ontvankelijk
voor knuffels van zijn eigen mensen. Onderweg zul je er rekening mee moeten
houden dat de Tatra automatisch verleidt tot aaien. Het komt door zijn
vriendelijke voorkomen én doordat niet-ingewijden de aanhalige Golden Retriever
door elkaar halen met de Tatra die liever een stapje terugdoet.
Een Tatra die naar zijn Tatrant is gesocialiseerd zal, mits hij geen negatieve ervaringen heeft opgedaan, met kinderen geduldig en redelijk tolerant zijn - let op met jong bezoek dat ‘ruziet’ met een van je telgen; onherroepelijk zal zijn beschermingsmechanisme in werking treden. Net als bij iedere hond is het bittere noodzaak dat kinderen zich aan de ingestelde omgangsregels houden en dat ze nooit zonder competent toezicht met een hond alleen worden gelaten. Als speelkameraadje scoort de Tatra matig. Logisch als je je waaktaak zo serieus neemt, dan blijft er verdomd weinig tijd over voor nevenactiviteiten. Hij is bovendien groot en lomp, en ziet bijvoorbeeld weinig nut om een opgeworpen tennisbal te apporteren die vervolgens toch weer wordt weggegooid. Correct kennismaken met soortgenoten in alle kleuren en maten kan discriminatie niet altijd voorkomen. Ondanks dat het ras geen knokkersmentaliteit bezit, zal de individuele Tatra duelleren met een hond van dezelfde kunne niet schuwen. Een volwassen reu is dikwijls onverdraagzaam met andere heerschappen. In de praktijk betekent dit dat hij aangelijnd zal blijven en dat de begeleider bij een (aanstaande) bejegening fysiek en mentaal zijn mannetje moet staan. Indien een Tatra ooit de overwinning heeft geproefd doordat een andere hond het waagde om hem zijn felbegeerde eretitel af te snoepen, smaakt dit naar meer. Gevolg: hij kan zonder pardon de ongekroonde schrik van de buurt worden.
Opvoeding en beweging
De Tatra is een dijk van een hond, ongeschikt voor mensen die een slaafse, gehoorzame, onderdanige waakhond wensen. Bevelen, of fysiek afdwingen, daar kan deze zelfstandig functionerend hond niets mee. Hij verleent zijn medewerking uit overtuiging en genegenheid voor jou. Beschermen en waken, zit de Tatra in het bloed, dat hoef je hem niet aan te leren, eerder soms temperen. De (toekomstige) eigenaar die het Tatratraject wil ingaan, zal eerst het Grotehondenhandboek moeten doorbladeren. Relevante passages zijn: overtuigen als opvoeder en (bege)leider, in harmonie samenleven, nooit van elkaar scheiden (hij volgt en beschermt bij voorkeur zonder verlof of vakantie te nemen), zelfbeschikkingsrecht, geen druk uitoefenen, bewegingsvrijheid, aanvaarden dat opgelegde spelregels (als de omstandigheden daarom vragen) er zijn om zonder discussie te wijzigen, van jongs af aan lijfelijk en geestelijk overwicht hebben. De Tatra is niet eenduidig in temperament. Hun persoonlijkheid verschilt, net als hun gedrag. Dit is inherent aan zijn afkomst en ervaring als (opgroeiende) pup. Juist diegene waarmee hij zich nauw verbonden voelt, kan te maken krijgen met bruutheid. Ben je te toegeeflijk of inconsequent (de Tatra weet precies bij welk gezinslid hij succesvol is) dan daal je in zijn achting. Hij bepaalt dan op den duur waar je mag gaan en staan. Een ongewilde Tatragedie ligt dan op de loer.
De redelijk
erfvaste Tatra vertoeft graag buiten, en volgens de Tatraditie doet hij dat uitsluitend in het gezelschap van zijn
roedel. Gaat de baas weer naar binnen dan volgt hij. Nogal wiedes. Alleen thuis
blijven als zijn roedel zonder hem vertrekt, is mogelijk na voldoende beweging
en mits hij daarin is geTatraind
De alles en iedereen observerende en detecterende Tatra trekt er met plezier op uit. Eén uur per dag struinen door het veld, banjeren langs het (kust)water, nieuwe geuren en sporen op doen, is het minimum voor de volwassen Tatra. Van nature is hij geen volger. De autonome hond moet je bijbrengen om op jou te letten in plaats van zijn eigen Tatracé te volgen. De hond is geen zwemmert, maar je hebt dwarsdrijvers die hiervan afwijken. Plodderen en modderen, vinden alle Tatrahonden fijn. Door zijn dikke zelfreinigende vacht is hij bestand tegen allerlei weersomstandigheden en blijft het vuil na liggen op de grond, achter bij het opstaan.
Gezondheid en verzorging
De Tatra is een relatief gezond ras. Beide belangenbehartigers richten hun fokbeleid erop om een Tatranendal door gezondheidsklachten te voorkomen, te beperken en terug te dringen. Fokdieren worden gescreend op o.a. oogaandoeningen, Dilaterende Cardiomyopathie (DCM) en Heupdysplasie (HD). Naast erfelijke aanleg is de specifieke omgang van eigenaar/Tatra van invloed op zijn gezondheid en welbevinden. Heupdysplasie (HD), is zo’n door erfelijke factoren (25%) en uitwendige invloeden (o.a. voeding en onstuimigheid) ontwikkelingsstoornis van de heupgewrichten die ook bij de Tatra kan voorkomen. Doordat er te veel beweeglijkheid tussen dijbeenkop ten opzichte van de heupkom is, treedt vervroegde slijtage in het heupgewricht op die uiteindelijk zal leiden tot pijnlijke artrose.
Van binnen is de Tatra weelderig gevoerd met één
brok inzet. Van buiten is hij bekleed met een spierwitte hard aanvoelende vacht: op de hals en romp (half)lang, dicht
en recht, soms licht golvend, een dikke ondervacht, en een fraaie pluimstaart.
De werkjas heeft een beschermende vetlaag en een zelfreinigende werking. Het harige
ensemble schreeuwt barre omstandigheden in het hooggebergte en een streng
landklimaat. Aan de nogal uiteenlopende Nederlandse weersomstandigheden past de
Tatra zich daarom uitstekend aan.
Het wit is (bij
het fokken) bewust gekozen om niet op te vallen tussen de schapen, en opdat de
herder hem in het donker kon onderscheiden van roofwild zoals beren en wolven
die het vee belaagden.
Regelmatig borstelen en kammen volstaat. Tijdens de ontvachting die een- of tweemaal per jaar plaatsvindt, ligt je hele hebbe en houwen wekenlang vol haren, je vindt zelfs bossen in je koffie. Zit niet met je handen in het haar, maar los het op door simpelweg wat vaker de stofzuiger uit de kast te pakken.
De belangen van de Tatra worden behartigd door: Tatra hondenvereniging Owczarek Podhalanski Nederland www.topnl.eu & Tatra-Club Owczarek Podhalanski www.tatraclub.nl
donderdag 10 juni 2021
KORHOEN
woensdag 9 juni 2021
ALS DE BAAS VAN HUIS IS
... werkt het commando 'wachten' te goed. Zielig he.
Pop is een kantoorhond wat zoveel betekent als dat ze zelden of nooit alleen gelaten wordt. Ook als de baas weg is, is er oppas.
maandag 7 juni 2021
LEER JE HOND CONTACT HOUDEN
Saved by the bell
Niets is mooier dan een hond die uit vrije wil verkiest trouw aan de zijde van zijn baas te blijven. En volgens wetenschappers worden ze ook nog eens gemiddeld drie jaar ouder dan soortgenoten die in hun vrijheid worden beknot. Vóór het zover met onze wegloper was, moesten we inzicht krijgen in het waarom. Ons geduld werd ontiegelijk op de proef gesteld. Een verslag inclusief de tips.
Onze
volwassen vrijbuiter heeft een duidelijke hang naar escapisme. Hij wil
ongebonden zijn. Vanwege die kwaliteiten moesten de vorige eigenaars
noodgedwongen afstand van hem doen: een stadse hond om aan het lijntje te houden
zou hij nooit worden. Wij zagen het als een uitdaging om zijn natuurlijke aard
te accepteren en hem (en ons) gelukkig te maken.
Als
debuut klom hij op zijn eerste dag bij ons in de oude pruimenboom en verdween
zo behendig over de omheining van de tuin. Hij maakte een rondje door de buurt
en rende door de wijd openstaande poort weer naar binnen, linea recta bench.
Dat statement had hij alvast gemaakt. Zo gemakkelijk zou hij zich niet laten
temmen.
Ik
kocht een longeerlijn en trok iedere morgen met hem het veld in. We liepen uren
totdat hij hondsmoe was van zijn snuffelstage. Ik vroeg niets van hem en liet
hem zover de lijn reikte zijn eigen gang gaan. Afwisselend jogde ik later in de
middag met hem over de dijk of draafde hij keurig langs de step. Eerst moest
zijn systeem opgeschoond worden, pas daarna zouden we daadwerkelijk aan de slag
kunnen. De hond genoot. Langzamerhand bouwden we een band op.
De
tweede stap was los van de lijn oefenen in een uitlaatren om hem naar ons toe
te laten komen. De listige hond had snel in de smiezen dat er geen
uitwijkmogelijkheid was en liet zich van zijn beste kant zien. We belandden in
stadium drie. De overzichtelijke vlakke heide waar een luttele hectare
afgerasterd was, leek ons het ultieme oefenterrein. De hond ging helemaal los
en vestigde meteen een record. Het eerste experiment duurde meer dan drie lange
uren voordat hij zich er letterlijk bij neerlegde. We bleven onuitputtelijk positief
en bejubelden hem tijdens het aanlijnen. Na maanden waarbij we frequent het
testgebied bezochten, was de individuele wachttijd verkort tot drie kwartier. Tijdens
zijn minisafari’s riepen we hem nooit, hij zou er toch (nog) geen gehoor aan
geven. Hij reageerde nog steeds argwanend op het commando ‘hier’ dat voor hem een
teken bleek om er vandoor te gaan. Een bepaalde fluittoon kreeg wel zijn
goedkeuring. In het dagelijks leven oefenden we ons
persoonlijke fluitje dat ‘hier’ ging vervangen. Zo leerde hij:
fluiten betekent /water/eten of aandacht. Nadat we de eerste maanden op een heuvel hadden
gepost waar hij rondom alle kanten opvloog, brachten we structuur aan. In fase
vier liepen we routinematig dezelfde ronde langs de afrastering. Op een gegeven
moment liep hij op een afstand van dertig meter parallel met ons mee. Bij elk
poortje legden we gulle gaven voor hem neer, plus een bakje water. Wij bleven
op geringe afstand. Zo nu en dan boekten we een overwinning en zat de hond al
bij de poort te wachten.
De
eigenaresse van een Duitse Staande die onze pogingen al een tijdje bleek te
volgen, bood ons de jachtbel van haar hond die intussen onder appel stond, aan.
Deze bevestig je aan de halsband waardoor de hond traceerbaar is. Het gerinkel is waarneembaar tot een afstand
van circa 100 meter. We konden ons werkterrein verleggen naar een bosperceel
dat in rechte vakken is verdeeld: zagen we hem niet, dan hoorden we hem
tenminste. Een fenomenale vooruitgang in de vijfde versnelling, want zo konden
wij ons onzichtbaar maken. Nu moest de hond, zoals het hoort, óns in de gaten
houden. Op elk kruispunt stond hij stil om oogcontact te maken. Een doorbraak,
maar aan het einde van de wandeling moesten we hem nog steeds vangen. Langzaam
begon het besef en het vertrouwen te groeien dat naarmate hij beter zou
luisteren hij meer privileges kreeg. Onderweg lijnden we hem af en toe een kort
stukje aan onder het motto: ‘Even uithijgen’. Hij snapte vlug dat 'vast' niet
altijd einde pret betekende.
Tijdens
zijn proeftijd bleven we meestal in de bekende omgeving. Op buitenlands
grondgebied bleef hij voor onze gemoedsrust aan de rolriem. De kentering kwam nadat we een keer het
strand hadden bezocht. De hond was er opgegroeid en voelt zich er als een vis
in het water. Hij gedroeg zich die dag alsof hij de meest aanhankelijke loslopende
hond was die er bestond. Thuis stelden we hem een bonusregeling voor: 10 wandelingen
gehoorzamen levert een dagje strand op. Een schot in de roos: dit was de doorslaggevende
motivatie om een brave volgzame hond te worden.
Het
leuke van dit alles was dat de bel voor amusante conversaties én navolging
heeft gezorgd. Van wandelaars die het gerinkel koppelden aan een verdwaalde kat
in nood, of die het hele jaar door in jingle bells-sfeer verkeerden - en
ijverig de coördinaten van onze 'Santa' aan ons doorgaven, tot mensen die pas
na een half jaar doorhadden dat wij een hond uitlieten of zich af hadden
gevraagd waarom wij soms van die rare bokkensprongen maakten.
Tegenwoordig zijn hier in de omgeving tal van honden uitgerust met dit achterhaalde, doch doeltreffende en goedkope navigatiesysteem. Onze hond hoeft de bel niet meer om. Los van een enkele kleine overtreding (die we coulant door de vingers zien), is hij de zachtaardigste en trouwste volgeling die je je maar kunt wensen. Zonder de bel was het nooit gelukt om zonder dwang en met een positieve benadering wederzijds vertrouwen op te bouwen. We moesten elkaar loslaten om bij elkaar te horen.
Praktische en inventieve oplossingen voor als je volwassen hond je te vlug af is. Er kleeft een nadeel aan: slimmerds trappen daar helaas maar een enkele keer in. Vandaar meerdere beproefde methodes die we (met succes) hebben gebruikt om de hond bij ons te laten komen.
Voorzie de hond voor je eigen gemoedsrust van een gps tracker.
Ga voorbereid op expeditie. Neem (zeker in het begin) een geduldig en gezellig persoon mee die niet snel in paniek raakt, een telefoon, verrekijker, (honden)fluit en lekker lokvoer. Neem een boekje mee als je alleen op pad gaat om tijdens het wachten je tijd goed te besteden.
Ren de hond nooit achterna, dat kun je onmogelijk winnen. Hij zal het als een provocatie zien en nog harder gaan rennen. Geen enkele nieuwsgierige hond kan een wild zwaaiende baas weerstaan die de tegenovergestelde richting op rent dan hij.
Profiteer van zomerse hitte. Een hond zal minder geneigd zijn om te gaan rennen en is sneller uitgeput. Ook aan het einde van een wandeling wanneer de hond bekaf is, kun je korte stukjes los oefenen. Maak gebruik van afleidingsmanoeuvres en herken zijn signalen die je waarschuwen wanneer hij ervan door wil gaan.
Het welbekende verstoppen achter een boom. Werkt vooral goed bij pups en honden waar je al een band mee hebt. Van een onafhankelijk type dat nog weinig binding met zijn eigenaar heeft, kan je geen zoekactie verwachten.
Verleiden met onweerstaanbaar lekker lokvoer dat je alleen tijdens die speciale loslaattijden in de strijd gooit. Andere wandelaars de hond geen koekjes laten geven, want zo nemen zij jouw troef uit handen.
Net doen alsof je een ander beestje op je arm aait en daar lief tegen praten. Voor jagende honden kun je gebruik maken van een sterk geurend dierenvel of een pluche beest inclusief intrigerend piepgeluid waar hij als beloning even kort mee mag spelen (hij moet wel hebberig blijven).
Zogenaamd een goede bekende waar de hond dol op is aanroepen: ‘Hallo, wat leuk je hier te zien!’ Of naar de hond roepen: ‘Kijk eens wie daar is’ en met je arm de richting aanwijzen waar je hem naar toe wil hebben.
In de auto stappen en stapvoets uit het zicht wegrijden. Let op veiligheid.
Je hoofd achter in de nek gooien en hartverscheurend en op de juiste toonhoogte janken als een wolf.
Zolang jij vlak naast de hond wacht, geef je het signaal af dat hij de tijd mag nemen. Loop verder zodat de hond je gaat volgen. De hond zal je na ongeveer vijftig tot honderd meter of als je uit het zicht bent verdwenen achter je aan komen.
Oefen met een betrouwbare hond erbij die wel gehoorzaamt en waar jouw hond tegen opkijkt. Spelen met andere honden werkt prima. Merk je dat de hond af wil dwalen of verveeld raakt, grijpt dan tijdig in door de hond (eventjes) aan te lijnen, af te leiden of verder te wandelen. Ontneem de hond de kans om in de fout te gaan.
Brokjes richting het einddoel gooien (bijvoorbeeld het laatste stukje naar de parkeerplaats, waar de hond altijd nog gauw een ongeoorloofde afslag wil nemen) en daaraan een commando verbinden.
Zelf in de auto wachten met water en proviand. Omdat hij je niet ziet en hoort zal de hond na enige tijd poolshoogte komen nemen waar je bent. De beloning: bij de baas is het tankstation om de lege accu op te laden en te tanken.
Overlaad de hond met complimenten. Als je maar vaak genoeg zegt dat hij een brave hond is, gaat hij er zelf in geloven. Gebruik de naam van de hond verder spaarzaam, bijvoorbeeld om hem alert te maken.
Op de hurken zittend en met open armen uitnodigend enthousiaste kreten slaken als hij in je richting kijkt. Oh ja, en hem vooral niet recht aankijken als hij uiteindelijk komt. En lief tegen hem doen en hem uitbundig ophemelen (in plaats van verwensingen naar zijn kop slingeren)
Maak een glasheldere afspraak met je hond: samen uit, samen thuis. Poot erop. Laat bewust merken dat je hem zijn speelruimte gunt, maar dat er grenzen zijn. Luistert hij niet, dan kun je hem aan jullie overeenkomst herinneren (dit helpt vooral de baas bij de les te blijven).
Voor weglopers/geboren casanova's met constant opspelende hormonen is er slechts een blijvende remedie: (chemische) castratie.
Even geduld a.u.b.
Oefen niet als je een druk afsprakenschema hebt of bij regen- en vriesweer. Dat voorkomt irritatie bij jezelf, onnodig afblaffen en gekoukleum.
De hond krijgt te weinig speel- of
uitloopmogelijkheid waardoor hij zichzelf een extraatje of verlenging
toe-eigent. Hij verkeert constant in een loyaliteitsconflict: trouw aan zijn avontuurlijke aard of
aan de baas. Een hond heeft weinig reden om elders zijn vertier te gaan
zoeken als bij zijn baas altijd wat leuks te beleven is of wat lekkers valt te behalen.
Een gauw afgeleide hond die op iedere hond af wil gaan, kun je onderweg
bezighouden met
apporteeropdrachten, zoekspelletjes of tussendoortjes.
Een angstige hond die vluchtgedrag vertoont hinkt op twee gedachten: steun bij de baas zoeken of wegwezen van datgene wat hem bang maakt. Zorg dat jij zijn toeverlaat wordt door hem houvast te bieden.
Wissel routes en het eindpunt af. Zo voorkom je dat de hond precies weet waar het 'einde oefening' is. Varieer korte trainingsessies op verschillende rustige tijdstippen en in een prikkelarme omgeving.
Een hond komt vrijwel altijd op het punt terug waar jullie voor het laatst oogcontact hadden. Mocht je dichtbij huis zijn dan kan het zijn dat hij daar naar toe rent. Zijn jullie met de auto dan is het een mogelijke optie dat de hond de parkeerplaats opzoekt.
Haalbaarheid: vraag de hond alleen een commando op te volgen waarvan je zeker weet dat hij er gehoor aangeeft. Meerdere malen roepen heeft weinig zin; je hond is niet doof. Roep één keer in volle overtuiging met een vrolijke en uitnodigende stem.
Elke geboekte vooruitgang is een verbetering. Wanhoop nooit, al duurt de opleiding langer dan verwacht. Wij hielden de moed erin doordat we zagen dat de hond genoot en we gekscherend plan B in ons achterhoofd hadden: de hond vetmesten, zodat hij fysiek onmogelijk in staat zou zijn om bij ons vandaan te rennen.
Na
verloop van tijd kun je de traktatie onderweg reduceren. Totaal afbouwen is
onnodig en kan de opgebouwde motivatie verminderen.
Veiligheid boven alles!
zondag 6 juni 2021
TOTAL RECALL
zaterdag 5 juni 2021
KLAPROZEN
BEAGLE
Een kleurrijke Beagle in het vrije veld huppelt ons met zijn aandoenlijke loopje tegemoet. Een uitgelaten koddig kind: wapperende flappers omlijsten de zachte belijning van het jeugdig blijvende koppie met de ronde knikkers. Daar word je blij van. Vergis u echter niet. Achter deze onschuldige façade schuilt een vastberaden huishond met jachtakte én een veelvraat die opdringerig in mijn jaszak neust als ik weiger hem een snoepje te geven.
Herkomst en geschiedenis
Op de bonte Beagle prijkt made in Engeland. Maar in overleveringen uit de Griekse Oudheid is er reeds sprake van kleine jachthonden die hazensporen volgen met een identiek uiterlijk aan de huidige Beagle. Verder zijn er indicaties dat de Beagle een vrolijke Frans(man) is: de dwergvariant op de Franse Brak. Net als de naam blijft de afkomst giswerk. De term Beagle werd in Engeland lang gebruikt voor kleinere honden die niet tot een vastgesteld ras behoorden en geen uniform exterieur hadden, maar waarvan wel gelijkenissen in werkeigenschappen overeenkwamen. Vermoedelijk is de naam afgeleid van het Keltische beag, Oudengelse beg of Oudfranse beigh, dat vertaald wordt als: klein. Beagle-eigenaars weten het zeker. Beagle staat voor beg dat ‘bedelen’ betekent. Want zijn neus wordt wat hem betreft maar voor één ding gebruikt: het opsporen of bietsen van voedsel. Hetzij in kant-en-klaar vorm of vers gevangen. In Engeland wordt nog steeds met meutes gejaagd, waarbij de honden te voet gevolgd worden. Omdat de Beagle voornamelijk voor de jacht op hazen (en konijnen) wordt ingezet, behoort hij tot de groep 'brakken of lopende honden’. Het zijn hounds die wild achtervolgen door zich te oriënteren met de neus. Tegenwoordig is er verschil tussen showbeagles en spoorlopers. Beiden vallen onder FCI groep 6 Lopende honden en zweethonden nummer 161 sectie 1.3. De tentoonstellingshond wordt meer op uiterlijk vertoon gefokt en de jagende Beagle wordt geselecteerd op zijn geschiktheid voor beagling: het meelopen van de begeleiders achter een aan het werk zijnde pack of Beagles.
Leuk weetje
Het Beaglekanaal, een zeestraat die de Atlantische Oceaan met de Stille oceaan verbindt, dankt zijn naam aan de HMS Beagle waarmee Charles Darwin door deze wateren voer. Het schip waar Darwin mee reisde was de derde dat die naam droeg. Destijds wees de British Royal Navy namen toe aan schepen. Het was vrij gebruikelijk dat deze refereerden aan een honden- of dierenras. Die namen rouleerden op een lijst. Als een schip bijvoorbeeld uit de vaart werd gehaald of was vergaan, kwam de naam vrij en verscheen die weer op de lijst van beschikbare namen voor nieuwe schepen. Darwin was a sucker for dogs. Gedurende zijn leven had hij acht verschillende – zijn favoriet was overigens de terrier. Het kan zijn dat hij daarom een hondennaam koos. Waarschijnlijker is dat de naam Beagle gewoon als eerste op de namenlijst prijkte op het moment dat 'zijn' schip was afgebouwd.
Karakter
Aan zijn oorspronkelijk bestaan als meutehond heeft de Beagle zijn plooibaar karakter te danken. Zijn engagement ligt in groepsverband: hij hecht aan zijn gezin of hondenroedel, niet aan een enkel persoon. Met beleid kan de Beagle geleerd worden om alleen thuis te blijven. Het is echter niet zijn sterkste kant: grote kans dat hij het op een hartverscheurend huilen zet tijdens uw afwezigheid. Daarom neemt menige Beagle-bezitter een veelvoud ervan. Zij herkennen het duidelijkst de familietrekjes zoals vrolijk, zelfstandig (vaak als een tikkie eigenwijs uitgelegd), deugnieterig en evenwichtig en nemen de individuele verschillen in persoonlijkheid waar. De Beagle wordt vanwege zijn zachtmoedigheid en zijn meegaandheid (binnenshuis) aangeprezen als de ideale huis- en familiehond. Thuis is hij een vrijkous, buiten een jachthond die schatplichtig is aan zijn loopneus. De jachtige Beagle is born to hunt. Hij zal geen moment aarzelen om achter kleinwild of wegvluchtende dieren aan te gaan. Zijn neus is zijn krachtigste orgaan en alles wat hij ruikt zal hij willen onderzoeken. Hij is daarin vastberaden en ontplooit zelf initiatieven. Een willekeurig verzoek om bij u te blijven is aan dovemans oren gericht.
Sociaal gedrag
Door de bank genomen is de ontwapenende Beagle een sociaalvaardige hond. Hij kan uitstekend overweg met andere honden. Verliefde reuen kunnen zich als heuse charmeurs ontpoppen. De Beagle is groepsgericht en functioneert daarin het beste: ongeacht of de samenstelling nou mens of hond is. Onderweg kunnen een club wandelaars en hondenvriendjes verwelkomd worden met bassend gejoel: de bijzondere trapsgewijze toonladder die stereotiep is voor de Beagle. Overigens is de Beagle absoluut ongeschikt als waakhond. Thuis slaapt hij veel, mits hij voldoende avontuur heeft gehad en zal hij helemaal des Beagles dromen najagen op zijn rug en met de poten in de lucht. De absolute lieverd en allemansvriend wordt graag door groot en klein aangehaald en geknuffeld; zelfs op schoot zitten vindt hij fijn.
Opvoeding en beweging
De Beagle blijft lang kleuter. Hij kan dan trekjes vertonen van een druktemaker, sloper of wildemans. Hij scoort hoog op leervaardigheid, maar minder op praktische intelligentie. Door zijn selectie op samenwerking met zijn collega-soortgenoten is hij als individu geen bolleboos. Zijn uitstekende neuscapaciteit en zijn instinct om een spoor te volgen maken de africhtbaarheid verre van gemakkelijk. Als zijn driften van jongs af aan niet in goede banen worden geleid leiden, komt u na een lange wandeling van een koude kermis thuis. Hij is zeker gehoorzaam te krijgen met training, maar zal nooit meteen luisteren als hij bezig is met zaken die hij belangrijker vindt. Tijdens een wandeling in de vrije natuur zal hij bij u blijven tot hij besluit op de loop te gaan: de kans dat hij een konijntje laat schieten is miniem. Godzijdank is hij begiftigd met een witte staartpunt die als een antenne boven de meeste vegetatie uitsteekt. Voor uw eigen gemoedsrust is een gps tracker aan de halsband ideaal. De actieve jachthond heeft veel beweging nodig. Wie liever zitvlees kweekt, is ongeschikt als Beagle-eigenaar. Wie ongeduldig is, kan het uithoudingsvermogen van de Beagle vervloeken.
Helaas zie je nogal wat Beagles eeuwig aan de flexlijn of met een afstandsbediening (stroom of sprayband). Zo een Beagle is not a happy bunny, zoals de Engelsen ‘niet content’ zo treffend omschrijven. Minder vaak tref je een Beagle aan die een jachtcursus heeft gevolgd en/of een opvoeding/training heeft genoten waardoor hij los kan lopen én op commando of op de aangeleerde fluittonen retour komt.
Dat een Beagle een formidabele frivole neus heeft is een understatement. Daarom zijn nosejobs (die reukzin en jachtpassie combineren) zeer geëigend voor dit ras. Enkele voorbeelden: zelfstandig al blaffend jagen (met de meute), speur- en geurdetectie (denk aan de wereldberoemde Cliff van Hotsche Luik die het ziekenhuis bepaalde bacteriën opspoorde), zweetwerk, testen ‘luid op spoor’, veldwedstrijden en jachtproeven (uitsluitend voorbehouden aan honden die het enige echte schotvastheidscertificaat hebben behaald), schotvastheidstest NB gewend aan geweerschoten mag als aantekening op de stamboom worden vermeld.
Helaas heeft de Beagle de dubieuze eer om als proefdier misbruikt te worden. Juist omdat hij zo easy going is, weinig tot geen agressie vertoont en men een hele zwik meutehonden eenvoudig bij elkaar kan houden, vinden laboratoria de Beagle hiervoor bij uitstek geschikt. Het zou verboden moeten worden!
Gezondheid en verzorging
Bij de zoektocht naar erfelijke aandoeningen vindt men op de site van de Beagle Club Nederland en de Raad van Beheer een verwijzing naar de gezondheidinventarisatie van de W.K. Hirschfeld Stichting (thans afdeling Gezondheid, Gedrag en Welzijn van de Raad van Beheer) De ‘waslijst’ kan worden aangevraagd en toegestuurd. Daarom behandelen we hier enkele kwalen en euvels die te lezen waren in De Beagle Bode: een full colour kwartaalblad dat voor een jaloersmakend aantal clubleden verschijnt en waar de redactie met recht trots op mag zijn.
Corpulentie. Een Beagle gaat zijn neus achterna. Hij is altijd op zoek naar eetbaars. Ondanks dat hij een loepzuiver ras is, is hij met recht een vuilnisbakkie te noemen. Want als het op eten aankomt, is de alleseter onverzadigbaar. Vaak wordt gezegd dat de Beagle de neiging heeft om vierkant te worden. Dit gebeurt alleen als u in de verleiding komt of te toeschietelijk bent met voeren. Onderweg drukt u hondeneigenaars en andere wandelaars vanzelfsprekend op het hart om de smekende schooier géén lekkers te geven. Anders ontpopt hij zich binnen no time als cookie monster en zien ze hem liever gaan dan komen.
Het Beagle Pain Syndrome (BPS) ook wel Necrotiserende Vasculitis is een zeldzaam ziektebeeld dat voornamelijk bij jonge honden (Beagles, Boxers en Berner Sennenhonden) in de leeftijd van 4-10 maanden voorkomt. Symptomen zijn hevige pijn, stijve nek, trillen, spierkrampen, staan met gebogen rug, koorts, gebrek aan eetlust, pijn bij het blaffen en moeite om de bek wijd open te sperren. Soms uitvalsverschijnselen aan de voor- en achterpoten. De oorzaak is een steriele (niet infectieuze) ontsteking en irritatie van de kleine bloedvaten van het ruggenmerg in hals, borstvlies en hart. Het vermoeden bestaat dat een storing in het immuunsysteem en/of een erfelijke factor boosdoener zijn.
Limber Tail
syndrome of Cold water Tail
Een aandoening die voornamelijk bij jachthonden voorkomt zoals de Beagle. Het is een aandoening waarbij tweederde van de hondenstaart haaks naar beneden blijft hangen. De hond kan niet zitten of kwispelen en lijdt erge pijn. De oorzaak wordt gezocht bij overmatige spierinspanning zoals na het zwemmen waarbij de hond de staart als roer gebruikt. Een bezoek aan de dierenarts voorkomt blijvende schade.
Keratoconjunctivitis sicca (droge ogen) KCS is een aandoening aan het hoornvlies van het oog die veroorzaakt wordt door een tekort aan traanvocht of een slechte kwaliteit van de tranen. Oorzaak is vaker een ontsteking van de traanklier waarbij een auto-immuunreactie plaatsvindt.
Reverse sneezing oftewel omgekeerd niezen, gebeurt veel (ras)honden. Het klinkt als een herhaalde, aanhoudende snurk. Het is een beetje te vergelijken met hyperventilatie. Een (opgewonden) hond krijgt teveel geurpikkels binnen, of eet of drinkt te gehaast waardoor hij dieper of onregelmatiger gaat ademhalen. Het onschuldige ongemak kan simpelweg worden verholpen door te slikken. Door met uw hand een kommetje rondom de neus te maken en met de andere hand de keel te masseren zal de hond slikken en is het euvel en de eventuele bijkomende paniek snel verdwenen.
Verzorging
De garderobe. De collectie van de Beagle bestaat uit meerdere hangertjes. Elke brakkenkleur is toegestaan, behalve lever. Doorgaans vind je de black and tan overjassen. Opvallend detail: Naarmate de ouderdom vordert, verbleken de haren of lijkt de vacht met poedersuiker bestrooid. De ultrakorte, dichte en tegen weer en wind bestendige vacht vergt geen specifiek onderhoud. Af en toe de borstel erdoor halen is voldoende. Om de hond te beletten er tijdens de borstelbeurt vandoor te gaan, zet u hem op een verhoging.
De belangen van de Beagle worden behartigd door Beagle Club Nederland: www.beagleclub.nl





















