donderdag 10 juli 2014

HAARNETJE


Roos’ en Pips ondervacht wordt uitgeborsteld onder het uitlaten. Een stukje wandelen, geborsteld worden terwijl je wordt afgeleid door van alles en nog wat, weer wat kuieren, enzovoorts. Het bevalt de twee Newfoundlanders uitstekend. Beter dan urenlang achter elkaar stilstaan in een krappe binnenruimte. Een zomerse föhn blaast dotten haar de lucht in. Onderweg vinden ze struiken en boomtoppen om aan te blijven hangen.
Een kraai aast op de berg haren die op de grond terechtkomt – matching colours voor het opleuken van zijn alledaagse nest dat bestaat uit een gevlochten platform van dunne twijgen en dikkere takken. Mooi zwart is niet lelijk.

De kapster die zich van geen kwaad bewust is, wordt druk doende met het uitdunnen, belaagd door een furieus burgermannetje in keurig jasje-dasje. Ze heeft hem tegen de haren ingestreken door de zwarte bossen rond te laten dwarrelen. Welnu, ik stoor me ook aan die achtergelaten halve honden - wat plukjes oké - maar om daar nou voor uit je vel te springen. Bovendien lost het probleem zichzelf op: meegevoerd door de wind of opgepikt door de vogels. Goddank krijgt ze bijval van de aanwezige landmeter. Want je staat echt perplex wanneer iemand zo tekeergaat. Het frustrerende is, eenmaal thuis denk je: ik had dit of dat moeten zeggen. (Raadzaam is om zo iemand uit te laten razen. Overtuigen of tegenspreken is zinloos op zulke momenten.) Enfin, het overschot gaat mee in een plastic zak naar huis. Daar gaan de haren in de lege netjes van de vetbollen. Voor de opgehangen haarnetjes zijn onder andere de koolmezen haar zeer erkentelijk.

woensdag 9 juli 2014

OP WATER LOPEN


Niets zo veranderlijk als het weer. De waadbroek die gisteren praktisch onmisbaar was, kan vandaag verruild worden voor een afrits- of driekwartbroek. Het flesje drinkwater laat ik in de auto staan, ondanks dat het onvoorzien drukkend is. Met al dat gevallen hemelwater moet het bos een zoetwatermeer zijn. Want: net als auto’s benzine slurpen, zo loopt Skip op water. De bodem die kurkdroog bleek, had al het water geabsorbeerd. ‘Brandend zand en nergens water’, bracht Anneke Grönloh lang geleden al ten gehore met de door Johnny Hoes bewerkte hit Heisser Sand. We waren gewaarschuwd. Voor één keer moesten we de terecht ontgoochelde Skip teleurstellen. Ah.

Aaneen gebreide zuring en bloeiend gras.

dinsdag 8 juli 2014

SCHAPENTEEK


Ik open de voordeur. Skip vertoond weinig animo als hij ziet hoe het buiten te keer gaat. Simultaan steekt Cruzer op een ander adres haar neus tussen deur en deurpost. Beide herzien hun mening als ze horen dat ze samen naar de hei gaan. Want de rebellen hebben elkaar vijf dagen moeten missen. De thermometer op het dashboard geeft 15.5 aan. Da’s niet te vergelijken met de dikke 25 graden van gisteren. Terwijl M. en ik door het gras soppen, rennen de rebellen anderhalf uur in het hondenbos. Het water loopt tappelings mijn laarzen in, M.’s schoenen zijn doorweekt. In de auto wikkelen we de honden in een badlaken dat het ergste nat absorbeert.

Thuis vind ik tijdens het afdrogen teken. Verdorie. Vijf dagen werd Skip elders uitgelaten en geen teek te bespeuren. Mijn interpretatie: er kan een verband gelegd worden tussen gebieden waar schapen grazen (of hebben gegraasd) en terreinen waar ze nooit komen. Dat klopt ook met wat er in de natuurkalender* beschreven staat. Daarom ban het schaap en daarmee de schapenteek uit wandelgebieden. Zijn we ook meteen van de enorme stinkende  keutelberg af die weer gevaar voor wormbesmetting met zich meebrengt. Gun die arme schapen een sappige weide en hou ze weg van de kale heide. En ocherm, ook niet in de ongezonde berm.

maandag 7 juli 2014

RADAR


Natte en droge perioden wisselen elkaar constant af. Na raadpleging van een weersite kiezen we voor optie twee. Langs de rivier duikt Skip met Chap, een Spaanse ‘schone’ Waterhond die nu nog loopt te bleekscheten, de struiken. Een koekje hebben ze al gehad. De baas en ik kletsen onderweg wat in het luchtledige over het WK, bier en dat soort ongein. Dankzij de vele roeiboten met luid roepende stuur hoor ik de bel niet. Halfweegs komt Chap zonder Skip terug. Het was rücksichtslos van me om niet op te letten. En nu is Skip van de radar verdwenen. De crux van het hele verhaal is dat ik geen referentiekader heb, waar Skip zich kan bevinden. Even wisten we niet van elkaar waar we ons bevonden. Is Skip roerloos achtergebleven om Chap te lozen, rechts teruggekeerd naar start of links doorgestoomd richting keerpunt? Of zijn er wilde dieren in het spel? Ik wacht, bazuin rond en fluit. Geen gehoor, geen bel. Ik moet kiezen: achterwaarts of vooruit. Ik ga terug omdat ik daar buitendijks het hele gebied hoop te overzien. Geen baken, geen witte krulstaart die boven de wilde weideflora uittorent. Later blijkt dat Skip doorgelopen is naar het kloosterdorp in de veronderstelling dat ik dat ook zou doen - hadden we uitsluitend met zijn tweetjes gelopen dan was dat zo gegaan. Op zijn laatste beentjes zie ik hem terugkeren naar daar waar we elkaar uit het oog waren verloren en waar ik, net als hij, weer ben aanbeland. Hij blij, ik blij. We hebben allebei dringend behoefte aan een rustpauze aan het water. Behalve het zweet op mijn voorhoofd ben ik droog gebleven.

zondag 6 juli 2014

NL DOOR NAAR HALVE FINALE


Een nachtelijke stortdouche. Zomerregen heeft iets knus, als je binnen bent. Doet het ons aan de tropen denken, aan vakantie? Of is het de verkoeling die het na afloop brengt? Skip wacht puffend tot de treurbuis dooft en de stilte weer de overhand neemt. De kwartfinale, paniekvoetbal door het Nederlands elftal, loopt uit. Buiten in tenten en tuinen (voor zover het weer het toelaat) klinkt geroezemoes, zijn de gemoederen verhit, weet iedereen het beter, horen we afkeuring en keer op keer teleurstelling. Onderhand kijken wij naar de aanbevelenswaardige Deense speelfilm Superclásico die heel toevallig een match tussen twee rivalen en verweven levens verbeeldt. Dan gejuich en bij velen de ultieme verlossing: snikken van geluk.

Al dat water was groeizaam. In de ochtend, als iedereen zijn geluksroes uitslaapt, wandelen de hond en ik door gulzig drinkend groen dat welig tiert. De Engelsen hebben er zo'n alleszeggend woord voor: lush. En zo groeit ook het Nederlandse team langzaam door naar de status van kampioen. 


Ik zou het bijna vergeten! Dat betekent dat we WEER moeten drukken op Skips foto voor de Jan Linders BBQ actie!! (via mijn facebook Cela den Biesen of www.janlinders.nl/wkactie tik Venlo in en klik op de foto van de vlaggetjesregen met Skip.

zaterdag 5 juli 2014

MUIZENSPRONG


Bewolkt en 28 graden. We blijven dicht bij huis. In het veld waar mollen en muizen huizen is de bodem van stro. Vanaf de dijk zien we een wannabe- Norrbottenspets* aan het werk. Als een vosje zo perfect maakt ze onafgebroken muizensprongen. De van oorsprong buitenlandse eigenaar formuleert voorzichtig zijn antwoorden in koeterwaals wanneer ik probeer een gesprek aan te zwengelen. Er is geen touw aan vast te knopen en de naam van de hond is een tongbreker. Met handen en voeten geven we aan dat we elkaars hond lief, leuk en aardig vinden. Het muizenhondje vangt bot, ondanks dat ze erg gruizig is. Skip doet voor hoe het moet. Met zijn alerte lichaam als een spin in een web plet hij lukraak een vette muis onder zijn voorpoten. Tjap en hap. Hij raakt begeesterd en bij elke snoekduik moet ik de riem laten vieren. Zij kijkt beteuterd als Skip zijn derde muis in nog geen vijf minuten vangt: is ze nou haar officiële titel kwijt?  ‘Ja, jij maakt prima sprongen, maar vlak de techniek van de lijnende Skip niet uit, bewierook ik mijn eigen hond, ‘hij zet door tot minstens één muis in zijn ‘kluis’ zit. Skip is gevuld. Hij hapt wat grassprieten weg en nipt aan het rivierwater. We steken de streekweg over. Op zijn elfendertigst begeven we ons naar het tochtgat tussen de twee torenflats waar Skip vijf minuten de tijd neemt om zich door te laten blazen.
* Oneerbiedig zou je kunnen stellen dat het exterieur van de Norrbottenspets een mix is tussen een Noorse Buhund en een Jack Russell. Oftewel zoals een hondenkind van Skip en Cruzer eruit zou zien.




vrijdag 4 juli 2014

FACTOR 50


7.00 uur. Een mediterrane hemel. Nog nadromend neem ik de schaduwzijde langs de kreek. Skip loopt vrijwillig in de vlammende zon waar je huid spontaan om factor 50 schreeuwt. Het gras zweet bij voorbaat al. Stakerige ruisende populieren bootsen een kabbelende zee na. Het stroompje klotst wild als het de betonnen onderdoorgang passeert. Twee wakkere reigers staan gespannen tegenover elkaar: zijn het concurrenten of collega’s? Gierende zwaluwen in het luchtruim, zingende merels in de acacia's, een vreemde vogel die krijst als een aap. Pafferige poezen tijgeren over de koortsige craquelé klei door een jungle van duvelstokken*, bloemenschermen, en bloeiend perkgoed dat buurtbewoners uit eigen tuin hebben verplaatst naar dit idyllisch plaatje. Skip trekt telkens zijn poten omhoog. Grasstoppels - overgebleven na het maaien - doen hardvochtig pijn tussen zijn zolen. Hij heeft het er schijnbaar voor over; zo gebrand is hij op mollen en muizen. De temperatuur gaat al over de top. Klassiek klinkt uit een witgepleisterd kasteeltje. We slaan af naar de beschaving. Zouden de koortsige kinderkopjes langs de bomenrij Skip ook te heet onder de voeten zijn? 

*Lisdodde wordt in de volksmond duvelstok of negerpiemel genoemd.

donderdag 3 juli 2014

REANIMATIE HOND


Het bijbehorende spannende verhaal is gevangen in het boek 'De rebellen maken er een bende van'. Te bestellen via:

Met dank aan draagvader Baas B. 

woensdag 2 juli 2014

TOURNEE


Het bijbehorende aanstekelijke verhaal is gevangen in het boek 'De rebellen maken er een bende van'. Te bestellen via:

dinsdag 1 juli 2014

SERVICE


Een nachtelijk aaneengesloten buienfront trok over het Zuiden. Een droge dageraad. We volgen een struinpaadje pal langs de rivier, want dat is wat Skip het liefst doet. En ik moet mee. Door de overvloedige regen is het door vos en Galloway ingesleten pad een modderige gaanderij. Geregeld gebruiken we basaltblokken als step stones. De landbouwerige geur van het koolzaad is allesoverheersend, terwijl het St. Janskruid in de meerderheid is.

Skip, die liever achterop loopt, wil ik voorop hebben als we ons een weg banen door de uitgedijde nattige vegetatie. Al snel plakt mijn flodderige broek tegen mijn benen. Maar alleen zo kan ik met de golfparaplu de druipende stengels van de oevergewassen tegenhouden die zich anders aan de snuit van Skip zouden afvegen. De service wordt gewaardeerd, want Skip wacht na elke handeling tot ik een volgende plantenrij opzij houd, zodat hij vrije doorgang heeft. Graag gedaan, jongen.