Hout, hout en nog eens hout tegen de gevel. Langs het venster hangen luiken
met daaronder een uitnodigend steigerhouten zitje dat aan weerszijden
geflankeerd is door bloembakken met olijfboompjes. Er is vast altijd volk over
de vloer in het gezellig ogende interieur van het knusse kabouterhuisje met
neergelaten markies. Deze familie houdt van huiselijkheid. En wat past daar dan
beter bij, dan een hondenras dat tevreden is met een leven binnen vier
muren.
Op de vensterbank soezen tussen
symmetrisch opgestelde glimmende vazen, twee 'Chihuahua’s', elk in een eigen
cocon in de zon. Met hun snoetjes begraven in het pluche liggen ze verheven
buiten het bereik van achteruitschuivende stoelen, ploffende bipsen op kussens
waar er eentje net een nestje heeft gekrabd, grijpgrage knuffelhanden en
-handjes, en een alles vertrappende schoenmaat 38 en groter onder de
tafel.
Achter glas beziet de snoezige tweeling overdag de buitenwereld van een veilige afstand. Op straat komen ze zelden: de achtertuin is hun park waar ze als theekophondje tenminste niet onder de voet worden gelopen. Geen vuiltje aan de lucht zou je denken, want met z’n tweeën ben je nooit alleen. En toch, zouden de twee 'Chihuahua’s' als de baasjes buitenshuis zijn en de kinderen naar school, echt niet dagdromen van de korte benen nemen om de wijde wereld te verkennen? Of is een trippeltrappeltripje op die iele beentjes naar de boom op de hoek van hun laantje al een wereldreis?