donderdag 28 januari 2021

IK WIL EEN HOND

 

Ontelbare keren had ik in de tussenliggende jaren, met de neus tegen de etalageruit van de dierenwinkel gedrukt, verlangend staan kijken naar die doddige jonge hondjes in het immens glazen aquarium. Voor mijn tiende verjaardag zou ik, na jarenlang zeuren en drammen,  een eigen hondje krijgen. Voordat het echter zover was moest ik van mijn ouders een proef van bekwaamheid af leggen. Die bestond er uit dat ik een week lang op uitlaattijden door weer en wind moest wandelen. De test was voor mij kinderspel in vergelijking met de jaren die ik had gesmacht naar mijn eigen harige vriendje. Later zou trouwens blijken dat het eigenwijze beestje een afschuwelijke hekel had aan regen en dan absoluut geen poot buiten de deur zette. Ik heb zelfs nog een jasje voor het koukleumpje gefröbeld. Dat ik hiermee mijn tijd ver vooruit was, kon niemand toen bevroeden. 

Mijn ouders besloten dat het geen pup werd, maar een volwassen hond uit het asiel. Mijn vader haalde hem op met de trein. Intussen versierden mijn broertje en ik de woonkamer met kleurige slingers van crêpepapier. Op het enkelglas van de ruit schreven we in de wasem van onze uitgeblazen adem in spiegelbeeld ‘welkom’. Met roodgloeiende koontjes van opwinding zagen we mijn vader met de nieuwe aanwinst het kiezelpad op lopen. Eenmaal binnen liep het heel anders dan ik me had voorgesteld. De reebruine dwergpinscher besloot me geen blik waardig te gunnen en stoof meteen naar mijn moeder waar hij zijn toevlucht bij haar op schoot zocht. Mamma gilde zo hard dat ik dacht dat ze ter plekke een attaque kreeg. 

Tijdens die consternatie begreep ik eindelijk waarom mijn hondenwens pas zo laat in vervulling was gegaan. Mamma bleek panisch voor honden. Of de hond dit heeft aangevoeld, is nooit duidelijk geworden. Misschien was zijn vorige eigenaar een vrouwspersoon of had hij gewoon een hekel aan mannen? Kennelijk had hij bij mijn moeder terstond een gevoelige snaar geraakt en haar dusdanig ingepalmd dat ze over de schrik heen was. Hoewel de teleurstelling voor mij op dat moment groot was, was ik wel blij met het hondje en zeker met het feit dat mamma nu over haar vrees voor honden heen was. Zij werden vrienden voor het leven en ik … mocht hem uitlaten.